Bij het bepalen van een ontslagvergoeding houdt de rechter rekening met de manier waarop het ontslag tot stand is gekomen. Als de werkgever verantwoordelijk is kent de rechter een hogere vergoeding toe en als de werknemer verantwoordelijk is wordt een lagere vergoeding toegekend.

De rechter in Haarlem kwam onlangs tot het oordeel dat een werkgever zich zodanig kwetsend jegens de werknemer had opgesteld dat de normale vergoeding vertienvoudigd dient te worden.

De kantonrechtersformule.

Een ontslagvergoeding wordt berekend volgens de kantonrechtersformule.Om tot de ontslagvergoeding te komen neemt men kort gezegd:

(A) het aantal gewogen dienstjaren
(B) het bruto maandsalaris
(C) de correctiefactor.

De ontslagvergoeding wordt vervolgens bepaald door de volgende som: A x B x C. Dus als iemand 10 jaar gewerkt heeft heeft diegene recht op 10 maandsalarissen vermenigvuldigd met de correctiefactor.

De correctiefactor wordt gebruikt om aan te geven aan wie het ontslag te wijten is. Indien de kantonrechter van mening is dat het ontslag volledig te wijten is aan de werknemer zal hij een correctiefactor 0 toewijzen, de werknemer krijgt in dat geval geen ontslagvergoeding. Als de kantonrechter van mening is dat de werkgever een ernstig verwijt treft past hij een correctiefactor 2 of zelfs 3 toe. In dat geval wordt de ontslagvergoeding verdubbeld of verdrievoudigd.

Onderzoek wijst uit dat in meer dan de helft van de ontslagzaken een correctiefactor van minder dan 1 wordt toegepast. De gemiddelde correctiefactor bedraagt 0,90.

De casus.

De kantonrechter te Haarlem kwam op 18 oktober 2013 echter tot een correctiefactor van 10. Een zeer uitzonderlijk geval!Het conflict ontstond toen de werknemer zich ziek had gemeld omdat zij met hartproblemen was opgenomen in het ziekenhuis. De werkgever twijfelde duidelijk aan de lichamelijke klachten en zag de ziekmelding als werkweigering. Met name de botte wijze waarop de werkgever hierover communiceert stuit de rechter tegen de borst. De werkgever stopt op een gegeven moment zelfs de loonbetaling om verder druk te zetten op de werkneemster.

De kantonrechter oordeelt dat een werkgever niet op de stoel van de bedrijfsarts moet gaan zitten als zij twijfelt aan het ziek zijn van een werknemer. De vergoeding volgens de kantonrechtersformule (1/2e maand a € 1.500,-) zou in dit geval onvoldoende recht doen aan de laakbare handelswijze van de werkgever en de omstandigheden waarin de werknemer nu verkeert.

Uiteindelijk wijst de kantonrechter een vergoeding toe van € 15.000,-.

Conclusie.

Deze casus betreft een zeer uitzonderlijk geval waarin de werkgever zo weinig empathie toont voor de situatie van de zieke werknemer dat daardoor de verhouding zodanig verslechtert dat deze ontbonden moet worden. Een ontslagvergoeding van € 1.500 is daarom onredelijk.Een dergelijke situatie komt in de praktijk echter niet vaak voor. Het is dus meer een uitzondering op de regel.