SCHADE HOEFT NIET ALTIJD PRECIES VAST TE STAAN!

In april 2015 huurden enkele vrienden een bierfiets. Daarmee gebeurde een dramatisch ongeluk bij de spoorwegovergang te Eindhoven. Eén van de vrienden kwam te overlijden.

De verhuurder vorderde de huurder te betalen tot een bedrag van 16.500 euro. Dat was de waarde van de fiets, althans dat kostte het om de fiets tijdelijk te vervangen.

De rechtbank was van mening dat er geen discussie was over de vraag of de huurder de door de eigenaar geleden schade zou moeten vergoeden. Immers, wanneer men iets huurt dient dat in dezelfde staat teruggegeven te worden.

De vraag richtte zich op de hoogte van de schade. In dit geval was het bouwjaar van de fiets niet bekend en leek het erop dat deze niet bepaald splinternieuw was. De eigenaar bleek niet in staat de schade precies te bewijzen, ook niet nadat hij daartoe extra in gelegenheid werd gesteld. De rechter achtte het echter aannemelijk dat er wel degelijk schade was. Om die reden stelde de rechtbank zelf de schade vast op een bedrag van 4.500 euro. Wel moesten de vrienden een bedrag van 181,50 euro betalen voor de kosten die gemaakt werden voor het ophalen van de fiets bij de politie. Die schade kon de eigenaar wel aantonen.

Abstracte of concrete schadeberekening

Wanneer de schade niet precies vastgesteld kan worden (concreet berekend) bestaat de mogelijkheid om deze abstract te berekenen. Degene die schade lijdt moet dan aantonen dat het aannemelijk is dat de hoogte van de gestelde schade is ontstaan.

Vaak, vooral in verzekeringskwesties, heeft het de voorkeur de schade abstract te berekenen. Dat leidt soms tot een hogere schade uitkomst dan de concrete schadeberekeningsmethode. Vraag daarom altijd eerst advies.