U bent nu hier:
  •  
  •  

Mulders Advocaten - Nieuwsarchief

Wat Mulders Advocaten zoal bezig houdt ervaart u aan de hand van onderstaand nieuwsoverzicht:
  • Royeren verenigingslid

    Kan een lastig lid uit de vereniging worden gezet? In de regel zijn mensen lid van een vereniging voor hun plezier. Soms komt het voor dat één lid van de vereniging dit plezier voor de andere leden vergalt. Kan een dergelijk lastig lid uit de vereniging worden gezet? Anders gezegd: hoe gaat het beëindigen van het lidmaatschap van een vereniging in zijn werk? Een praktijkgeval: Een vereniging van amateurtuinders verhuurt een volkstuintje aan een vrouwelijk lid. Deze dame houdt er echter zo haar eigen regels op na. Zowel van het fiets- als het autoverbod trekt zij zich weinig aan en ook aan het verbod tot overnachting heeft zij maling. Daarnaast vervult zij haar gemeenschappelijke taken niet en onderhoudt zij haar tuintje slecht. Na vele waarschuwingen is voor het bestuur de maat vol, zij ontzet mevrouw uit haar lidmaatschap. Mevrouw is het hier niet mee eens en wendt zich tot de Rechtbank Rotterdam. Zij vordert bij de rechtbank om het besluit van het bestuur te vernietigen. Zij ontkent haar gedragingen en volgens haar is het royement in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Hoe werkt opzegging en royement? Volgens 2:35 BW eindigt het lidmaatschap, onder andere door opzegging door de vereniging, of door ontzetting uit het lidmaatschap (royement). Royement kan bijvoorbeeld wanneer een lid niet meer aan de door de statuten gestelde vereisten voor het lidmaatschap voldoet, maar ook wanneer van de vereniging redelijkerwijs niet meer gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Royement kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglement, of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Formele vereisten De formele vereisten, waaraan een opzegging of royement moet voldoen, zijn onder andere, dat er een bestuursbesluit moet zijn genomen, dat schriftelijk aan het lid bekend wordt gemaakt. Wanneer er sprake is van royement, moet het geroyeerde lid de mogelijkheid van beroep (bij de ledenvergadering, of een aangewezen derde) zijn gegeven. Feitelijke vereisten Naast deze formele vereisten zal er ook gekeken moeten worden, of het royement steunt op voldoende feitelijke grondslag. Deze meer feitelijke belangenafweging komt voort, uit de redelijkheid en billijkheid. Die schrijft voor, dat degenen die bij de organisatie van de rechtspersoon zijn betrokken zich tegenover elkaar moeten gedragen naar wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit tot royement, of opzegging , dat in strijd met deze norm tot stand is gekomen, is vernietigbaar. In dit kader dient onderzocht te worden of en hoe vaak feitelijk sprake is geweest van een overtreding van een verboden handeling alsmede de ernst van die overtredingen. Dit om de meer algemene vraag te kunnen beantwoorden, of het lid zich als een behoorlijk lid van de vereniging heeft gedragen? Verstoorde verstandhouding Verder zal de vereniging moeten aantonen, dat de verstandhouding, tussen enerzijds het geroyeerde lid en anderzijds het bestuur en (een aantal van) de leden van de vereniging, ernstig en duurzaam verstoord is, door de gedragingen van het geroyeerde lid. Die verstoorde verstandhouding moet voorts van dien aard zijn dat het, van de vereniging in redelijkheid niet verwacht kan worden, dat zij het lidmaatschap langer laat voortduren. Rechtbank Rotterdam In de casus van de amateurtuindersvereniging achtte de Rechtbank Rotterdam de verstandhouding, tussen enerzijds eiseres en anderzijds het bestuur van de vereniging, ernstig en duurzaam verstoord, door het gedrag van de dame. Die verstoorde verstandhouding werd van dien aard geacht dat het van de vereniging in redelijkheid niet verwacht kon worden, dat zij het lidmaatschap langer laat voortduren. Deze opzegging was dus niet onredelijk en houdt dan ook stand. Het royement van een lid kan zowel voor uw vereniging, als het lid verstrekkende gevolgen hebben. Zijn de belangen van zowel het lid, als de vereniging voldoende afgewogen? Zijn de juiste formaliteiten in acht genomen? Typisch een geval waarbij een helder en duidelijk advies u in staat stelt de juiste beslissingen te nemen. Mocht u behoefte hebben aan meer informatie omtrent dit onderwerp? Wij staan u graag te woord!

    Lees meer
  • Onduidelijkheid over gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning

    In echtscheidingen wordt het voorlopig (voortgezet ) gebruik van de echtelijke woning doorgaans aan één van partijen toegekend. De rechter kan het gebruik van de woning aan één van partijen toewijzen, tot een half jaar na de datum van echtscheiding. Tegelijkertijd kan de rechter bepalen dat de partij aan wie dit voortgezet gebruik werd toegewezen, aan de andere partij de helft van de waarde van het gebruik als vergoeding voor gemist genot of gebruik dient te betalen. De vraag of een dergelijke vergoeding verschuldigd is hangt af van de omstandigheden van het geval. In haar op 8 december 2010 gewezen beschikking, heeft de rechtbank te Amsterdam geoordeeld, dat de vrouw de helft van het fictief rendement van de overwaarde aan de man dient te betalen. De rechtbank heeft in dat verband overwogen, dat een rendement van 4% over belegd vermogen op grond van de economische situatie thans niet haalbaar is.De rechtbank gaat darom uit van een percentage van 2,5 %. Vervolgens overweegt de rechtbank dat zij het redelijk vindt om rekening te houden met het feit dat twee van de drie kinderen van partijen nog in de woning wonen. Om die reden halveert de rechtbank het betreffende bedrag vervolgens.   Het gerechtshof `s-Gravenhage, heeft in zijn arrest van 7 mei 2008 geoordeeld, dat de vergoeding moet worden geacht te strekken ter compensatie van het gemis van gebruik en genot van de echtelijke woning, welke aan beide echtgenoten in gelijke mate toekomen. Dit impliceert, dat de derving van rente op zichzelf geen grond voor toekenning van de onderhavige vergoeding kan vormen. Het Hof heeft het in de gegeven omstandigheden redelijk en billijk geacht om het gemis van het gebruik en genot van de echtelijke woning voor de vrouw, over de betreffende periode, te waarderen op 4% van de helft van de overwaarde van de echtelijke woning op jaarbasis. Uitgaande van de tussen partijen vaststaande overwaarde van € 55.109,50 heeft het Hof het nadeel voor de vrouw becijferd op € 183,70 per maand. Op grond van het feit dat de man sedert eind 2005 tot aan de op 21 mei 2007 nog niet gerealiseerde vermogensrechtelijke afwikkeling, alle eigenaarslasten van de echtelijke woning heeft voldaan, heeft het Hof besloten de door de man verschuldigde vergoeding op nihil te bepalen. Uit het vorenstaande blijkt, dat de vorengenoemde gerechten een verschillende grondslag hanteren, voor wat betreft de berekening van de eventueel verschuldigde gebruiksvergoeding.

    Lees meer
  • Reikwijdte zorgplicht assurantietussenpersoon

    Uit het op 11 januari 2011 door het gerechtshof te `s-Hertogenbosch gewezen arrest, in de door een tuindersbedrijf tegen een assurantietussenpersoon aanhangig gemaakte appèlprocedure, kan worden geconcludeerd, dat een assurantietussenpersoon, jegens haar opdrachtgever de zorg moet betrachten, die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot verwacht mag worden. De assurantietussenpersoon, dient -zeker in het geval alle verzekeringen van het bedrijf ondergebracht zijn in een tot zijn portefeuille behorende verzekering als de BCP- daarbij actief te handelen en als deskundige op het gebied van verzekeringen zijn verzekeringnemers te waarschuwen in geval van grote onderverzekering of het helemaal niet verzekerd zijn van relevante schades. Tot deze taak behoort in beginsel ook dat de assurantietussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. Voorts overweegt het hof, dat nu Rabobank er voor heeft gekozen dat haar werknemer minimaal één keer per jaar bij verzekerde op bezoek ging en dit een zeer langdurige werkrelatie betrof, en Rabobank voorts de huisbankier van het bedrijf was, Rabobank er in redelijkheid rekening mee had moeten houden dat er bij verzekerde het vertrouwen kon ontstaan, dat de werknemer van de Rabobank ook van bepaalde feitelijke situaties op het bedrijf van verzekerde op de hoogte was. In deze casus werden door het betreffende tuindersbedrijf bos-en haagplanten gekweekt, vanuit zaden. Deze zaden dienden bij een bepaalde temperatuur bewaard te worden , met het oog waarop van koelcellen gebruik werd gemaakt. De gewassen bevonden zich gedeeltelijk in zogenaamde kweektunnels, in een venlokas en buiten. Sedert 1980 fungeerde de Rabobank als assurantietussenpersoon van het tuindersbedrijf, terwijl gedurende de laatste 25 jaren één van haar medewerkers het vaste aanspreekpunt voor het tuindersbedrijf was. Via de bemiddeling van deze medewerker zijn de verzekeringen vanaf omstreeks 2001 ondergebracht bij Interpolis, in een zogenaamde Bedrijven Compact Polis. Het laatste bezoek dat de medewerker aan het tuindersbedrijf had gebracht, dateerde van 29 april 2005. Op 28 juli 2005 werd de loods van het tuindersbedrijf door blikseminslag getroffen en in brand geraakt. Vervolgens blijkt de inventaris onderverzekerd, en was ondermeer het zaaigoed niet verzekerd, zonder dat verzekerde daarop door de Rabobank c.q haar betreffende medewerker werd geattendeerd. Gezien de langdurige relatie en het feit dat de betreffende medewerker van de Rabobank bekend was met het bedrijf en haar bedrijfsvoering, lag het op zijn weg om verzekerde te attenderen op het vorenbedoelde onderverzekerd en zelfs in het geheel niet verzekerd zijn, van voor de verzekerde substantiële vermogensbelangen. Waar hij dit had nagelaten, werd de Rabobank tot het vergoeden van de door verzekerde geleden schade veroordeeld.

    Lees meer
  • Boetes blowverbod onterecht

    Het instellen van een plaatselijk blowverbod door een gemeente is verboden. Zo heeft de Raad van State onlangs bepaald. De Raad van State is van mening dat het in strijd is met de Opiumwet om ook nog een plaatselijk verbod in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) op te nemen. Het is nu eenmaal niet mogelijk op plaatselijk niveau strafbaar te stellen wat al landelijk bij wet is geregeld. Het is daarom waarschijnlijk dat de op grond van de gemeentelijke verordeningen opgelegde boetes vanwege overtreding van het blowverbod ten onrechte zijn opgelegd. Mulders-Advocaten wil het voortouw nemen in het terugvorderen van die boetes. Mocht u een dergelijke boete hebben ontvangen en deze willen terugvorderen, neem dan contact op met strafrechtspecialist Jacques Guzik van Mulders-Advocaten.

    Lees meer
  • Gemeenschap van goederen in 2012, een aantal veranderingen

    Trouwen in gemeenschap van goederen is in Nederland de meest voorkomende vorm. De reden hiervan is dat tussen partners automatisch een gemeenschap van goederen ontstaat, zodra partijen trouwen. De vermogens van beide partners worden dan samengevoegd en alles wat gedurende het huwelijk verkregen wordt komt daarbij. De situatie dat men automatisch in gemeenschap van goederen trouwt is in tegenstelling tot de meeste andere landen, waar huwelijkse voorwaarden het uitgangspunt vormen, uniek voor Nederland. In de Tweede kamer is dan ook gediscussieerd over een nieuw systeem waarbij alleen gemeenschappelijk wordt, wat partners tijdens het huwelijk samen opbouwen. Erfenissen, schenkingen, schulden en bezittingen, van vóór het huwelijk, zouden dan buiten de gemeenschap blijven. Deze structurele wijzigingen konden echter niet op een meerderheid rekenen. Uiteindelijk is er in het parlement dan ook voor gekozen, om slechts een aantal beperkte wijzigingen door te voeren. Met het einde van 2011 -en het begin van 2012- in zicht, wil ik u graag op de hoogte brengen van een aantal van deze wetswijzigingen binnen het familierecht, die het komende jaar zullen plaatsvinden.   Bij echtscheiding in het geval van gemeenschap van goederen, is het voor de verdeling van het vermogen, van belang om te weten welke goederen in de gemeenschap vallen. De wet stelt vast, dat de peildatum (voor deze vaststelling) de datum van de ontbinding van het huwelijk is. Onder de huidige wetgeving vindt deze ontbinding echter pas plaats, wanneer de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. (In de praktijk duurt dit vaak meer dan een jaar!) Vanaf 1 januari verandert deze situatie: zodra het verzoekschrift tot echtscheiding c.q. verzoek tot scheiding van tafel en bed, bij de rechtbank is ingediend, eindigt de gemeenschap van goederen. Deze vervroeging voorkomt niet alleen dat schulden, aangegaan door (een van) de echtgenoten tijdens de echtscheidingsprocedure, de gemeenschap bezwaren, maar betekent ook dat alles wat men daarna aan vermogen verwerft, privé blijft en derhalve ook niet aan de gemeenschap toekomt. Er kunnen redenen zijn, om niet in gemeenschap van goederen te trouwen. Vaak worden huwelijksvoorwaarden opgesteld als één van de partners vermogend is. Maar ook gedurende het huwelijk kan men alsnog besluiten, om het huwelijksvermogensregime te wijzigen naar huwelijksvoorwaarden. Dit kan bijvoorbeeld fiscaal aantrekkelijk zijn. Bij een verschuiving van het vermogen op deze wijze, is er namelijk geen schenkingsbelasting verschuldigd. Bij overlijden van de ene partner is de andere partner daardoor al eigenaar van de helft van het totale vermogen, er is dan alleen maar erfbelasting verschuldigd over de (andere) helft. Nu moet een wijziging van het huwelijksvermogensregime ter goedkeuring worden voorgelegd aan de rechtbank. Deze goedkeuring is bedoeld, om schuldeisers te beschermen. Een wijziging van een gemeenschap van goederen naar huwelijksvoorwaarden brengt in het huidige recht met zich mee, dat schuldeisers niet meer beide echtgenoten voor 100% aansprakelijk kunnen stellen voor gemeenschapsschulden. In de nieuwe wet is opgenomen dat echtgenoten, die tijdens hun huwelijk overstappen van gemeenschap van goederen, naar huwelijksvoorwaarden, met uitsluiting van iedere gemeenschap, zich hoofdelijk aansprakelijk stellen voor alle gemeenschapsschulden die er op het moment van wijziging aanwezig zijn. Nu deze bescherming van de schuldeisers in het leven is geroepen, is de rechterlijke goedkeuring overbodig geworden. Met ingang van 2012 kunnen partijen zich eenvoudigweg tot de notaris wenden, om het huwelijksvermogensregime aan te passen. Ook is er, vanaf 1 januari 2012 er, over en weer, een informatieplicht over de stand van de financiën. Dit is een goede ontwikkeling, elkaar informeren leidt in de praktijk immers vaak tot een gesprek en met elkaar praten is de sleutel tot het oplossen van problemen. Mocht u er met praten alleen desondanks niet uitkomen, dan kunt u uiteraard te allen tijde contact met ons opnemen. Wij staan u graag met raad en daad bij, ook in 2012! @import url(http://login.xiteforce.nl/include/CuteEditor_Files/Style/SyntaxHighlighter.css); @import url(/public/muldersadvocaten/css/site.css);

    Lees meer
  • Wet Incasso Kosten (WIK)

    Incassokosten consumenten aan banden! 1 juli 2012 is de Wet Incasso Kosten (WIK) van kracht gegaan. Met deze wetswijziging is de hoogte van de incassokosten gemaximeerd. De wetswijziging incassokosten geldt alleen voor vorderingen die op, of na 1 juli 2012 opeisbaar zijn geworden. Business to Consumer De nieuwe wet verplicht een ondernemer die zaken doet met een consument tot het aanhouden van de wettelijke incassoprocedure, hier mag dus niet vanaf geweken worden. De WIK biedt dan ook een betere bescherming aan de consument, tegen te hoge incassokosten, dan de in oude situatie het geval was. Voor de schuldeiser en de consument is het met de invoering van de WIK op voorhand duidelijk hoe hoog de incassokosten mogen en zullen zijn. Door de WIK worden incassokosten bepaald aan de hand van een staffel-systeem. De volgende staffel is van toepassing: Over de eerste         € 2.500,-       : 15%  min. € 40,- Over de volgende    € 2.500,-       : 10% Over de volgende    € 5.000,-       : 5% Over de volgende    € 190.000,-  : 1% Over het meerdere                        : 0,5% max.  € 6.775,- Rekenvoorbeeld: Stel de hoofdsom bedraagt: € 21.000,- de incassokosten zijn dan: Over de eerste         € 2400,-      : € 375,- Over de volgende    € 2.500,-     : € 250,- Over de volgende    € 2.500,-     : € 250,- Over de volgende    € 5.000,-     : € 50,- Over de resterende € 1000,-      : € 10,- Totaal                                              : € 935,- Na het bereiken van de verzuimdatum van de factuur moet de schuldeiser een, wettelijk verplichte, aanmaning sturen met aanzegging van de incassokosten en het verloop van de verdere procedure. De schuldenaar heeft dan nog veertien dagen de tijd om deze de openstaande schuld, zonder extra kosten, te voldoen. Mocht de vordering voor de rechter komen dan zal deze verwachten dat het bedrijf een bewijs van ontvangst van de verplichte aanmaning door de debiteur kan leveren(bijvoorbeeld: een verzendbewijs). Daarnaast moet in de aanmaning duidelijk staan wat de incassokosten zijn, als er opnieuw niet betaald wordt. TIP: Indien U meerdere vorderingen op dezelfde schuldenaar heeft (bijvoorbeeld: meerdere maanden huur) worden de hoofdsommen bij elkaar opgeteld en de incassokosten berekend over het totaal bedrag. U dient zelf te vooraf te bepalen over welke som (maanden) U incassobehandelingen uitvoert. Indien U voor iedere maand een nieuwe aanmaning verstuurd wordt dit steeds gezien als een nieuw incassotraject en worden de incassokosten over iedere hoofdsom (maand) berekend. Op deze manier kunt U over iedere maandhuur 15% incassokosten vragen. Business to Business Hoewel er bij transacties met consumenten niet van de WIK mag worden afgeweken mag dit in zakelijke transacties (B2B-transacties) wel. Dit betekent echter niet dat de WIK niet van belang is voor B2B-transacties! Bij B2B-transacties kunt U er bijvoorbeeld voor kiezen om, in afwijking van de consumenten-staffel, een ander percentage incassokosten overeen te komen. Dit dient U dan wel te vermelden in Uw algemene voorwaarden. Let wel, wanneer U dit niet vooraf aangeeft in Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden dan zal de rechter in veel gevallen terugvallen op de consumenten-staffel, waarmee U beduidend slechter af kunt zijn. Wij adviseren U dan ook Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden eens grondig onder de loep te nemen en na te gaan wat U precies heeft geregeld m.b.t. incassokosten. Zorg ervoor dat een voor U wenselijk, kostendekkend, percentage opgenomen is. De hoogte van de incassokosten dient echter wel redelijk te zijn. (Bij de behandeling van het wetsvoorstel is aangegeven dat een percentage van 15% bij zakelijke transacties niet ongebruikelijk is.) Het is dus aan te raden om Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden te controleren en voormelde stappen en termijnen door te voeren in uw debiteurenbeheer, m.a.w., een strak incassobeleid te hanteren.  Mulders Advocaten kan U hierbij van dienst zijn met haar succesvolle incasso systeem. Mulders Advocaten Incassosysteem In ons systeem is snelheid een eerste vereiste voor effectief incasseren. Op het moment dat een betalingstermijn verstrijkt is het noodzaak dat onmiddellijk actie wordt ondernomen. De kans op volledige betaling neemt namelijk cumulatief af naarmate de tijd verstrijkt. Snel handelen is dus essentieel. Geloofwaardigheid is de tweede peiler waar het incasso systeem van Mulders Advocaten op steunt. De wanbetaler moet er van overtuigd zijn dat Mulders Advocaten doet wat zij zeggen. Het Mulders Advocaten incasso systeem is op zodanige wijze ingericht dat een wanbetaler in 4 contactmomenten leert dat Mulders Advocaten geen loze dreigementen uit. Indien u meer informatie verlangt over het Mulders Advocaten incasso systeem of over wat een incasso advocaat voor u kan betekenen kunt u vrijblijvend contact opnemen met mr. J.F.E. Brandts of even kijken in onze incasso sectie.Mr. J.F.E. Brandts jeroen@mulders-advocaten.nl 0475 419 419

    Lees meer
  • Contractverlenging voor PSV-er Jurgen Locadia

    Goed nieuws vanuit de sportsectie van Mulders Advocaten! PSV-aanvaller Jurgen Locadia, die al ruim een jaar wordt begeleid door mr. Ran Ronen, hoofd Sportsectie van Mulders Advocaten, heeft zijn contract bij PSV met 2,5 jaar verlengd. Locadia, sinds 2010 bij PSV, heeft een nieuwe verbintenis getekend tot de zomer van 2014. De aanvaller mocht eerder deze maand nog mee met de PSV-selectie op trainingskamp in La Manga en heeft reeds driemaal, als bankzitter, mogen proeven aan de Europese avonturen van PSV in de Euroleague. Locadia, speelde al in PSV A1 en dit seizoen ook in Jong PSV. Tevens maakte hij tweemaal, tijdens een bekerwedstrijd, zijn opwachting in de hoofdmacht van PSV. “Mijn volgende doel is om de stap te zetten naar de selectie, daar zal ik keihard voor werken. Ik ben blij met deze dag, maar wil me telkens weer blijven bewijzen. Maar, ik heb nog een lange weg te gaan”, aldus Locadia bij de ondertekening van het contract in het Philips Stadion. Vlnr. Armand Doorn, Jurgen Locadia, Mr. Ran Ronen (Mulders Advocaten), Marcel Brands ( technisch manager PSV). Vlnr. Jurgen Locadia, Marcel Brands (technisch manager PSV), Mr. Ran Ronen (Mulders Advocaten). Jurgen Locadia en Marcel Brands ( technisch manager PSV).

    Lees meer
  • Wet Incasso Kosten (WIK)

    Incassokosten consumenten aan banden! 1 juli 2012 is de Wet Incasso Kosten (WIK) van kracht gegaan. Met deze wetswijziging is de hoogte van de incassokosten gemaximeerd. De wetswijziging incassokosten geldt alleen voor vorderingen die op, of na 1 juli 2012 opeisbaar zijn geworden. Business to Consumer De nieuwe wet verplicht een ondernemer die zaken doet met een consument tot het aanhouden van de wettelijke incassoprocedure, hier mag dus niet vanaf geweken worden. De WIK biedt dan ook een betere bescherming aan de consument, tegen te hoge incassokosten, dan de in oude situatie het geval was. Voor de schuldeiser en de consument is het met de invoering van de WIK op voorhand duidelijk hoe hoog de incassokosten mogen en zullen zijn. Door de WIK worden incassokosten bepaald aan de hand van een staffel-systeem. De volgende staffel is van toepassing: Over de eerste         € 2.500,-       : 15%  min. € 40,- Over de volgende    € 2.500,-       : 10% Over de volgende    € 5.000,-       : 5% Over de volgende    € 190.000,-  : 1% Over het meerdere                        : 0,5% max.  € 6.775,- Rekenvoorbeeld: Stel de hoofdsom bedraagt: € 21.000,- de incassokosten zijn dan: Over de eerste         € 2400,-      : € 375,- Over de volgende    € 2.500,-     : € 250,- Over de volgende    € 2.500,-     : € 250,- Over de volgende    € 5.000,-     : € 50,- Over de resterende € 1000,-      : € 10,- Totaal                                              : € 935,- Na het bereiken van de verzuimdatum van de factuur moet de schuldeiser een, wettelijk verplichte, aanmaning sturen met aanzegging van de incassokosten en het verloop van de verdere procedure. De schuldenaar heeft dan nog veertien dagen de tijd om deze de openstaande schuld, zonder extra kosten, te voldoen. Mocht de vordering voor de rechter komen dan zal deze verwachten dat het bedrijf een bewijs van ontvangst van de verplichte aanmaning door de debiteur kan leveren(bijvoorbeeld: een verzendbewijs). Daarnaast moet in de aanmaning duidelijk staan wat de incassokosten zijn, als er opnieuw niet betaald wordt. TIP: Indien U meerdere vorderingen op dezelfde schuldenaar heeft (bijvoorbeeld: meerdere maanden huur) worden de hoofdsommen bij elkaar opgeteld en de incassokosten berekend over het totaal bedrag. U dient zelf te vooraf te bepalen over welke som (maanden) U incassobehandelingen uitvoert. Indien U voor iedere maand een nieuwe aanmaning verstuurd wordt dit steeds gezien als een nieuw incassotraject en worden de incassokosten over iedere hoofdsom (maand) berekend. Op deze manier kunt U over iedere maandhuur 15% incassokosten vragen. Business to Business Hoewel er bij transacties met consumenten niet van de WIK mag worden afgeweken mag dit in zakelijke transacties (B2B-transacties) wel. Dit betekent echter niet dat de WIK niet van belang is voor B2B-transacties! Bij B2B-transacties kunt U er bijvoorbeeld voor kiezen om, in afwijking van de consumenten-staffel, een ander percentage incassokosten overeen te komen. Dit dient U dan wel te vermelden in Uw algemene voorwaarden. Let wel, wanneer U dit niet vooraf aangeeft in Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden dan zal de rechter in veel gevallen terugvallen op de consumenten-staffel, waarmee U beduidend slechter af kunt zijn. Wij adviseren U dan ook Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden eens grondig onder de loep te nemen en na te gaan wat U precies heeft geregeld m.b.t. incassokosten. Zorg ervoor dat een voor U wenselijk, kostendekkend, percentage opgenomen is. De hoogte van de incassokosten dient echter wel redelijk te zijn. (Bij de behandeling van het wetsvoorstel is aangegeven dat een percentage van 15% bij zakelijke transacties niet ongebruikelijk is.) Het is dus aan te raden om Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden te controleren en voormelde stappen en termijnen door te voeren in uw debiteurenbeheer, m.a.w., een strak incassobeleid te hanteren.  Mulders Advocaten kan U hierbij van dienst zijn met haar succesvolle incasso systeem. Mulders Advocaten Incassosysteem In ons systeem is snelheid een eerste vereiste voor effectief incasseren. Op het moment dat een betalingstermijn verstrijkt is het noodzaak dat onmiddellijk actie wordt ondernomen. De kans op volledige betaling neemt namelijk cumulatief af naarmate de tijd verstrijkt. Snel handelen is dus essentieel. Geloofwaardigheid is de tweede peiler waar het incasso systeem van Mulders Advocaten op steunt. De wanbetaler moet er van overtuigd zijn dat Mulders Advocaten doet wat zij zeggen. Het Mulders Advocaten incasso systeem is op zodanige wijze ingericht dat een wanbetaler in 4 contactmomenten leert dat Mulders Advocaten geen loze dreigementen uit. Indien u meer informatie verlangt over het Mulders Advocaten incasso systeem of over wat een incasso advocaat voor u kan betekenen kunt u vrijblijvend contact opnemen met mr. J.F.E. Brandts of even kijken in onze incasso sectie.Mr. J.F.E. Brandts jeroen@mulders-advocaten.nl 0475 419 419

    Lees meer
  • AIK Solna – PSV (1-0)

    Op 10 november 2012 wordt Ibrahim Moro 19 jaar. De jonge voetballer is afkomstig uit Ghana. Mulders Advocaten begeleidt Ibrahim Moro, zowel op het gebied van arbeidsrecht en image rights, alsook sportief. Met name mr. Ran Ronen en Armand Doorn zijn met hem dagelijks actief aan de slag. Ibrahim speelde gisteren tijdens de UEFA Cup wedstrijd tegen PSV, dus nog als 18 jarige, een belangrijke rol op het middenveld. Aanvankelijk nog aftastend. Vooral in de tweede helft liet hij zien te beschikken over veel, heel veel talent. Gaande de wedstrijd namen zijn balveroveringen toe. Daarnaast toonde hij de bal precies te kunnen plaatsen, ook over lange afstand. Het is interessant te volgen hoe dit talent zich verder zal ontwikkelen. Wanneer U actueel op de hoogte wenst te worden gehouden dan kan dat via aanmelding per e-mail: info@mulders-advocaten.nl  onder vermelding van: IM1993 

    Lees meer
  • Consumentenbescherming uitgebreid.

    Meer bescherming voor consument Nederlandse consumenten profiteren van nieuwe Europese regels voor consumentenrechten. Zij worden straks beter beschermd bij de aankoop van producten en diensten, ook in het buitenland. De ministerraad heeft ingestemd met het omzetten van een Europese richtlijn over dit onderwerp in Nederlandse recht. De Europese richtlijn zorgt ervoor dat consumenten in de hele Europese Unie (EU) dezelfde rechten krijgen. Dat is nu niet zo: in de diverse lidstaten lopen de regels voor consumenten uiteen. Daardoor is het onduidelijk of zij in een andere lidstaat dezelfde bescherming genieten. De verschillen in regels belemmeren ook de bedrijven die hun producten en diensten in het buitenland willen aanbieden. De richtlijn heeft een positief effect, zowel voor de handel tussen Europese lidstaten als voor consumenten die beter profiteren van de voordelen van de interne markt: meer keuze tegen lagere prijzen. Voordelen voor kopers Zo is de termijn waarbinnen je af kunt zien van een aankoop straks hetzelfde in alle landen van de EU. Als je bijvoorbeeld online of aan de deur een product koopt, heb je standaard 14 dagen de tijd om zonder opgave van redenen alsnog van de koop af te zien. Wel moet de consument het product binnen 14 dagen terugsturen. Daarnaast moet de verkoper de consument duidelijkheid bieden over bijvoorbeeld de contractsduur en de eventuele bijkomende kosten. Nieuw is ook dat het risico voor beschadiging en verlies pas overgaat op de koper na ontvangst van het product. Ook bevat het wetsvoorstel een uniforme regeling voor het geval de verkoper te laat levert. Verbod op stilzwijgende instemming Daarnaast komt er een einde aan de zogeheten ‘stilzwijgende instemming’ voor aanvullende diensten of aankopen. Bijvoorbeeld het online boeken van een busticket, waarbij ook – tegen betaling – een aanvullende maaltijdservice aan de consument wordt aangeboden en waar alvast het hokje, waarmee de maaltijdservice wordt geaccepteerd, is aangevinkt. Deze praktijk is niet langer toegestaan. Er moet sprake zijn van duidelijke instemming met het aanbod, zoals door een (elektronische) handtekening of het intypen van de woorden ‘ik ga ermee akkoord’. Verder zijn overeenkomsten die telefonisch worden aangegaan, pas geldig als ze door de consument schriftelijk of via de e-mail zijn bevestigd. Daarvan is de levering van elektriciteit, water, gas en stadsverwarming een voorbeeld. Aankoop digitale producten Tot slot biedt het wetsvoorstel bescherming voor de consument in de digitale wereld, door verplichte informatie vooraf aan de consument bij de aankoop van of toegang tot digitale inhoud, bijvoorbeeld muziek- en videodiensten. Die informatie kan gaan over beveiligingsvoorzieningen en op welke media de diensten zijn te gebruiken. Ook hier geldt dat de consument binnen 14 dagen van de koop af kan zien. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. (Regeringsnieuws september 2012) Voor vragen of problemen op dit gebied kunt U contact opnemen met Fons Mulders fons@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Rigino Cicila opgeroepen voor nationaal elftal

    Door: sportrecht Mulders Advocaten te Echt (Limburg) Rigino Cicila, speler bij de jeugd A1 van Roda CJ, is opgeroepen voor het nationale elftal van Curacao. Met de selectie van curacao probeert Rigino Cicila zich te plaatsen voor het WK U20 in Turkije. Hiervoor moeten nog wel pittige kwalificatiewedstrijden tegen Salvador en Mexico worden gespeeld. Rigino staat met de A1 van Roda JC momenteel ruimschoots bovenaan in het klassement in zijn klasse en is opgeleidt in de Roda JC jeugdopleiding. Kortom een speler om in de gaten te houden. Mulders Advocaten te Echt (limburg) Begeleidt Rigino Cicila op sportief en juridisch gebied in zijn carrière als professioneel voetballer. ran@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Rangel Silaev wint Classic Young Masters 2012

    Mulders Advocaten feliciteert Rangel Silaev met het winnen van de meesterproef 2012 van de Classic Young Masters. Tijdens de meesterproef spelen vijf musicale toptalenten voor publiek en een vakjury bestaande uit: John Floore, Lex Bohlmeijer, Pieter Prick, Eckart Rolhfs en Rob Streevelaar.  Rangel is met 12 jaar veruit de jongste winnaar. Hij heeft daarmee een tweejarig individueel begeleidingstraject gewonnen. Rangel silaev is pianist, componist en de derdejaars student bij de Young Musician Academy. Hij heeft, ondanks zijn twaalf jaar, al vele optredens op zijn naam staan waaronder: 2e op het prinses Cristina concours, het steinway Pianoconcours en Beat The Best. Binnenkort komt zijn eerste CD 'première' uit. Mulders Advocaten begeleidt Rangel op het gebied van arbeidsrecht. Door zijn jonge leeftijd mag Rangel van de arbeidsinspectie maar een paar keer optreden per jaar. Dat terwijl optreden juist op deze leeftijd zo belangrijk is voor de ontplooiing van zijn talent. Op zijn Youtube kanaal kunt U Rangel horen spelen. Heeft U vragen over dit bijzondere arbeidsrecht, stuur dan een e-mailbericht naar: fons@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Ontslagvergoeding, "Gouden handdruk”, voor managers/werknemers beperkt door Wet Normering Topinkomens (WNT)

    door: arbeidsrecht Mulders Advocaten te Echt (Limburg) Onlangs is de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingegaan. Hierdoor wordt het salaris en inkomen van managers in de (semi-) publieke sector gemaximaliseerd op de “Balkenendenorm”. De ontslagvergoeding, bij ontslag, de “gouden handdruk”, wordt maximaal € 75.000,-. Deze norm leidt tot aanzienlijk verlies van inkomen bij ontslag aangezien de WW-uitkering is gemaximaliseerd.   Gevolgen Wet Normering Topinkomens (WNT) voor ontslagvergoeding bij ontslag. Voor het publiek is ook van belang dat de ontslagvergoeding, de zogenaamde “ gouden handdruk ” wordt gemaximaliseerd op € 75.000,- bruto. Op het eerste oog lijkt het een goede ontwikkeling. “Het moet maar eens afgelopen zijn met die absurde bedragen die de managers meekrijgen als zij bij een organisatie moeten vertrekken. Eerst presteren zij onvoldoende en dan krijgen zij nog bakken geld mee op de koop toe. Dat is te gek voor woorden!”, dat is de publieke opinie. Zo dacht de Tweede Kamer er ook over. De Wet Normering Topinkomens (WNT) werd met algehele stemming aangenomen. Inmiddels heeft de arbeidsrecht sectie van Mulders Advocaten de eerste ervaringen opgedaan met ontslag en ontslagvergoeding onder de Wet Normering Topinkomens. In een aantal gevallen leidt de uitkomst tot onrechtvaardige en ongewenste ontbindingsvergoedingen. Wat te denken van de manager/werknemer die meer dan 25 jaar actief is geweest voor de organisatie en zo'n 10 jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd te maken krijgt met een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. In de praktijk heeft iedereen zijn uitgavepatroon gebaseerd op zijn inkomsten. Wanneer een organisatie geen wachtgeldregeling heeft komt de desbetreffende manager/werknemer in aanmerking voor een WW-uitkering. Deze is echter gemaximeerd tot een bedrag van € 2.706,- bruto per maand. Dat brengt met zich mee dat, onder omstandigheden, de manager/werknemer een inkomen overhoudt dat nog geen 25% is van het verdiende loon. De praktijk zal leren dat deze situatie niet gewenst is. Gelukkig bestaat nog altijd de mogelijkheid ter zake de wijze waarop de ontbinding tot stand is gekomen een rechter te raadplegen en in een aantal gevallen de werkelijk geleden schade te verhalen.   Ontwijken van de Wet Normering Topinkomens (WNT). De Wet Normering Topinkomens (WNT) is vrijwel alles omvattend. Betalingen via derden of persoonlijke vennootschappen zijn verboden. Het “zogenaamd” te werk stellen als ZZP'er is niet toegestaan. Ook mag een functie niet worden aangehouden als er niet daadwerkelijk een invulling aan wordt gegeven. Het salaris van meerdere functies in een organisatie wordt opgeteld en valt onder dit maximum. Toekomstige betalingen worden meegerekend. Etc. etc. het is dus niet eenvoudig om deze wetgeving te ontwijken. Naleving wordt door de regering gecontroleerd. Organisaties zijn verplicht om ontbindingsvergoedingen te vermelden in de financiële verslaggeving. De regering kan daarnaast gegevens van de belastingdienst, verzekeraars en de organisaties opvragen. Vergoedingen in strijd met de Wet Normering Topinkomens (WNT) worden gezien als onverschuldigd betaald. Dit betekent dat deze door het ministerie teruggevorderd worden, inclusief rente en invorderingskosten.   fons@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • 160 km/u in taxi: geen aansprakelijkheid werknemer(7:661 BW)

    Door: Arbeidsrecht Mulders Advocaten Een taxichaffeur (uitzendkracht) veroorzaakt een ongeluk tijdens werktijd. Vlak voor het ongeluk reed hij met ruim 160 km per uur op een weg waar slechts 80 km per uur is toegestaan. Niet bewezen is dat hij op het moment van het ongeval te hard reed. Volgens artikel 7:661 lid 1 BW kan een werknemer aansprakelijk zijn indien hij bewust roekeloos gedrag vertoont. Het Hof oordeelt dat, nu niet bewezen is dat de man tijdens het ongeval te hard reed, er onvoldoende verband is tussen de schade en de roekeloosheid. De werknemer is dus niet aansprakelijk.   Hof: wel 160 km/u rijden, geen aansprakelijkheid werknemer (7:661 BW) Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft geoordeeld  over de vraag of een taxichauffeur,  die met zeer hoge snelheid heeft gereden bewust roekeloos heeft. De taxichauffeur werkt als  uitzendkracht voor het  taxibedrijf. De uitzendkracht heeft een taxirit uitgevoerd waarbij hij beweerdelijk, 161 km per uur zou hebben gereden. Hierbij is de taxi is, bij een rotonde, gecrasht,  waarbij de taxi behoorlijk beschadigd is geraakt. De werkgever heeft onder meer vergoeding van de reparatiekosten  van de uitzendkracht gevorderd in een procedure bij de kantonrechter.  De kantonrechter heeft de vordering van werkgever toegewezen. De werknemer kon zich met deze uitspraak niet verenigen en is in hoger beroep gegaan.   Artikel 7:661 BW Artikel 661 van Burgerlijk Wetboek 7 (7:661 lid 1 BW ) stelt dat  een werknemer slechts aansprakelijk voor de schade die hij bij de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden aan werkgever toebrengt, indien deze schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. De bewijsplicht voor deze opzet en bewuste roekeloosheid ligt bij de werkgever. Om te bepalen of sprake is geweest van bewuste roekeloosheid, is vereist dat de werknemer zich onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karak ter van zijn gedraging. Aangezien de werknemer vlak voor het ongeval me t 161 km per uur heeft gereden en daardoor de auto onbestuurbaar werd en uit de bocht is gevlogen stelt de werkgever dat het ongeval de werknemer is aan te rekenen. De werknemer moet zich onmiddellijk voorafgaande aan het ongeluk, gelet op deze hoge snelheid, bewust zijn geweest van het roekeloze karakter van zijn rijgedrag, reden waarom hij voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk is, aldus werkgever. Gerechtshof Leeuwarden De kantonrechter had overwogen dat de beperking van de aansprakelijkheid van werknemers in artikel 7:661 BW niet geldt voor het aanhouden van een zodanige hoge snelheid dat geen redelijk verband meer lijkt te bestaan met de door we rkgever opgedragen werkzaamheden zodat dit niet meer valt onder de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Het hof overweegt daartoe als volgt. Nu het ongeval heeft plaatsgevonden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden, is werknemer alleen aansprakelijk wanneer het ongeval het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Het hof volgt de kantonrechter niet. Het hof is van oordeel dat de gedragingen van werknemer wel tot zijn werkzaamheden behoort. Werknemer heeft weersproken vlak voor het ongeval bij het naderen van de rotonde 161 km per uur te hebben gereden en dat sprake is van bewuste roekeloosheid. Naar het oordeel van het hof is het rijden met een snelheid van 161 km per uur waar 80 km per uur is toegestaan, terwijl men een rotonde nadert, wel degelijk bewust roekeloos. Nu werknemer heeft weersproken een dergelijke snelheid vlak voor het naderen van de rotonde te hebben gereden, rust het bewijs hiervan op werkgever. Het hof heeft werkgever in de gelegenheid geste ld om dit te bewijzen. Conclusie Indien een werkgever niet kan aantonen dat de werknemer zich onmiddellijk voorafgaande aan he t ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedraging dient de werkgever op te draaien voor de schade die werknemer heeft veroorzaakt. Dit geldt tevens in beginsel voor verkeersboetes, die de werkgever als kentekenhouder zijn opgelegd voor gedragingen van de werknemer in de uitoefening van de werkzaamheden met het voertuig van de werkgever. Wilt U meer informatie over aansprakelijkheid van werknemers of arbeidsrecht? Stuur uw vraag naar jeroen@mulders-advocaten.nl bron: rechtennieuws.nl  

    Lees meer
  • Man veroordeeld tot verwijderen Hyves, Facebook en Blogspot profiel

    Van: www.lexx-it.nl Een man is op 4 december door de rechtbank te Amsterdam veroordeeld tot het verwijderen van zijn facebook, hyves en blogspot profiel en verboden om voor een jaar eigenaar of beheerder van een social media profiel te zijn. De Voorzieningenrechter achtte deze verregaande maatregel noodzakelijk nadat de man een eerder vonnis in de wind had geslagen. Het plaatsen van ongewenste berichten op social media kan dus grote gevolgen hebben voor de dader. De man in kwestie heeft op Hyves, Facebook en Blogspot een grote hoeveelheid grievende en bedreigende berichten geplaatst over zijn ex- vrouw en kinderen. Onder andere betichtte hij de vrouw van prostitutie, seksisme, pedofilie, nazisme en diverse psychische aandoeningen. Het beroep van de man op zijn vrijheid van meningsuiting trof geen doel. De rechter oordeelde dan ook dat deze berichten een ernstige schending van de privacy van de vrouw inhielden en daarmee onrechtmatig zijn. In eerste instantie werd de man in Kort Geding veroordeeld tot het verwijderen van de berichten en het zich onthouden van het plaatsen van verdere berichten over zijn vrouw en kinderen. Dit alles op straffe van een dwangsom. De man ging ook na het vonnis door met het plaatsen van dergelijke berichten op social media. Hierop startte de vrouw een tweede Kort Geding. De Voorzieningenrechter veroordeelt de man vervolgens tot het verwijderen van zijn profielen op Hyves, Facebook en Blogspot. Daarnaast mag de man een jaar geen beheerder of eigenaar zijn van een social media profiel. Zo blijkt dat ongewenste berichten ook op het internet effectief kunnen worden tegengegaan door gebruik van civielrechtelijke handhaving. Voor meer informatie over dit onderwerp: stephan@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Belediging, smaad en laster op het internet.

    Wat in de gewone wereld niet mag is op internet ook verboden. Internet is een algemeen toegankelijk en open medium. De gebruikers dienen zich echter bewust te zijn, dat deze vrijheid om zich te uiten, geen vrijbrief is om ongestraft misbruik te kunnen maken van deze vrijheid. Op het internet bent U, net zoals in de echte wereld, aansprakelijk voor Uw acties. Zo kunnen negatieve uitspraken worden gezien als belediging, smaad of laster. U doet er dus goed aan voorzichtig te zijn op het Internet! Belediging, smaad of laster. Een belediging is een algemene negatieve uitspraak over een persoon of organisatie. Smaad wordt gezien als een bewering welke specifiek de eer of goede naam van een persoon aantast. Indien de auteur weet dat een uitspraak niet waar is dan is dat lasterlijk. Bijvoorbeeld: “alle Duitsers zijn dronkenlappen” is beledigend maar “Jan is een dronkenlap” is smadelijk en kan zelfs lasterlijk zijn indien Jan niet drinkt Dit is geen smaad, het is de waarheid. De waarheid spreken is niet altijd een excuus voor smaad. Een uitspraak die de eer en goede naam van iemand aantast moet namelijk een algemeen belang dienen. Alleen in dat geval is een uitspraak geoorloofd. Bijvoorbeeld de ware uitspraak: “Jan is een dronkenlap” dient geen algemeen belang, mensen ondervinden namelijk geen hinder van het feit dat Jan drinkt. Dit verandert indien Jan bijvoorbeeld voorzitter van de anonieme alcoholisten is, in dat geval heeft Jan een voorbeeldfunctie. Het algemeen belang is erbij gediend te weten dat Jan regelmatig drinkt. Wel beoordeelt de Rechter vaak als eerste of een smadelijke bewering is gedaan op basis van voldoende feiten. Een bewering die niet waar is kan het algemeen belang namelijk niet dienen. Hoe groter het waarheidsgehalte hoe groter de kans dat de uiting geoorloofd is. Optreden tegen belediging, laster en smaad. Belediging, laster en smaad zijn misdrijven. Indien U slachtoffer bent van een mogelijk smadelijke opmerking op het internet kunt U dus aangifte doen bij de politie. Zij zullen onderzoek doen en vervolgens de dader vervolgen. Steeds vaker wordt de dader echter civielrechtelijk aangepakt. Het doen van dergelijke uitspraken kan namelijk onrechtmatig zijn. Tijdens een Kort Geding kan daarom worden gevorderd de onrechtmatige toestand te doen beëindigen. De dader dient er dan voor te zorgen dat de onrechtmatige uiting van het internet wordt gehaald. Dit op straffe van een dwangsom. De verliezer van het Kort Geding moet daarnaast de proceskosten vergoeden. Een Kort Geding is dus een effectief middel om onrechtmatig internetgebruik af te straffen. Casus Een voormalig medewerker van een opleidingsinstituut beschuldigde the Royal Bank of Scotland (RBS) op, onder andere, Twitter van een miljoenenfraude met de zogenoemde ComfortCard. De Voorzieningenrechter heeft het volgende overwogen: Een bankinstelling is sterk afhankelijk van een goede (integere) reputatie. De te verwachten gevolgen van de verdachtmaking kunnen daarom ernstig zijn. Indien de beschuldiging echter op waarheid berust, is het algemeen belang sterk betrokken. De juistheid van de beschuldiging speelt hierin dus een belangrijke rol. De gedaagde gaf bij zitting aan dat hij slechts de misstanden bij RBS aan de kaak wilde stellen. Hij bleek echter geen enkel bewijs te kunnen leveren van deze misstanden. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld, nu de juistheid van zijn beschuldigingen niet aannemelijk is gevonden. Gedaagde werd dan ook veroordeeld om iedere publicatie van het internet te verwijderen Daarnaast moest gedaagde Google te verzoeken de gewraakte publicaties uit haar zoekresultaten en cache te verwijderen en verwijderd te houden, zodat deze niet meer vindbaar zijn. (Rechtbank ’s-Gravenhage, 26-09-2012, LJN BX8427) Heeft U vragen over uitingen, opmerkingen en beledigingen op het internet. Neem dan contact op met stephan@mulders-advocaten.nl 

    Lees meer
  • Nieuwe regels kinderalimentatie (echtscheiding).

    Nieuwe regels berekening kinderalimentatie. Door: Mulders Advocaten Familierecht. Vanaf 1 april 2013 wordt de richtlijn kinderalimentatie aangepast, met als doel de berekening van kinderalimentatie te vereenvoudigen. Op dit moment stelt men de alimentatie vast, aan de hand van een complex rekenschema. Met ingang van 1 april 2013 wordt dit rekenschema vervangen, door een zogenaamde draagkrachttabel. De draagkrachttabel In deze tabel kan, aan de hand van het netto-besteedbaar inkomen van de alimentatieplichtige, de draagkracht worden berekend. Met de lasten van de alimentatieplichtige wordt, in tegenstelling tot de huidige rekenmethode, geen rekening gehouden. Ouders kunnen in deze tabel dan ook eenvoudig aflezen, hoe hoog de draagkracht van de alimentatieplichtige is. De hoogte van de kinderalimentatie wordt uiteindelijk wel nog steeds aan de hand van de behoefte van het kind vastgesteld. In de nieuwe regeling wordt de behoefte van het kind echter op een andere wijze vastgesteld dan nu nog het geval is. De behoefte van het kind wordt verlaagd met het kindgebonden budget. Door rekening te houden met het kindgebonden budget kan de behoefte van het kind beduidend lager uitvallen, dan nu het geval is. Dit kan dan weer leiden tot een lager bedrag aan te ontvangen kinderalimentatie, immers de alimentatieplicht is nooit hoger dan de behoefte van het kind. Ingangsdatum 1 april 2013. Ten slotte wordt met ingang van 1 april 2013 een zorgkorting ingevoerd. Deze komt in plaats van de huidige omgangskosten van € 5,- . De zorgkorting is onder meer afhankelijk van de hoogte van de behoefte en sluit daardoor meer aan op het niveau van welstand waar een kind aan gewend is. Of recht bestaat op de zorgkorting is mede afhankelijk van de draagkracht. De nieuwe normen gelden vanaf 1 april 2013 voor iedereen die alimentatie ontvangt, dus niet alleen voor nieuwe gevallen. Er bestaat geen officiële overgangsregeling. Uitgangspunt is dat voor alimentatie die toegekend wordt vóór 1 januari 2013 de oude rekenwijze wordt gebruikt, voor alimentatie die toegekend wordt tussen 1 januari en 1 april 2013 de nieuwe en de oude rekenwijze wordt gebruikt en dat vanaf 1 april alle alimentatie via de nieuwe wijze wordt berekend. Alimentatieberekening eenvoudiger. Nu ouders vanaf april 2013 gemakkelijker zelf de hoogte van de alimentatie voor kinderen kunnen berekenen, is er minder noodzaak tot het opstellen van kostbare alimentatieberekeningen. Een hele vooruitgang. Echter, zoals dat gaat in de praktijk, zijn niet alle gevallen zijn zo simpel, zoals hierboven beschreven. Er zullen altijd situaties blijven die niet binnen deze vereenvoudigde rekenmethode vallen. Voor complexe situaties blijft maatwerk dan ook mogelijk. Dat biedt de mogelijkheid rekening te houden met bijzonderheden zoals schulden of bijzondere verplichtingen, ruimere omgang of juist geen omgang, gebrek aan draagkracht, enz. Heeft U vragen over alimentatie, of andere vragen, neem dan gerust, vrijblijvend, contact op met mij via: jeroen@mulders-advocaten.nl, ik sta U graag te woord!  

    Lees meer
  • Schelden tegen een leidinggevende, geen reden voor ontslag (arbeidsrecht).

    Schelden tegen een leidinggevende, reden voor een ontslag op staande voet? Door: Mulders Advocaten arbeidsrecht. De rechtbank Amsterdam heeft op 6 september 2012 besloten dat het uitschelden van een leidinggevende niet altijd een reden tot ontslag op staande voet hoeft op te leveren.   10 jaar in dienst. Een werknemer werd na tien jaar dienstverband ontslagen, omdat hij zijn teamleidster had uitgescholden in zeer grove bewoordingen. De werknemer had nooit eerder dergelijke uitlatingen gedaan. De teamleidster stelde de scheldkanonnade als bedreigend en intimiderend te hebben ervaren. Geen schelden maar een woordenwisseling. Buiten het feit dat de werknemer de specifieke uitlating ontkende (hij stelde dat er sprake was van een woordenwisseling), gaf de werknemer ook aan dat de arbeidsrelatie tussen de teamleidster en een groot aantal werknemers al geruime tijd zeer ernstig verstoord was. Oorzaak conflict. De werknemer stelde dat het conflict veroorzaakt was door de vijandige wijze van communiceren van de teamleidster. Meerdere medewerkers voelden zich door deze manier van communiceren geïntimideerd en ongemakkelijk. Vóór het conflict tussen werknemer in casu en de teamleidster was ontstaan, was er, door een aantal werknemers, dan ook een petitie ingediend, bij de directie, met het dringende verzoek gepaste maatregelen te nemen, om de werksfeer weer plezierig te maken. De directie had hier echter niets mee gedaan. De werkgever heeft ervoor gekozen de werknemer te ontslaan met als reden dat hij de fatsoensnormen had overschreven. Oordeel Kantonrechter. De Kantonrechter te Amsterdam oordeelde in deze zaak dat de werknemer zeker de fatsoensnormen had overschreden, maar liet het feit dat er al eerder een petitie was ingediend tegen de teamleidster zwaarder wegen. De werkgever had volgens de rechter nagelaten om de arbeidsverhoudingen te verbeteren. De rechter oordeelde dat het ontslag disproportioneel was, het ontslag op staande voet hield derhalve geen stand. De werkgever had een minder zware sanctie moeten overwegen, zeker gezien het feit dat de werknemer zich nog niet eerder op een dergelijke manier had gedragen. De werkgever werd veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de werknemer. Conclusie. Uit deze casus blijkt dat zelfs het schelden op een leidinggevende, in zeer grove bewoordingen en het daarbij overschrijden van fatsoensnormen niet automatisch leidt tot een rechtmatig ontslag. Ontslag op staande voet heeft zeer verstrekkende gevolgen voor de werknemer en is derhalve dan ook aan zeer strenge voorwaarden gebonden. Heeft U vragen over ontslag op staande voet, of andere arbeidsrechtelijke vragen, neem dan vrijblijvend contact op met Fons Mulders fons@mulders-advocaten.nl. Bron: LJN BX7330

    Lees meer
  • Betalingstermijnen wettelijk vastgelegd (incasso)

    Betalingstermijnen m.i.v. maart 2013 wettelijk vastgelegd. Door: Mulders Advocaten Incasso. Business-to-business incasso (B2B) Met ingang van 16 maart 2013 treedt er nieuwe regelgeving in werking die wettelijk vastlegt hoelang een betalingstermijn mag zijn. De wet wordt ingevoerd naar aanleiding van de Europese richtlijn bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties. (2011/7/EU). Schuldeisers uit het midden en kleinbedrijf (MKB) krijgen zo meer mogelijkheden om betalingsachterstanden tegen te gaan. De nieuwe regelgeving, bepaalt dat, indien U contractueel niets vastlegt, er uiterlijk binnen 30 dagen na de factuurdatum moet worden betaald. Bij overeenkomst mag men een langere betaaltermijn overeenkomen. Echter, deze mag maximaal 60 dagen zijn. Indien men kan aantonen dat een betalingstermijn, van langer dan 60 dagen, voor geen van beide partijen nadelig is, heeft men de vrijheid om een langere periode af te spreken, waarbinnen moet worden betaald. Bedrijven en overheden. Voor overeenkomsten tussen overheden en bedrijven geldt dat, onder de nieuwe regelgeving, de factuur uiterlijk binnen 30 dagen ná de factuurdatum moet zijn betaald. Afwijken van deze termijn is vrijwel niet mogelijk. Minimum betalingstermijn Zowel voor overeenkomsten tussen bedrijven en overheden, als overeenkomsten tussen bedrijven onderling, komt geen wettelijke minimum betalingstermijn. Partijen maken hierover zelf afspraken. Ook hierbij geldt dat de betalingstermijn niet onredelijk mag zijn. Geen of te late betaling. Betaalt uw debiteur de factuur niet of te laat, dan mag u een vergoeding voor incassokosten vragen. De basis voor deze kosten vindt men in de Wet incassokosten, een regeling die in principe slechts geldt voor transacties tussen consumenten en bedrijven. Indien U echter contractueel niets heeft vastgelegd zal de rechter, ook bij B2B overeenkomsten, terugvallen op de consumenten-staffel, waarmee U beduidend slechter af kunt zijn. Algemene verkoops- en leveringsvoorwaarden. Het is dan ook raadzaam om bij B2B-transacties ervoor te kiezen om, vooraf, in Uw algemene verkoops- en leveringsvoorwaarden, een kostendekkend, percentage incassokosten overeen te komen. De hoogte van de overeengekomen incassokosten dient, wederom, echter wel redelijk te zijn. (Bij de behandeling van het wetsvoorstel is aangegeven dat een percentage van 15% bij zakelijke transacties niet ongebruikelijk is.). Ook kan een minimumbedrag van bijvoorbeeld € 150,- worden overeengekomen. Wij adviseren U dan ook Uw Algemene verkoops- en leveringsvoorwaarden eens grondig onder de loep te nemen en voormelde termijnen door te voeren in uw debiteurenbeheer. Een strak en goed georganiseerd incassobeleid is immers de sleutel tot een laag percentage openstaande vorderingen. Mulders Advocaten kan U hierbij van dienst zijn met haar succesvolle incassosysteem. Mulders Advocaten Incassosysteem. In ons systeem is snelheid een eerste vereiste voor effectief incasseren. Op het moment dat een betalingstermijn verstrijkt, is het noodzaak dat onmiddellijk actie wordt ondernomen. De kans op volledige betaling neemt namelijk cumulatief af naarmate de tijd verstrijkt. Snel handelen is dus essentieel. Geloofwaardigheid is de tweede peiler waar het incasso systeem van Mulders Advocaten op steunt. De wanbetaler moet er van overtuigd zijn dat Mulders Advocaten doet wat zij zeggen. Het Mulders Advocaten incasso systeem is op een zodanige wijze ingericht dat een wanbetaler in 4 contact momenten leert dat Mulders Advocaten geen loze dreigementen uit. Indien u meer informatie verlangt over het Mulders Advocaten incassosysteem, of vragen heeft over wat een incasso advocaat voor u kan betekenen, kunt u vrijblijvend contact opnemen met Jeroen Brandts. via: jeroen@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Nieuwe regels kinderalimentatie (echtscheiding).

    Nieuwe regels berekening kinderalimentatie. Door: Mulders Advocaten Familierecht. Vanaf 1 april 2013 wordt de richtlijn kinderalimentatie aangepast, met als doel de berekening van kinderalimentatie te vereenvoudigen. Op dit moment stelt men de alimentatie vast, aan de hand van een complex rekenschema. Met ingang van 1 april 2013 wordt dit rekenschema vervangen, door een zogenaamde draagkrachttabel. De draagkrachttabel In deze tabel kan, aan de hand van het netto-besteedbaar inkomen van de alimentatieplichtige, de draagkracht worden berekend. Met de lasten van de alimentatieplichtige wordt, in tegenstelling tot de huidige rekenmethode, geen rekening gehouden. Ouders kunnen in deze tabel dan ook eenvoudig aflezen, hoe hoog de draagkracht van de alimentatieplichtige is. De hoogte van de kinderalimentatie wordt uiteindelijk wel nog steeds aan de hand van de behoefte van het kind vastgesteld. In de nieuwe regeling wordt de behoefte van het kind echter op een andere wijze vastgesteld dan nu nog het geval is. De behoefte van het kind wordt verlaagd met het kindgebonden budget. Door rekening te houden met het kindgebonden budget kan de behoefte van het kind beduidend lager uitvallen, dan nu het geval is. Dit kan dan weer leiden tot een lager bedrag aan te ontvangen kinderalimentatie, immers de alimentatieplicht is nooit hoger dan de behoefte van het kind. Ingangsdatum 1 april 2013. Ten slotte wordt met ingang van 1 april 2013 een zorgkorting ingevoerd. Deze komt in plaats van de huidige omgangskosten van € 5,- . De zorgkorting is onder meer afhankelijk van de hoogte van de behoefte en sluit daardoor meer aan op het niveau van welstand waar een kind aan gewend is. Of recht bestaat op de zorgkorting is mede afhankelijk van de draagkracht. De nieuwe normen gelden vanaf 1 april 2013 voor iedereen die alimentatie ontvangt, dus niet alleen voor nieuwe gevallen. Er bestaat geen officiële overgangsregeling. Uitgangspunt is dat voor alimentatie die toegekend wordt vóór 1 januari 2013 de oude rekenwijze wordt gebruikt, voor alimentatie die toegekend wordt tussen 1 januari en 1 april 2013 de nieuwe en de oude rekenwijze wordt gebruikt en dat vanaf 1 april alle alimentatie via de nieuwe wijze wordt berekend. Alimentatieberekening eenvoudiger. Nu ouders vanaf april 2013 gemakkelijker zelf de hoogte van de alimentatie voor kinderen kunnen berekenen, is er minder noodzaak tot het opstellen van kostbare alimentatieberekeningen. Een hele vooruitgang. Echter, zoals dat gaat in de praktijk, zijn niet alle gevallen zijn zo simpel, zoals hierboven beschreven. Er zullen altijd situaties blijven die niet binnen deze vereenvoudigde rekenmethode vallen. Voor complexe situaties blijft maatwerk dan ook mogelijk. Dat biedt de mogelijkheid rekening te houden met bijzonderheden zoals schulden of bijzondere verplichtingen, ruimere omgang of juist geen omgang, gebrek aan draagkracht, enz. Heeft U vragen over alimentatie, of andere vragen, neem dan gerust, vrijblijvend, contact op met mij via: jeroen@mulders-advocaten.nl, ik sta U graag te woord!  

    Lees meer
  • Echtscheiding eenvoudiger door uniformiteit in verdeling van vermogen.

    Landelijk Uniforme werkwijze Verdelen en Verrekenen Door: Mulders Advocaten echtscheiding.   Per 1 april 2013 geldt binnen de Rechtspraak een landelijk uniforme werkwijze Verdelen en Verrekenen voor de afhandeling van de vermogensrechtelijke kant bij of na een echtscheiding. Het gaat bijvoorbeeld om de verdeling of verrekening van bankrekening(en), een huis, de hypotheek, verzekeringspolissen en schulden. De nieuwe landelijk uniforme werkwijze moet leiden tot een efficiëntere procedure. Wat verandert er? In echtscheidingsprocedures worden het echtscheidingsverzoek en alle verzoeken die daar mee samenhangen (bijvoorbeeld alimentatie en het regelen van het gezag over- en de omgang met kinderen) inclusief het verzoek betreffende de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap of verrekening van inkomen en vermogen, voortaan gelijktijdig tijdens de eerste zitting behandeld. Partijen hoeven in beginsel dus maar één keer naar de rechtbank.   Webformulier Voor een meer gestructureerde informatieverschaffing door partijen aan elkaar en aan de rechter is een webformulier ontwikkeld. Dit formulier biedt een overzicht van de samenstelling en de waardering van het te verdelen vermogen van de voormalig echtelieden. Tevens biedt het inzicht in de vraag of sprake is van overeenstemming of een geschil tussen partijen.   Dagvaardingsprocedure Vanaf 1 april zijn partijen of hun advocaten verplicht het webformulier in te dienen. Dat geldt ook voor partijen die er voor hebben gekozen de afhandeling van de vermogensrechtelijke kant van de echtscheiding achteraf via een dagvaardingsprocedure te regelen. Indien U meer informatie wenst over bovenstaand onderwerp kunt U contact opnemen met Jeroen Brandts via 0475 419 419. Bron:rechtspraak.nl

    Lees meer
  • IBAN & SEPA: de gevolgen voor automatische incasso's

    De invoering van IBAN en de gevolgen voor automatische incasso's. Door: Mulders Advocaten Incassorecht.   Op1 februari 2014 zullen in Nederland, als gevolg van de komst van SEPA (single european payment area),  nieuwe betalingsstandaarden ingevoerd worden. Binnen de  EU,  aangevuld met Noorwegen, Liechtenstein, IJsland, Monaco en Zwitserland, introduceert SEPA standaarden die in elk land gelijk zijn, zodat eurobetalingen overal op een gelijke wijze worden uitgevoerd. Voor Nederland heeft dit een behoorlijk aantal gevolgen voor de diverse betalingssystemen waaronder de acceptgiro, overschrijving en de automatische incasso.  Met betrekking tot de automatische incasso volgt hieronder een korte uiteenzetting van de huidige praktijk en wat er gaat wijzigen, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar de elektronische machtiging.   Het huidige incassosysteem In Nederland kennen we de zogenaamde standaard incasso en de bedrijvenincasso. De standaardincasso wordt gebruikt voor betalingen van particulieren, maar kan ook voor zakelijke betalingen worden gebruikt. Bij de standaardincasso met een doorlopende machtiging heeft de debiteur een terugboekrecht van 8 weken. Dit  terugboekrecht ontbreekt in geval van een eenmalige machtiging.   Bij de bedrijvenincasso heeft de debiteur een terugboekrecht van 5 werkdagen wanneer een algemene doorlopende machtiging is afgegeven. Daarnaast kan een doorlopende machtiging zonder terugboekrecht worden afgegeven.   De machtiging   Om een incasso uit te voeren is altijd een machtiging nodig. Deze machtiging kan op dit moment slechts telefonisch of schriftelijk geschieden. De zogenaamde elektronische machtiging is niet rechtsgeldig. Één van de redenen hiervoor is dat bij een elektronische machtiging de identiteit van de opdrachtgever en zijn toegang tot de betreffende rekening niet kan worden vastgesteld. Wanneer een machtiging echter via internet wordt uitgeprint, ondertekend en verzonden, is wel sprake van een rechtsgeldige – want schriftelijke – machtiging. Momenteel worden elektronische machtigingen door de banken echter wel gedoogd.   Wanneer de geldigheid van een machtiging wordt betwist door een debiteur (via een zogenaamde ‘melding onterechte incasso’), dient men een geldige machtiging te tonen aan de bank. Een melding onterechte incasso kan tot 13 maanden na het uitvoeren van een incasso worden gedaan. Indien de men vervolgens geen geldige schriftelijke machtiging kan overleggen aan de bank  heeft de debiteur recht op terugbetaling!   Het nieuwe incassosysteem (SEPA direct debit) Als gevolg van de invoering van SEPA houdt het Nederlandse betaalproduct “incasso” op te bestaan. Deze wordt opgevolgd door de Europese incasso genaamd SEPA direct debit.  SEPA direct debit kent ook twee varianten, te weten de standaard incasso en de zakelijke incasso. In tegenstelling tot de huidige Nederlandse standaard incasso met eenmalige machtiging, heeft de Europese variant een terugboekrecht van 8 weken. Bij de Europese zakelijke incasso met doorlopende machtiging verdwijnt juist het terugboekrecht.   E-mandate: electronische machtiging.   SEPA direct debit kent alleen de schriftelijke machtiging, dus de telefonische machtiging zal niet langer toegestaan zijn. SEPA voorziet niet in incasso door middel van een elektronische machtiging, maar verbiedt dit product ook niet. Nederland is daarom bezig met de ontwikkeling en invoering van een zogenaamd e-mandate, die dezelfde status zal verkrijgen als de schriftelijke machtiging. Hiermee zal het risico verdwijnen dat een debiteur een recht heeft op terugbetaling, doordat geen geldige machtiging getoond kan worden.   De invoering van het e-mandate wordt voor medio 2015 voorzien. Tot die tijd zal de gedoogsituatie met betrekking tot elektronische machtigingen waarschijnlijk  voortduren.   Wat dient U te doen vóór 1 februari 2014? Voor zakelijke incasso’s dienen nieuwe machtigingen verkregen te worden. De reden hiervoor is dat de debiteur vanaf 1 februari 2014 geen terugboekrecht meer heeft. Voor standaard incasso’s blijven de huidige machtigingen gewoon van kracht (dit geldt dus ook voor de gedoogde elektronische machtigingen). Wel dient U aan alle machtigingen enige gegevens toe te voegen om te voldoen aan SEPA. Het betreft de volgende eisen:   Prenotificatie: de debiteur dient minstens 14 dagen voor de afschrijving geïnformeerd te zijn over het bedrag en de datum van debitering. Indien deze termijn korter is dan 14 dagen dient de debiteur hiermee akkoord te gaan. De debiteur kan onmiddellijk akkoord gaan bij de bestelling van een product binnen uw internetomgeving. Incassant ID: de machtigingen dienen een zogenaamd ‘incassant ID’ te bevatten die elke ondernemer ontvangt van de bank waarbij zij bankiert. Kenmerk machtiging: U dient een uniek kenmerk van maximaal 35 tekens te koppelen aan iedere machtiging. Umag dit kenmerk zelf bepalen. IBAN van de debiteur: het langere IBAN (international bank account number) rekeningnummer dient op de machtiging vermeld te worden. Datum ondertekening machtiging: voor de bestaande machtigingen die van kracht blijven (bij standaard incasso’s) wordt de datum gesteld op 1 november 2009. Voor alle nieuwe machtigingen (standaard en zakelijke incasso’s) dient de datum van ondertekening te worden vastgelegd. Indien U meer informatie wenst over bovenstaand onderwerp kunt U contact opnemen met mr. J.F.E. Brandts  via 0475 419 419. Bron: fbo.nl

    Lees meer
  • Hoelangwerkloos.nl: zelf berekenen hoe lang U werkloos zult zijn

    Zelf berekenen hoe lang U werkloos zult zijn. Door: Mulders Advocaten arbeidsrecht. Op de website www.hoelangwerkloos.nl kunt U zelf berekenen hoelang U, naar verwachting, zonder werk zult zitten. Op basis van gegevens van het CBS, het UWV en het GBA wordt een redelijke schatting gemaakt van de duur van de werkloosheid van een ontslagen werknemer. Zo kan dus ook de schade berekend worden die een werknemer leidt als gevolg van zijn ontslag.   Voor de berekening van een ontslagvergoeding wordt de Kantonrechtersformule aanbevolen. De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland gebruikte in plaats daarvan echter de website www.hoelangwerkloos.nl, voor het vaststellen van de schadevergoeding in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure   De situatie Een administratief medewerkster bij een hypotheekadviseur werd ontslagen met toestemming van het UWV. Het bedrijf had door de crisis te maken met een omzetteruggang. De hele administratieve afdeling was opgeheven en de taken waren overgeheveld naar een andere afdeling. De werkneemster was het niet eens met het ontslag en stapte naar de rechter.   De vordering De werkneemster vond het ontslag kennelijk onredelijk en maakte aanspraak op een schadevergoeding van afgerond 22.000 euro. Volgens haar was de ontslagaanvraag onder valse voorwendselen gedaan. Ook vond ze de gevolgen van de opzegging voor haar te groot, in verhouding met het belang van de werkgever bij het ontslag.   Het oordeel De rechter oordeelde dat het ontslag inderdaad kennelijk onredelijk was. Niet vanwege valse voorwendselen, want de economische noodzaak voor het ontslag was voldoende duidelijk en het afspiegelingsbeginsel was correct toegepast. Maar de gevolgen voor de werkneemster waren, ook volgens de rechter  te groot. De leeftijd van de werkneemster, 52 jaar en de lengte van het dienstverband, 15 jaar, speelden een rol in het oordeel. De werkneemster had al tientallen sollicitaties gedaan, zonder succes. Het nadeel van de werkneemster was onevenredig groot in vergelijking met de belangen van de werkgever, aldus de rechter.   Hoe lang werkloos? De werkneemster gaf aan te verwachten de hele uitkeringsduur van 38 maanden werkloos te zijn. De rechter dacht daar anders over. Op basis van de rekentool op de website hoelangwerkloos.nl kwam de rechter op een verwachte werkloosheidsduur van 12 maanden uit. En dat werd uiteindelijk de basis voor de berekening van de schadevergoeding. De werkneemster kreeg dan ook een vergoeding voor de schade van een jaarloon, onder aftrek van de werkloosheidsuitkering. Ziet U zich geconfronteerd met een ontslagprocedure, of heeft U vragen met betrekking tot arbeidrecht? Aarzel niet en neem contact met ons op! 0475-419419 Bron: LJN BZ1018

    Lees meer
  • Onderwaarde bij een echtscheiding, en de restschuld?

    Door: Mulders Advocaten familierecht. Bij een echtscheiding is de verdeling van het huis altijd een belangrijk struikelblok geweest. Huiseigenaren krijgen nu echter te maken met een nieuwe dimensie: het verdelen van de onderwaarde!   De afgelopen jaren is de waarde van onroerend goed in Nederland extreem gedaald. De hypotheekschuld wordt daardoor helaas niet minder. De waarde van onroerend goed is vaak lager dan de hypotheekschuld. De zogenaamde “onderwaarde”. Bij een gedwongen verkoop, door bijvoorbeeld een echtscheiding, blijft er dan een restschuld van vaak wel tienduizenden euro's over.   Wie is verantwoordelijk voor de restschuld en hoe moet deze verdeeld worden? Dat hangt, zoals bijna altijd, af van de omstandigheden van het geval.   Huwelijkse voorwaarden of gemeenschap van goederen?   Het is van belang te weten wie verantwoordelijk is voor de terugbetaling van de geldlening. Indien U getrouwd bent op grond van huwelijkse voorwaarden zijn op voorhand afspraken gemaakt over de schuld binnen het huwelijk. Uitgangspunt van ons recht is dat afspraken behoren te worden nageleefd (“pacta sunt servanda”).   Een andere situatie doet zich voor ingeval van het huwelijk in gemeenschap van goederen. In dat geval worden de bezittingen en schulden verdeeld over beide echtelieden. Iedere partner is dan voor 50% eigenaar van het huis en draagt ook 50% van de schuld. Een eventuele restschuld wordt ook op die manier verdeeld.   Nu verkopen: restschuld verdelen.   Wanneer besloten wordt om de woning zo spoedig mogelijk aan een derde te verkopen zal de hypotheekbank doorgaans de aflossing van de hele restantschuld vragen voordat zij de hypotheek op het onroerend goed vrijgeeft (royement-verlenen). Immers, de hypotheek op de woning is gegeven als zekerheid voor de terugbetaling van de geldlening.   Wanneer de verkoop onvoldoende opbrengt om de gehele lening terug te betalen, en de bank geen royement verleent, kan de woning niet “onbezwaard” worden geleverd. De koper zal daarmee geen genoegen nemen. Hij zal niet willen betalen voor een woning die door de bank verkocht kan worden. Wanneer de verkopers hun lening niet terugbetalen zal de bank immers tot executie en/of verkoop overgaan.   Om überhaupt de woning te kunnen verkopen is het dus noodzakelijk over voldoende geld te beschikken om het verschil tussen de verkoopprijs en het restant van de hypotheekschuld te kunnen bijpassen.   Partner koopt partner uit.   Een van de partners kan ervoor kiezen om het aandeel van de andere partner in de woning over te nemen. In het ideale geval zal de overnemende partij de andere partner moeten uitkopen en een nieuwe hypotheek moeten afsluiten op zijn eigen naam. Deze nieuwe hypotheek geldt dan voor de huidige waarde van het pand.   Bij onderwaarde blijft dan dus een restschuld voor beide partners over. Wanneer, zoals zo vaak, de kopende partij ook de restschuld van de ander overneemt, is dat niet zonder consequenties. Tegenover de bank blijven beide partners verantwoordelijk voor de terugbetaling van de gehele lening. Daarnaast kan de overname van de verplichting door de fiscus beoordeeld worden als een schenking waarover schenkbelasting betaald moet worden.   Over het algemeen verhaalt de bank de restschuld het liefst op de meest vermogende partner. Dier partner moet dan maar op zijn beurt de vordering zien te verhalen op zijn voormalige wederhelft (art 6:10 BW regresvordering). Uiteindelijk staat de minder verdienende partner hierdoor in de schuld bij zijn ex-partner.   Het is goed over deze schuld duidelijke afspraken te maken met Uw ex-partner. Zo weet iedereen waar hij aan toe is. Leg deze afspraken duidelijk vast! Neem in ieder geval een redelijke rente op in de overeenkomst. Op die manier is het belangrijkste argument voor de fiscus, dat er sprake zou zijn van een schenking, getackeld.     Op een later moment verkopen: goede afspraken over kosten.   Het kan voordelig lijken om het huis op een later moment te verkopen omdat het huis bijvoorbeeld onverkoopbaar is. Meestal blijft dan een van de partners zolang in de woning wonen. Dit heeft een aantal gevolgen. Zo kan een gebruiksvergoeding worden afgesproken voor het bewonen van de woning. Ook afspraken over de kosten voor onderhoud zijn wezenlijk voor het voorkomen van conflicten. Belangrijker is dat de hypotheekrenteaftrek na twee jaar vervalt voor de partner die uit huis gaat. Het is van groot belang om over deze kosten goede afspraken te maken. Het is ook verstandig om vast te leggen binnen welke periode (1, 3, 5 jaar) het huis verkocht wordt en voor welke prijs. Vaak wordt vergeten met de gebruiker overeen te komen dat hij, in geval van verkoop, de woning vrij zal opleveren. Het is niet onverstandig om daarbij een boete overeen te komen voor het geval de gebruiker zijn verplichtingen niet nakomt.   Geen overeenstemming.   Wanneer er geen overeenstemming is over de vraag wie in het huis mag blijven wonen wijst de rechter, op verzoek, in de praktijk meestal het huis toe aan de partner bij wie de kinderen blijven wonen. In het uiterste geval kan de verkoop van het eigendomsaandeel in de woning worden afgedwongen. Een openbare veiling is dan het gevolg. Een groot nadeel is dat de verkoop van het aandeel in het huis op deze manier minder oplevert en de kosten hoog zijn. 18 maart: Thema avond onderwaarde onroerend goed. De restschuld bij een echtscheiding brengt vele vragen met zich mee. Mede om die reden organiseert Mulders Advocaten, in samenwerking met ABN AMRO bank op 18 maart een thema-avond over de onderwaarde van onroerend goed. Op deze avond kunt U diverse vragen over dit onderwerp stellen. Voor meer informatie over deze thema avond of om U aan te melden klik hier.  

    Lees meer
  • Belediging, smaad en laster op het internet.

    Wat in de gewone wereld niet mag is op internet ook verboden. Internet is een algemeen toegankelijk en open medium. De gebruikers dienen zich echter bewust te zijn, dat deze vrijheid om zich te uiten, geen vrijbrief is om ongestraft misbruik te kunnen maken van deze vrijheid. Op het internet bent U, net zoals in de echte wereld, aansprakelijk voor Uw acties. Zo kunnen negatieve uitspraken worden gezien als belediging, smaad of laster. U doet er dus goed aan voorzichtig te zijn op het Internet! Belediging, smaad of laster. Een belediging is een algemene negatieve uitspraak over een persoon of organisatie. Smaad wordt gezien als een bewering welke specifiek de eer of goede naam van een persoon aantast. Indien de auteur weet dat een uitspraak niet waar is dan is dat lasterlijk. Bijvoorbeeld: “alle Duitsers zijn dronkenlappen” is beledigend maar “Jan is een dronkenlap” is smadelijk en kan zelfs lasterlijk zijn indien Jan niet drinkt Dit is geen smaad, het is de waarheid. De waarheid spreken is niet altijd een excuus voor smaad. Een uitspraak die de eer en goede naam van iemand aantast moet namelijk een algemeen belang dienen. Alleen in dat geval is een uitspraak geoorloofd. Bijvoorbeeld de ware uitspraak: “Jan is een dronkenlap” dient geen algemeen belang, mensen ondervinden namelijk geen hinder van het feit dat Jan drinkt. Dit verandert indien Jan bijvoorbeeld voorzitter van de anonieme alcoholisten is, in dat geval heeft Jan een voorbeeldfunctie. Het algemeen belang is erbij gediend te weten dat Jan regelmatig drinkt. Wel beoordeelt de Rechter vaak als eerste of een smadelijke bewering is gedaan op basis van voldoende feiten. Een bewering die niet waar is kan het algemeen belang namelijk niet dienen. Hoe groter het waarheidsgehalte hoe groter de kans dat de uiting geoorloofd is. Optreden tegen belediging, laster en smaad. Belediging, laster en smaad zijn misdrijven. Indien U slachtoffer bent van een mogelijk smadelijke opmerking op het internet kunt U dus aangifte doen bij de politie. Zij zullen onderzoek doen en vervolgens de dader vervolgen. Steeds vaker wordt de dader echter civielrechtelijk aangepakt. Het doen van dergelijke uitspraken kan namelijk onrechtmatig zijn. Tijdens een Kort Geding kan daarom worden gevorderd de onrechtmatige toestand te doen beëindigen. De dader dient er dan voor te zorgen dat de onrechtmatige uiting van het internet wordt gehaald. Dit op straffe van een dwangsom. De verliezer van het Kort Geding moet daarnaast de proceskosten vergoeden. Een Kort Geding is dus een effectief middel om onrechtmatig internetgebruik af te straffen. Casus Een voormalig medewerker van een opleidingsinstituut beschuldigde the Royal Bank of Scotland (RBS) op, onder andere, Twitter van een miljoenenfraude met de zogenoemde ComfortCard. De Voorzieningenrechter heeft het volgende overwogen: Een bankinstelling is sterk afhankelijk van een goede (integere) reputatie. De te verwachten gevolgen van de verdachtmaking kunnen daarom ernstig zijn. Indien de beschuldiging echter op waarheid berust, is het algemeen belang sterk betrokken. De juistheid van de beschuldiging speelt hierin dus een belangrijke rol. De gedaagde gaf bij zitting aan dat hij slechts de misstanden bij RBS aan de kaak wilde stellen. Hij bleek echter geen enkel bewijs te kunnen leveren van deze misstanden. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld, nu de juistheid van zijn beschuldigingen niet aannemelijk is gevonden. Gedaagde werd dan ook veroordeeld om iedere publicatie van het internet te verwijderen Daarnaast moest gedaagde Google te verzoeken de gewraakte publicaties uit haar zoekresultaten en cache te verwijderen en verwijderd te houden, zodat deze niet meer vindbaar zijn. (Rechtbank ’s-Gravenhage, 26-09-2012, LJN BX8427) Heeft U vragen over uitingen, opmerkingen en beledigingen op het internet. Neem dan contact op met stephan@mulders-advocaten.nl 

    Lees meer
  • Onderwaarde bij een echtscheiding, en de restschuld?

    Door: Mulders Advocaten familierecht. Bij een echtscheiding is de verdeling van het huis altijd een belangrijk struikelblok geweest. Huiseigenaren krijgen nu echter te maken met een nieuwe dimensie: het verdelen van de onderwaarde!   De afgelopen jaren is de waarde van onroerend goed in Nederland extreem gedaald. De hypotheekschuld wordt daardoor helaas niet minder. De waarde van onroerend goed is vaak lager dan de hypotheekschuld. De zogenaamde “onderwaarde”. Bij een gedwongen verkoop, door bijvoorbeeld een echtscheiding, blijft er dan een restschuld van vaak wel tienduizenden euro's over.   Wie is verantwoordelijk voor de restschuld en hoe moet deze verdeeld worden? Dat hangt, zoals bijna altijd, af van de omstandigheden van het geval.   Huwelijkse voorwaarden of gemeenschap van goederen?   Het is van belang te weten wie verantwoordelijk is voor de terugbetaling van de geldlening. Indien U getrouwd bent op grond van huwelijkse voorwaarden zijn op voorhand afspraken gemaakt over de schuld binnen het huwelijk. Uitgangspunt van ons recht is dat afspraken behoren te worden nageleefd (“pacta sunt servanda”).   Een andere situatie doet zich voor ingeval van het huwelijk in gemeenschap van goederen. In dat geval worden de bezittingen en schulden verdeeld over beide echtelieden. Iedere partner is dan voor 50% eigenaar van het huis en draagt ook 50% van de schuld. Een eventuele restschuld wordt ook op die manier verdeeld.   Nu verkopen: restschuld verdelen.   Wanneer besloten wordt om de woning zo spoedig mogelijk aan een derde te verkopen zal de hypotheekbank doorgaans de aflossing van de hele restantschuld vragen voordat zij de hypotheek op het onroerend goed vrijgeeft (royement-verlenen). Immers, de hypotheek op de woning is gegeven als zekerheid voor de terugbetaling van de geldlening.   Wanneer de verkoop onvoldoende opbrengt om de gehele lening terug te betalen, en de bank geen royement verleent, kan de woning niet “onbezwaard” worden geleverd. De koper zal daarmee geen genoegen nemen. Hij zal niet willen betalen voor een woning die door de bank verkocht kan worden. Wanneer de verkopers hun lening niet terugbetalen zal de bank immers tot executie en/of verkoop overgaan.   Om überhaupt de woning te kunnen verkopen is het dus noodzakelijk over voldoende geld te beschikken om het verschil tussen de verkoopprijs en het restant van de hypotheekschuld te kunnen bijpassen.   Partner koopt partner uit.   Een van de partners kan ervoor kiezen om het aandeel van de andere partner in de woning over te nemen. In het ideale geval zal de overnemende partij de andere partner moeten uitkopen en een nieuwe hypotheek moeten afsluiten op zijn eigen naam. Deze nieuwe hypotheek geldt dan voor de huidige waarde van het pand.   Bij onderwaarde blijft dan dus een restschuld voor beide partners over. Wanneer, zoals zo vaak, de kopende partij ook de restschuld van de ander overneemt, is dat niet zonder consequenties. Tegenover de bank blijven beide partners verantwoordelijk voor de terugbetaling van de gehele lening. Daarnaast kan de overname van de verplichting door de fiscus beoordeeld worden als een schenking waarover schenkbelasting betaald moet worden.   Over het algemeen verhaalt de bank de restschuld het liefst op de meest vermogende partner. Dier partner moet dan maar op zijn beurt de vordering zien te verhalen op zijn voormalige wederhelft (art 6:10 BW regresvordering). Uiteindelijk staat de minder verdienende partner hierdoor in de schuld bij zijn ex-partner.   Het is goed over deze schuld duidelijke afspraken te maken met Uw ex-partner. Zo weet iedereen waar hij aan toe is. Leg deze afspraken duidelijk vast! Neem in ieder geval een redelijke rente op in de overeenkomst. Op die manier is het belangrijkste argument voor de fiscus, dat er sprake zou zijn van een schenking, getackeld.     Op een later moment verkopen: goede afspraken over kosten.   Het kan voordelig lijken om het huis op een later moment te verkopen omdat het huis bijvoorbeeld onverkoopbaar is. Meestal blijft dan een van de partners zolang in de woning wonen. Dit heeft een aantal gevolgen. Zo kan een gebruiksvergoeding worden afgesproken voor het bewonen van de woning. Ook afspraken over de kosten voor onderhoud zijn wezenlijk voor het voorkomen van conflicten. Belangrijker is dat de hypotheekrenteaftrek na twee jaar vervalt voor de partner die uit huis gaat. Het is van groot belang om over deze kosten goede afspraken te maken. Het is ook verstandig om vast te leggen binnen welke periode (1, 3, 5 jaar) het huis verkocht wordt en voor welke prijs. Vaak wordt vergeten met de gebruiker overeen te komen dat hij, in geval van verkoop, de woning vrij zal opleveren. Het is niet onverstandig om daarbij een boete overeen te komen voor het geval de gebruiker zijn verplichtingen niet nakomt.   Geen overeenstemming.   Wanneer er geen overeenstemming is over de vraag wie in het huis mag blijven wonen wijst de rechter, op verzoek, in de praktijk meestal het huis toe aan de partner bij wie de kinderen blijven wonen. In het uiterste geval kan de verkoop van het eigendomsaandeel in de woning worden afgedwongen. Een openbare veiling is dan het gevolg. Een groot nadeel is dat de verkoop van het aandeel in het huis op deze manier minder oplevert en de kosten hoog zijn. 18 maart: Thema avond onderwaarde onroerend goed. De restschuld bij een echtscheiding brengt vele vragen met zich mee. Mede om die reden organiseert Mulders Advocaten, in samenwerking met ABN AMRO bank op 18 maart een thema-avond over de onderwaarde van onroerend goed. Op deze avond kunt U diverse vragen over dit onderwerp stellen. Voor meer informatie over deze thema avond of om U aan te melden klik hier.  

    Lees meer
  • DDoS aanval: Banken aansprakelijk voor schade!

    Kunnen banken aansprakelijk worden gehouden voor schade door DDoS aanvallen? Door: Mulders Advocaten: Internetrecht. De afgelopen maanden heeft de bancaire sector te leiden gehad van zogenaamde Distributed Denial of Service (DDoS) aanvallen. Het gevolg was dat het betalingsverkeer in april behoorlijk ontregeld was. Vele partijen hebben dan ook schade ondervonden door de aanval. Te denken valt aan ondernemers die geen PIN-betalingen meer konden ontvangen maar ook bijvoorbeeld online beleggers. De ham-vraag is dan ook: Kunnen banken aansprakelijk worden gesteld voor schade ontstaan door DDoS aanvallen? Volgens de Nederlandse Vereniging van Banken kan dat in ieder geval niet. Voorzitter Boele Staal bericht op 15 april 2013 dat compensatie zeker niet aan de orde is omdat de banken er “alles aan doen” om deze aanvallen te voorkomen. Dat zijn duidelijke woorden. Toch is het maar de vraag deze stelling houdbaar blijkt in de rechtszaal.   Overeenkomsten en wanprestatie. Iemand die gebruik wil maken van de diensten van een bank sluit daartoe een overeenkomst af met die bank. Die overeenkomst komt kort gezegd op het volgende neer. De ondernemer betaalt een vergoeding en de bank voorziet in ruil daarvoor in bijvoorbeeld PIN-transacties of een bankrekening. Op grond van deze overeenkomst heeft de bank dus een leveringsverplichting. Als het betalingsverkeer ontregeld raakt komt de bank haar deel van de overeenkomst niet na en pleegt zij wanprestatie. Ingevolge art. 6:74 is een schuldenaar (in dit geval de bank) die toerekenbaar tekort schiet in de nakoming van een overeenkomst gehouden schade die daaruit ontstaat te vergoeden. De plicht tot het vergoeden van schade vervalt in geval van overmacht (art. 6:75 BW). De tekortkoming is dan immers niet meer toerekenbaar. Is een beroep op overmacht ex art 6:75 BW haalbaar? Een beroep op overmacht brengt een bewijsplicht met zich mee. De bank moet bewijzen dat zij, binnen de grenzen van het redelijke voldoende maatregelen heeft genomen om de tekortkoming (het uitvallen van het betalingsverkeer) te voorkomen. Banken vervullen een maatschappelijke plicht, dit brengt met zich mee dat van banken een hoge mate van zorgvuldigheid wordt verwacht met betrekking tot het betalingsverkeer (HR 29-09-1995, NJ 1998, 81). Daar komt ook nog eens bij dat de banken jarenlang het gebruik van elektronisch betaalverkeer hebben gestimuleerd. Deze factoren kunnen reden zijn voor een rechter aan banken een hogere maatstaf op te leggen op het gebied van beveiliging tegen cyberaanvallen. In de overeenkomst kan worden vastgelegd in welke gevallen er sprake is van overmacht. Of de bank een beroep op overmacht kan doen hangt dus af van de overeenkomst tussen de bank en de schadelijdende. De verwachting is dan ook dat banken bij toekomstige overeenkomsten een DDoS aanval aanval als overmacht zullen bestempelen. Zelfs indien een dergelijke bepaling is contractueel is vastgelegd is het nog maar de vraag of een bank niet onrechtmatig handelt door niet aan de bovengenoemde maatschappelijke verplichting te voldoen. In het belang van de discussie zal ik er echter hierna vanuit gaan dat er geen sprake is van een dergelijke contractuele bepaling. De bank zou zich op het standpunt kunnen stellen dat zij niet bekend was, of behoorde te zijn, met het gevaar dat vanuit de DDoS aanvallen kwam. Deze stelling lijkt moeilijk vol te houden. Een DDoS aanval is namelijk een vrij basale en alom bekende techniek om een systeem aan te vallen. Bovendien was de Rabobank in januari 2013 al slachtoffer van een kleinschalige DDoS aanval. Het is daarom niet vol te houden dat een bank niet bekend zou zijn geweest met het gevaar van de DDoS aanval. De bank kan zich ook op het standpunt stellen dat zij een DDoS aanval niet had kunnen tegenhouden. Dat standpunt is evenmin geloofwaardig gezien de banken, binnen twee weken na de aanval, wel maatregelen konden nemen om aanvallen in de toekomst te voorkomen, of in ieder geval de gevolgen en de duur ervan te beperken. Daaruit blijkt dat er reeds technische oplossing voorhanden waren ter afwending van het DDoS gevaar. Door het niet tijdig nemen van maatregelen die ter beschikking stonden ter bestrijding van DDoS aanvallen heeft het management van de banken bewust het risico aanvaard dat schade zou kunnen ontstaan bij haar klanten. Naar mijn mening zijn de banken dan ook voor deze schade aansprakelijk. Een beroep op overmacht zou in ieder geval een ferme bewijsopdracht met zich meebrengen. Nu de banken bekend waren met het risico en er bovendien voldoende maatregelen waren om het risico te beperken lijkt het beroep op overmacht kansloos.   Conclusie Het is dus maar de vraag of de banken zich met recht op overmacht kunnen beroepen. Indien U schade hebt geleden door de DDoS aanvallen en deze wilt verhalen kunt U contact met mij opnemen. Wij zullen Uw casus op haalbaarheid beoordelen. Ook indien U om andere redenen meer informatie wilt ontvangen over dit onderwerp kunt U contact opnemen via fons@mulders-advocaten.nl Bron: njblog.nl, vk.nl

    Lees meer
  • Crowdfunding, de juridische aspecten en risico's

    Crowdfunding, de juridische aspecten en risico's Door: Mulders Advocaten: Internetrecht. Crowdfunding is al zo oud als de beschaving. Het inzamelen van geld door middel van een collecte is een goed voorbeeld. Tegenwoordig biedt crowdfunding de moderne ondernemer een kans om, zonder bank of grote investeerder, de financiering voor zijn product rond te krijgen. Het is dus niet vreemd dat crowdfunding in opmars is nu de banken de hand op de knip houden.   Wat is crowdfunding? Crowdfunding is het ophalen van een geldbedrag bij een grote groep investeerders. Iedere investeerder stapt voor een klein geldbedrag in waardoor het risico beperkt blijft. Zodra voldoende investeerders zich inschrijven gaat het project door.   Crowdfunding wordt tegenwoordig vaak via een (online) platform aangeboden. Een platform brengt ondernemers en investeerders bij elkaar. Inmiddels zijn er vele platformen beschikbaar waarop ondernemers in de dop hun project kunnen aanbieden. In veel gevallen wordt ook een tegenprestatie geboden voor de investering. Dit kan bijvoorbeeld een beloning in natura zijn (een product), aandelen, of terugbetaling van de investering met rente. De tegenprestatie varieert vaak per platform. Als ondernemer is het dus verstandig om goed na te denken over welk platform U gebruikt en welke tegenprestatie U biedt.   Het juridische aspect van crowdfunding. Er is op dit moment geen specifieke wetgeving op het gebied van crowdfunding. Toch is het verstandig om de juridische gevolgen van crowdfunding goed in kaart te brengen. Het verwerven van fondsen valt namelijk onder de Wet financieel toezicht (Wft) en de Autoriteit Financiële markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) hebben bevoegdheden om dit te reguleren. Zowel de investeerder als de ondernemer als het platform kunnen onder de Wft vallen. Zo is het zonder vergunning bijvoorbeeld voor bedrijfsmatige investeerders niet toegestaan om financiering te verschaffen aan consumenten. Ook is het niet toegestaan om zomaar leningen te aan te trekken. Het aanbieden van effecten (aandelen) is ook alleen toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De AFM heeft onlangs een 10 stappenplan voor Crowdfunding gepubliceerd. Dit kan er op wijzen dat crowdfunding in de toekomst strenger in de gaten gehouden zal worden. Dit stappenplan kunt U hier vinden. Tenslotte is het wel interessant om te kijken naar de rechtsvorm waarin de crowdfunding gegoten wordt. Zo kunt U bijvoorbeeld, met vergunning, besluiten om via crowdfunding aandelen uit te geven. Dit heeft echter tot gevolg dat de ondernemer een groot aantal aandeelhouders heeft waarmee hij constant moet onderhandelen. Een oplossing hiervoor is het oprichten van een coöperatie van investeerders. De coöperatie wordt vervolgens aandeelhouder voor het totale bedrag dat opgehaald is.   Zoals U kunt lezen kleven er nogal wat juridische consequenties aan de vorm en wijze van crowdfunding. Het loont zich dan ook om U zich hier op voorhand goed over te laten informeren. Het gaat immers over Uw nieuwe onderneming, Uw investering, of Uw platform.     Risico's van crowdfunding Onlangs hebben de AFM en DNB voor de risico's die aan het investeren via crowdfunding verbonden zijn. Een van de belangrijkste risico's is dat partijen bij crowdfunding elkaar in onvoldoende mate kennen. Voor de ondernemer is het van belang dat de the toegezegde bedrag ook daadwerkelijk wordt betaald. Voor de investeerder is het van belang te weten dat men te maken heeft met een serieuze marktpartij die in staat is de geïnvesteerde bedragen uiteindelijk terug te betalen. (Meer info: BND Nieuwsbrief d.d. 02-05-2013) Indien U meer informatie wilt over crowfunding en de juridische aspecten daarvan kunt U contact met ons opnemen via 0475-419-419 of stephan@mulders-advocaten.nl  

    Lees meer
  • Vreemdgegaan, toch recht op alimentatie: "Betaald vreemdgaan"

    Vreemdgegaan, toch recht op alimentatie: "Betaald vreemdgaan" Door: Mulders Advocaten echtscheiding. Overspel is een bekend fenomeen in scheidingszaken. In een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, van 18 april 2013, stond de rechter voor de vraag of de wel vrouw recht had op alimentatie, nu zij negen jaar lang een relatie zou hebben gehad met haar zwager (de man van haar zus)?   De man vond dat hij geen alimentatie hoefde te betalen vanwege wangedrag van de vrouw, de vrouw vond dat zij gewoon recht had op alimentatie en betwiste dat zij overspel had gepleegd.   Casus Partijen in kwestie waren getrouwd vanaf 1981. In 2012 kwam een einde aan het sprookje. Bij de scheiding werd door de rechtbank bepaald dat de man partneralimentatie moest betalen. De man zag dit echter, door vermoedens van negen jaar overspel, niet zitten en ging hiertegen in beroep.   Wangedrag De man stelde in de procedure dat er sprake was van wangedrag van de vrouw. De vrouw was negen jaren vreemd gegaan met de man van haar zus. Hij gaf aan dat er hierdoor geen sprake meer was van enige lotsverbondenheid. (De rechter kan een onderhoudsverplichting matigen wanneer de onderhoudsgerechtigde zich in dergelijke mate tegenover de onderhoudsplichtige heeft misdragen, dat het niet redelijk is te vragen om partneralimentatie Aangezien de plicht tot het betalen van partneralimentatie is gebaseerd op de door het huwelijk ontstane lotsverbondenheid, kon hij niet langer aan zijn alimentatieplicht gehouden worden, stelde de man.   Lotsverbondenheid De rechter besloot als volgt. De man en de vrouw hadden de laatste negen jaren van hun huwelijk samengewoond, het door de man gestelde wangedrag van de vrouw had hier kennelijk niet aan in de weg gestaan. De rechter oordeelde dat er derhalve sprake was van een voldoende mate van lotsverbondenheid, waardoor het overspel de alimentatieplicht niet doorbroken had. Kortom: het hof zag geen aanleiding om de alimentatieplicht van de man te beëindigen of te matigen. Met andere woorden, de vrouw was betaald vreemdgegaan!   Mocht U vragen hebben met betrekking tot alimentatie in het bijzonder, of echtscheiding in het algemeen neem dan vrijblijvend contact op met ons kantoor. 0475-419419 of via jeroen@mulders-advocaten.nl.

    Lees meer
  • Ziek melden tijdens tijdens de ontslagaanvraag UWV: het opzegverbod.

    Samenvallen ziekte en ontslagaanvraag UWV Door: Mulders Advocaten arbeidsrecht. Een werkgever mag een zieke werknemer niet ontslaan. Dit zogenaamde “opzegverbod” is bepaald in artikel 7:670 lid 1 BW. Het komt echter voor dat een werknemer gebruik maakt van deze bescherming om zich bij ontslag snel nog even ziek te melden. De werkgever heeft dan een opzegverbod en kan de werknemer niet meer ontslaan.   In de wet is om die reden geregeld dat het opzegverbod niet geldt indien de werknemer op de hoogte was van de bij het UWV aangevraagde ontslagvergunning. Een logisch verhaal, immers de werknemer heeft zich pas ziek gemeld nadat het UWV de vergunningaanvraag heeft ontvangen. Het gaat het hier dan ook om een antimisbruikbepaling die moet voorkomen dat werknemers aan een opzegging kunnen ontkomen door te ‘ziek vieren’.   Maar let op! Dit geldt niet altijd. Volgens de wet is niet het tijdstip van de ziekmelding, maar de aanvang van de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte relevant. Dat onderscheid kan van belang zijn, zo blijkt uit een uitspraak van de kantonrechter uit 2001. Deze oordeelde dat, zelfs al is de ziekmelding ruimschoots na ontvangst van de opzegvergunning gedaan (meer dan drie weken nadien) tóch het opzegverbod kan gelden, als door een deskundige achteraf wordt geoordeeld dat de werknemer ten tijde van de aanvraag als arbeidsongeschikt moest worden beschouwd.   Ziekmelding op de dag dat het UWV de aanvraag ontslagvergunning ontvangt.   Een ander onderwerp van discussie is de ziekmelding op de dag dat het UWV de aanvraag voor een ontslagvergunning ontvangt. In een toelichting op de wettekst is aangegeven dat, als de werknemer ziek wordt op dag waarop het UWV het ontslagverzoek ontvangt, het belang van de werknemer voorgaat en dus het opzegverbod geldt.   Deze regel wordt echter niet altijd consequent toegepast. Zowel de kantonrechter in Haarlem en Amsterdam bepaalde dat, ook al meldde de werknemer zich ziek op dezelfde dag als het UWV de ontslagaanvraag ontving, er toch geen sprake hoefde te zijn van een opzegverbod.   Het Hof ’s-Hertogenbosch daarentegen, heeft recentelijk weer letterlijk de toelichting op het wetsartikel gevolgd. De werknemer die ziek wordt op dezelfde dag als dat het UWV het verzoek om een ontslagvergunning heeft ontvangen kan zich terecht beroepen op het opzegverbod. Dat de werknemer zich pas ziek meldde nadat de werkgever aan hem had meegedeeld dat een ontslagvergunning voor hem was aangevraagd, veranderde daar niets aan.   Conclusie en oplossing.   Gezien het feit dat de rechterlijke macht hier geen vaste lijn in volgt, ligt er een risico in het aanvragen van een ontslagvergunning na, of onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de werknemer. Immers, de werknemer kan zich na de mededeling ziek melden.   Dit kan eenvoudig voorkomen worden door de werknemer pas een dag na het aanvragen van de ontslagvergunning in te lichten over het ontslagvoornemen. In dat geval zal de ziekmelding altijd te laat zijn.   Kortom: “timing is everything”, zeker voor het moment waarop een werkgever zijn werknemer informeert over een ingediende ontslagaanvraag bij het UWV.   Mocht U naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben dan kunt U contact opnemen met ons kantoor via 0475-419419 of via jeroen@mulders-advocaten.nl   Bron: JAR 272, 15.

    Lees meer
  • Smakelijk eten... of toch niet?

    Smakelijk eten... of toch niet? Door: Mulders Advocaten arbeidsrecht. Een werkneemster van een supermarkt is op 30 december 2012 op staande voet ontslagen wegens het verduisteren en nuttigen van, voor de verkoop of proeverij bestemde bedrijfseigendommen. Ze nuttigde tijdens haar werkuren een stuk stokbrood, een punt appeltaart, een appelflap en een zogenaamd pecannotenbroodje. Daarnaast hield de werkneemster zich, volgens haar werkgever, nooit aan werktijden en klokprocedures.   Werkneemster vond niet dat er sprake was van een dringende reden die het ontslag rechtvaardigt en stelde daarnaast dat het proeven van verscheidene producten een gebruik was dat behoorde tot de bedrijfscultuur van de supermarkt. Zij riep dan ook vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet in.   Ten aanzien van de werktijden stelt werkneemster dat zij hier inderdaad op aangesproken was middels een waarschuwingsbrief, maar dat zij nog niet de mogelijkheid had gekregen van de werkgever om haar gedrag aangaande de kloktijden te verbeteren. Zij had de waarschuwingsbrief namelijk pas op 29 december ontvangen en op 31 december 2012 ontving zij de bevestiging van het ontslag op staande voet.   De werkgever verweerde zich met het argument dat het huisreglement regels bevat met betrekking tot fraude en diefstal en dat er een 'zero-tolerancebeleid' wordt gevoerd. Werkgever geeft aan dat werkneemster veel te ver is gegaan in het 'proeven van etenswaren' aangezien zij deze etenswaren voor haarzelf apart had gelegd en in grote hoeveelheden tot zich had genomen.   De kantonrechter oordeelde dat de werkneemster inderdaad te ver is gegaan. Zij heeft producten aan de kant gelegd en afgesneden en heeft meerdere happen van één of meer appelflappen genomen. Er kan derhalve geen sprake meer zijn van 'controle' en van 'proeven'. Werkneemster was bovendien een 'gewaarschuwd mens', aangezien de werkgever duidelijk heeft aangegeven dat er een zero-tolerancebeleid bestaat op de werkvloer. Werkneemster had namelijk al eerder een waarschuwing gehad, vanwege het openen van een pakje kauwgum, voor dat zij deze had afgerekend.   De kantonrechter gaf de werkgever in dezen gelijk, zeker aangezien werkneemster had erkend dat zij fout was in de kwestie over de appelflappen. Het ontslag op staande voet was volgens de rechtbank terecht. Daarnaast werd de werkneemster ook nog veroordeeld in de proceskosten. Een mooi voorbeeld van kleine hapjes, grote gevolgen.   Mocht U naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben dan kunt U contact opnemen met ons kantoor via 0475-419419 of via fons@mulders-advocaten.nl   Bron: LJN: BZ9193

    Lees meer
  • Hoe kunt U voorkomen dat debiteuren te laat betalen.

    Te laat betalende debiteuren: Hoe te voorkomen Door: Mulders Advocaten Incassorecht.   De plaag van elke ondernemer: klanten die te laat betalen. Maar waar ligt dat nu aan, dat Uw factuur altijd te laat wordt betaald en de factuur van Uw concurrent altijd binnen de betalingstermijn?   Veel van Uw klanten houden er het “drie stapeltjes principe” op na. Op stapel 1 komen de facturen terecht die gelijk betaald moeten worden, omdat er anders problemen volgen, op stapel 2 komen de facturen die nog wel even mogen wachten en op stapel 3 komen de facturen die “ooit nog wel eens betaald moeten worden”. U wilt natuurlijk dat Uw facturen op de eerste stapel terecht komen.   Ervaring leert dat alles begint met de juiste uitstraling. De klant moet begrijpen dat U, als professional, waarde hecht aan stipte betaling en dat, indien hij of zij zich hier niet aan houdt, er maatregelen zullen volgen.   Een dergelijke uitstraling begint met discipline. Stuur bijvoorbeeld altijd zo snel mogelijk een factuur na levering van een dienst of product. (Laat factureren verkleint de kans op betaling. m.a.w. factureer snel en regelmatig.) Hanteer daarbij strikte termijnen: Bij een betalingstermijn van 14 dagen, ontvangt de klant op dag 15 een herinneringsbrief als er niet betaald is. In deze herinneringsbrief geeft U een nieuwe betalingstermijn van, bijvoorbeeld, 7 dagen. Betaalt de debiteur niet binnen deze termijn dan ontvangt de debiteur meteen een brief van Uw advocaat. Door duidelijke termijnen te stellen én te hanteren, creëert U geloofwaardigheid bij Uw debiteuren.   Verder nog een paar tips:     Indien U zaken doet met een B.V en U vertrouwt de kredietwaardigheid van de B.V. niet, vraag persoonlijke borgstelling van de directeur. Hanteer duidelijke leveringsvoorwaarden en betalingscondities en deponeer deze bij de Kamer van Koophandel of de griffie van de Rechtbank. Druk de belangrijkste onderdelen van uw algemene voorwaarden op de achterzijde van uw briefpapier af en vermeld hierin duidelijk de betalingscondities Zorg altijd voor bewijs dat uw klanten akkoord zijn met uw leverings- en betalingsvoorwaarden. Zorg dat u precies weet wie namens een bedrijf bevoegd is om contracten te tekenen. (Dit kunt u controleren via de Kamer van Koophandel. ) Vermeld op uw facturen altijd een betalingstermijn. Bevestig altijd de inhoud van de telefoongesprekken en de afspraken die u maakt met uw debiteur en probeer, indien mogelijk, van elke opdracht een schriftelijk bewijs voor handen te hebben. (Adequate dossiervorming is essentieel bij niet betaling!) Let op verjaring. Vorderingen verjaren na vijf jaar. De verjaringtermijn kan worden gestopt (gestuit) door middel van de toezending van een aangetekende sommatie tot betaling. Neem alleen nieuwe opdrachten aan als de vorige opdrachten zijn betaald. Neem telefonisch contact met Uw klant op, na versturing van de eerste betalingsherinnering. Wacht niet te lang met het inschakelen van een incasso-advocaat. Naarmate meer tijd verstrijkt wordt de kans op verhaal aanzienlijk kleiner. Net als de tip van snel factureren en aanmanen, geldt ook hier, dat door snel en daadkrachtig te reageren de vordering sneller zal zijn betaald!   Mocht U nog vragen hebben over dit artikel of over incasso in het algemeen neem dan vrijblijvend contact met mr. J. Brandts. (jeroen@mulders-advocaten.nl of 0475-419419

    Lees meer
  • Geen relatie, toch alimentatie.

    Geen relatie, toch alimentatie. Door: Mulders Advocaten echtscheiding.   Een jongeman van 18 jaar leert een leuke jongedame kennen in de discotheek. Ze hebben geen relatie, maar besluiten toch om gezamenlijk de nacht door te brengen. 9 maanden later ontvangt de man het bericht dat hij vader is geworden. Bestaat er voor deze jongen de plicht om alimentatie te betalen voor het kind?   Het antwoord is ja. Voor de vraag of een ouder een alimentatieplicht heeft naar het kind toe, is niet van belang of er een relatie tussen de ouders is geweest. Dus ook wanneer een kind uit een eenmalig contact wordt geboren, zal de niet-verzorgende ouder alimentatie moeten betalen.   Een veel gehoorde opvatting is dat het kind eerst erkend moet worden door de vader, alvorens er een alimentatieplicht zou bestaan bestaat. Echter, ook een biologische vader, die zijn kind niet heeft erkend, heeft op basis van zijn biologische vaderschap een onderhoudsplicht naar het kind toe. Het maakt voor het recht op kinderalimentatie dus niet uit of het kind wel of niet erkend is.   Erkenning is enkel een juridische handeling waarmee de biologische vader, of een andere persoon, juridisch gezien, de vader wordt. Dit is van belang wanneer een kind buiten een huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren wordt. Een vader kan niet zomaar zijn kind erkennen, hiervoor is toestemming van de moeder of vervangende toestemming van de rechter nodig.   Kortom: zelfs een niet erkend kind geeft de moeder het recht op kinderalimentatie van de biologische vader. Een one night stand kan negen maanden later dus uitlopen op een iets langere verplichting tot betaling van alimentatie.   Mocht U vragen hebben met betrekking tot alimentatie in het bijzonder, of echtscheiding in het algemeen neem dan vrijblijvend contact op met ons kantoor. 0475-419419 of via jeroen@mulders-advocaten.nl.  

    Lees meer
  • Royeren verenigingslid

    Kan een lastig lid uit de vereniging worden gezet? In de regel zijn mensen lid van een vereniging voor hun plezier. Soms komt het voor dat één lid van de vereniging dit plezier voor de andere leden vergalt. Kan een dergelijk lastig lid uit de vereniging worden gezet? Anders gezegd: hoe gaat het beëindigen van het lidmaatschap van een vereniging in zijn werk? Een praktijkgeval: Een vereniging van amateurtuinders verhuurt een volkstuintje aan een vrouwelijk lid. Deze dame houdt er echter zo haar eigen regels op na. Zowel van het fiets- als het autoverbod trekt zij zich weinig aan en ook aan het verbod tot overnachting heeft zij maling. Daarnaast vervult zij haar gemeenschappelijke taken niet en onderhoudt zij haar tuintje slecht. Na vele waarschuwingen is voor het bestuur de maat vol, zij ontzet mevrouw uit haar lidmaatschap. Mevrouw is het hier niet mee eens en wendt zich tot de Rechtbank Rotterdam. Zij vordert bij de rechtbank om het besluit van het bestuur te vernietigen. Zij ontkent haar gedragingen en volgens haar is het royement in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Hoe werkt opzegging en royement? Volgens 2:35 BW eindigt het lidmaatschap, onder andere door opzegging door de vereniging, of door ontzetting uit het lidmaatschap (royement). Royement kan bijvoorbeeld wanneer een lid niet meer aan de door de statuten gestelde vereisten voor het lidmaatschap voldoet, maar ook wanneer van de vereniging redelijkerwijs niet meer gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Royement kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglement, of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Formele vereisten De formele vereisten, waaraan een opzegging of royement moet voldoen, zijn onder andere, dat er een bestuursbesluit moet zijn genomen, dat schriftelijk aan het lid bekend wordt gemaakt. Wanneer er sprake is van royement, moet het geroyeerde lid de mogelijkheid van beroep (bij de ledenvergadering, of een aangewezen derde) zijn gegeven. Feitelijke vereisten Naast deze formele vereisten zal er ook gekeken moeten worden, of het royement steunt op voldoende feitelijke grondslag. Deze meer feitelijke belangenafweging komt voort, uit de redelijkheid en billijkheid. Die schrijft voor, dat degenen die bij de organisatie van de rechtspersoon zijn betrokken zich tegenover elkaar moeten gedragen naar wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit tot royement, of opzegging , dat in strijd met deze norm tot stand is gekomen, is vernietigbaar. In dit kader dient onderzocht te worden of en hoe vaak feitelijk sprake is geweest van een overtreding van een verboden handeling alsmede de ernst van die overtredingen. Dit om de meer algemene vraag te kunnen beantwoorden, of het lid zich als een behoorlijk lid van de vereniging heeft gedragen? Verstoorde verstandhouding Verder zal de vereniging moeten aantonen, dat de verstandhouding, tussen enerzijds het geroyeerde lid en anderzijds het bestuur en (een aantal van) de leden van de vereniging, ernstig en duurzaam verstoord is, door de gedragingen van het geroyeerde lid. Die verstoorde verstandhouding moet voorts van dien aard zijn dat het, van de vereniging in redelijkheid niet verwacht kan worden, dat zij het lidmaatschap langer laat voortduren. Rechtbank Rotterdam In de casus van de amateurtuindersvereniging achtte de Rechtbank Rotterdam de verstandhouding, tussen enerzijds eiseres en anderzijds het bestuur van de vereniging, ernstig en duurzaam verstoord, door het gedrag van de dame. Die verstoorde verstandhouding werd van dien aard geacht dat het van de vereniging in redelijkheid niet verwacht kon worden, dat zij het lidmaatschap langer laat voortduren. Deze opzegging was dus niet onredelijk en houdt dan ook stand. Het royement van een lid kan zowel voor uw vereniging, als het lid verstrekkende gevolgen hebben. Zijn de belangen van zowel het lid, als de vereniging voldoende afgewogen? Zijn de juiste formaliteiten in acht genomen? Typisch een geval waarbij een helder en duidelijk advies u in staat stelt de juiste beslissingen te nemen. Mocht u behoefte hebben aan meer informatie omtrent dit onderwerp? Wij staan u graag te woord!

    Lees meer
  • Onduidelijkheid over gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning

    In echtscheidingen wordt het voorlopig (voortgezet ) gebruik van de echtelijke woning doorgaans aan één van partijen toegekend. De rechter kan het gebruik van de woning aan één van partijen toewijzen, tot een half jaar na de datum van echtscheiding. Tegelijkertijd kan de rechter bepalen dat de partij aan wie dit voortgezet gebruik werd toegewezen, aan de andere partij de helft van de waarde van het gebruik als vergoeding voor gemist genot of gebruik dient te betalen. De vraag of een dergelijke vergoeding verschuldigd is hangt af van de omstandigheden van het geval. In haar op 8 december 2010 gewezen beschikking, heeft de rechtbank te Amsterdam geoordeeld, dat de vrouw de helft van het fictief rendement van de overwaarde aan de man dient te betalen. De rechtbank heeft in dat verband overwogen, dat een rendement van 4% over belegd vermogen op grond van de economische situatie thans niet haalbaar is.De rechtbank gaat darom uit van een percentage van 2,5 %. Vervolgens overweegt de rechtbank dat zij het redelijk vindt om rekening te houden met het feit dat twee van de drie kinderen van partijen nog in de woning wonen. Om die reden halveert de rechtbank het betreffende bedrag vervolgens.   Het gerechtshof `s-Gravenhage, heeft in zijn arrest van 7 mei 2008 geoordeeld, dat de vergoeding moet worden geacht te strekken ter compensatie van het gemis van gebruik en genot van de echtelijke woning, welke aan beide echtgenoten in gelijke mate toekomen. Dit impliceert, dat de derving van rente op zichzelf geen grond voor toekenning van de onderhavige vergoeding kan vormen. Het Hof heeft het in de gegeven omstandigheden redelijk en billijk geacht om het gemis van het gebruik en genot van de echtelijke woning voor de vrouw, over de betreffende periode, te waarderen op 4% van de helft van de overwaarde van de echtelijke woning op jaarbasis. Uitgaande van de tussen partijen vaststaande overwaarde van € 55.109,50 heeft het Hof het nadeel voor de vrouw becijferd op € 183,70 per maand. Op grond van het feit dat de man sedert eind 2005 tot aan de op 21 mei 2007 nog niet gerealiseerde vermogensrechtelijke afwikkeling, alle eigenaarslasten van de echtelijke woning heeft voldaan, heeft het Hof besloten de door de man verschuldigde vergoeding op nihil te bepalen. Uit het vorenstaande blijkt, dat de vorengenoemde gerechten een verschillende grondslag hanteren, voor wat betreft de berekening van de eventueel verschuldigde gebruiksvergoeding.

    Lees meer
  • Onderwaarde bij een echtscheiding, en de restschuld?

    Door: Mulders Advocaten familierecht. Bij een echtscheiding is de verdeling van het huis altijd een belangrijk struikelblok geweest. Huiseigenaren krijgen nu echter te maken met een nieuwe dimensie: het verdelen van de onderwaarde!   De afgelopen jaren is de waarde van onroerend goed in Nederland extreem gedaald. De hypotheekschuld wordt daardoor helaas niet minder. De waarde van onroerend goed is vaak lager dan de hypotheekschuld. De zogenaamde “onderwaarde”. Bij een gedwongen verkoop, door bijvoorbeeld een echtscheiding, blijft er dan een restschuld van vaak wel tienduizenden euro's over.   Wie is verantwoordelijk voor de restschuld en hoe moet deze verdeeld worden? Dat hangt, zoals bijna altijd, af van de omstandigheden van het geval.   Huwelijkse voorwaarden of gemeenschap van goederen?   Het is van belang te weten wie verantwoordelijk is voor de terugbetaling van de geldlening. Indien U getrouwd bent op grond van huwelijkse voorwaarden zijn op voorhand afspraken gemaakt over de schuld binnen het huwelijk. Uitgangspunt van ons recht is dat afspraken behoren te worden nageleefd (“pacta sunt servanda”).   Een andere situatie doet zich voor ingeval van het huwelijk in gemeenschap van goederen. In dat geval worden de bezittingen en schulden verdeeld over beide echtelieden. Iedere partner is dan voor 50% eigenaar van het huis en draagt ook 50% van de schuld. Een eventuele restschuld wordt ook op die manier verdeeld.   Nu verkopen: restschuld verdelen.   Wanneer besloten wordt om de woning zo spoedig mogelijk aan een derde te verkopen zal de hypotheekbank doorgaans de aflossing van de hele restantschuld vragen voordat zij de hypotheek op het onroerend goed vrijgeeft (royement-verlenen). Immers, de hypotheek op de woning is gegeven als zekerheid voor de terugbetaling van de geldlening.   Wanneer de verkoop onvoldoende opbrengt om de gehele lening terug te betalen, en de bank geen royement verleent, kan de woning niet “onbezwaard” worden geleverd. De koper zal daarmee geen genoegen nemen. Hij zal niet willen betalen voor een woning die door de bank verkocht kan worden. Wanneer de verkopers hun lening niet terugbetalen zal de bank immers tot executie en/of verkoop overgaan.   Om überhaupt de woning te kunnen verkopen is het dus noodzakelijk over voldoende geld te beschikken om het verschil tussen de verkoopprijs en het restant van de hypotheekschuld te kunnen bijpassen.   Partner koopt partner uit.   Een van de partners kan ervoor kiezen om het aandeel van de andere partner in de woning over te nemen. In het ideale geval zal de overnemende partij de andere partner moeten uitkopen en een nieuwe hypotheek moeten afsluiten op zijn eigen naam. Deze nieuwe hypotheek geldt dan voor de huidige waarde van het pand.   Bij onderwaarde blijft dan dus een restschuld voor beide partners over. Wanneer, zoals zo vaak, de kopende partij ook de restschuld van de ander overneemt, is dat niet zonder consequenties. Tegenover de bank blijven beide partners verantwoordelijk voor de terugbetaling van de gehele lening. Daarnaast kan de overname van de verplichting door de fiscus beoordeeld worden als een schenking waarover schenkbelasting betaald moet worden.   Over het algemeen verhaalt de bank de restschuld het liefst op de meest vermogende partner. Dier partner moet dan maar op zijn beurt de vordering zien te verhalen op zijn voormalige wederhelft (art 6:10 BW regresvordering). Uiteindelijk staat de minder verdienende partner hierdoor in de schuld bij zijn ex-partner.   Het is goed over deze schuld duidelijke afspraken te maken met Uw ex-partner. Zo weet iedereen waar hij aan toe is. Leg deze afspraken duidelijk vast! Neem in ieder geval een redelijke rente op in de overeenkomst. Op die manier is het belangrijkste argument voor de fiscus, dat er sprake zou zijn van een schenking, getackeld.     Op een later moment verkopen: goede afspraken over kosten.   Het kan voordelig lijken om het huis op een later moment te verkopen omdat het huis bijvoorbeeld onverkoopbaar is. Meestal blijft dan een van de partners zolang in de woning wonen. Dit heeft een aantal gevolgen. Zo kan een gebruiksvergoeding worden afgesproken voor het bewonen van de woning. Ook afspraken over de kosten voor onderhoud zijn wezenlijk voor het voorkomen van conflicten. Belangrijker is dat de hypotheekrenteaftrek na twee jaar vervalt voor de partner die uit huis gaat. Het is van groot belang om over deze kosten goede afspraken te maken. Het is ook verstandig om vast te leggen binnen welke periode (1, 3, 5 jaar) het huis verkocht wordt en voor welke prijs. Vaak wordt vergeten met de gebruiker overeen te komen dat hij, in geval van verkoop, de woning vrij zal opleveren. Het is niet onverstandig om daarbij een boete overeen te komen voor het geval de gebruiker zijn verplichtingen niet nakomt.   Geen overeenstemming.   Wanneer er geen overeenstemming is over de vraag wie in het huis mag blijven wonen wijst de rechter, op verzoek, in de praktijk meestal het huis toe aan de partner bij wie de kinderen blijven wonen. In het uiterste geval kan de verkoop van het eigendomsaandeel in de woning worden afgedwongen. Een openbare veiling is dan het gevolg. Een groot nadeel is dat de verkoop van het aandeel in het huis op deze manier minder oplevert en de kosten hoog zijn. 18 maart: Thema avond onderwaarde onroerend goed. De restschuld bij een echtscheiding brengt vele vragen met zich mee. Mede om die reden organiseert Mulders Advocaten, in samenwerking met ABN AMRO bank op 18 maart een thema-avond over de onderwaarde van onroerend goed. Op deze avond kunt U diverse vragen over dit onderwerp stellen. Voor meer informatie over deze thema avond of om U aan te melden klik hier.  

    Lees meer
  • Reikwijdte zorgplicht assurantietussenpersoon

    Uit het op 11 januari 2011 door het gerechtshof te `s-Hertogenbosch gewezen arrest, in de door een tuindersbedrijf tegen een assurantietussenpersoon aanhangig gemaakte appèlprocedure, kan worden geconcludeerd, dat een assurantietussenpersoon, jegens haar opdrachtgever de zorg moet betrachten, die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot verwacht mag worden. De assurantietussenpersoon, dient -zeker in het geval alle verzekeringen van het bedrijf ondergebracht zijn in een tot zijn portefeuille behorende verzekering als de BCP- daarbij actief te handelen en als deskundige op het gebied van verzekeringen zijn verzekeringnemers te waarschuwen in geval van grote onderverzekering of het helemaal niet verzekerd zijn van relevante schades. Tot deze taak behoort in beginsel ook dat de assurantietussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. Voorts overweegt het hof, dat nu Rabobank er voor heeft gekozen dat haar werknemer minimaal één keer per jaar bij verzekerde op bezoek ging en dit een zeer langdurige werkrelatie betrof, en Rabobank voorts de huisbankier van het bedrijf was, Rabobank er in redelijkheid rekening mee had moeten houden dat er bij verzekerde het vertrouwen kon ontstaan, dat de werknemer van de Rabobank ook van bepaalde feitelijke situaties op het bedrijf van verzekerde op de hoogte was. In deze casus werden door het betreffende tuindersbedrijf bos-en haagplanten gekweekt, vanuit zaden. Deze zaden dienden bij een bepaalde temperatuur bewaard te worden , met het oog waarop van koelcellen gebruik werd gemaakt. De gewassen bevonden zich gedeeltelijk in zogenaamde kweektunnels, in een venlokas en buiten. Sedert 1980 fungeerde de Rabobank als assurantietussenpersoon van het tuindersbedrijf, terwijl gedurende de laatste 25 jaren één van haar medewerkers het vaste aanspreekpunt voor het tuindersbedrijf was. Via de bemiddeling van deze medewerker zijn de verzekeringen vanaf omstreeks 2001 ondergebracht bij Interpolis, in een zogenaamde Bedrijven Compact Polis. Het laatste bezoek dat de medewerker aan het tuindersbedrijf had gebracht, dateerde van 29 april 2005. Op 28 juli 2005 werd de loods van het tuindersbedrijf door blikseminslag getroffen en in brand geraakt. Vervolgens blijkt de inventaris onderverzekerd, en was ondermeer het zaaigoed niet verzekerd, zonder dat verzekerde daarop door de Rabobank c.q haar betreffende medewerker werd geattendeerd. Gezien de langdurige relatie en het feit dat de betreffende medewerker van de Rabobank bekend was met het bedrijf en haar bedrijfsvoering, lag het op zijn weg om verzekerde te attenderen op het vorenbedoelde onderverzekerd en zelfs in het geheel niet verzekerd zijn, van voor de verzekerde substantiële vermogensbelangen. Waar hij dit had nagelaten, werd de Rabobank tot het vergoeden van de door verzekerde geleden schade veroordeeld.

    Lees meer
  • Boetes blowverbod onterecht

    Het instellen van een plaatselijk blowverbod door een gemeente is verboden. Zo heeft de Raad van State onlangs bepaald. De Raad van State is van mening dat het in strijd is met de Opiumwet om ook nog een plaatselijk verbod in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) op te nemen. Het is nu eenmaal niet mogelijk op plaatselijk niveau strafbaar te stellen wat al landelijk bij wet is geregeld. Het is daarom waarschijnlijk dat de op grond van de gemeentelijke verordeningen opgelegde boetes vanwege overtreding van het blowverbod ten onrechte zijn opgelegd. Mulders-Advocaten wil het voortouw nemen in het terugvorderen van die boetes. Mocht u een dergelijke boete hebben ontvangen en deze willen terugvorderen, neem dan contact op met strafrechtspecialist Jacques Guzik van Mulders-Advocaten.

    Lees meer
  • Gemeenschap van goederen in 2012, een aantal veranderingen

    Trouwen in gemeenschap van goederen is in Nederland de meest voorkomende vorm. De reden hiervan is dat tussen partners automatisch een gemeenschap van goederen ontstaat, zodra partijen trouwen. De vermogens van beide partners worden dan samengevoegd en alles wat gedurende het huwelijk verkregen wordt komt daarbij. De situatie dat men automatisch in gemeenschap van goederen trouwt is in tegenstelling tot de meeste andere landen, waar huwelijkse voorwaarden het uitgangspunt vormen, uniek voor Nederland. In de Tweede kamer is dan ook gediscussieerd over een nieuw systeem waarbij alleen gemeenschappelijk wordt, wat partners tijdens het huwelijk samen opbouwen. Erfenissen, schenkingen, schulden en bezittingen, van vóór het huwelijk, zouden dan buiten de gemeenschap blijven. Deze structurele wijzigingen konden echter niet op een meerderheid rekenen. Uiteindelijk is er in het parlement dan ook voor gekozen, om slechts een aantal beperkte wijzigingen door te voeren. Met het einde van 2011 -en het begin van 2012- in zicht, wil ik u graag op de hoogte brengen van een aantal van deze wetswijzigingen binnen het familierecht, die het komende jaar zullen plaatsvinden.   Bij echtscheiding in het geval van gemeenschap van goederen, is het voor de verdeling van het vermogen, van belang om te weten welke goederen in de gemeenschap vallen. De wet stelt vast, dat de peildatum (voor deze vaststelling) de datum van de ontbinding van het huwelijk is. Onder de huidige wetgeving vindt deze ontbinding echter pas plaats, wanneer de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. (In de praktijk duurt dit vaak meer dan een jaar!) Vanaf 1 januari verandert deze situatie: zodra het verzoekschrift tot echtscheiding c.q. verzoek tot scheiding van tafel en bed, bij de rechtbank is ingediend, eindigt de gemeenschap van goederen. Deze vervroeging voorkomt niet alleen dat schulden, aangegaan door (een van) de echtgenoten tijdens de echtscheidingsprocedure, de gemeenschap bezwaren, maar betekent ook dat alles wat men daarna aan vermogen verwerft, privé blijft en derhalve ook niet aan de gemeenschap toekomt. Er kunnen redenen zijn, om niet in gemeenschap van goederen te trouwen. Vaak worden huwelijksvoorwaarden opgesteld als één van de partners vermogend is. Maar ook gedurende het huwelijk kan men alsnog besluiten, om het huwelijksvermogensregime te wijzigen naar huwelijksvoorwaarden. Dit kan bijvoorbeeld fiscaal aantrekkelijk zijn. Bij een verschuiving van het vermogen op deze wijze, is er namelijk geen schenkingsbelasting verschuldigd. Bij overlijden van de ene partner is de andere partner daardoor al eigenaar van de helft van het totale vermogen, er is dan alleen maar erfbelasting verschuldigd over de (andere) helft. Nu moet een wijziging van het huwelijksvermogensregime ter goedkeuring worden voorgelegd aan de rechtbank. Deze goedkeuring is bedoeld, om schuldeisers te beschermen. Een wijziging van een gemeenschap van goederen naar huwelijksvoorwaarden brengt in het huidige recht met zich mee, dat schuldeisers niet meer beide echtgenoten voor 100% aansprakelijk kunnen stellen voor gemeenschapsschulden. In de nieuwe wet is opgenomen dat echtgenoten, die tijdens hun huwelijk overstappen van gemeenschap van goederen, naar huwelijksvoorwaarden, met uitsluiting van iedere gemeenschap, zich hoofdelijk aansprakelijk stellen voor alle gemeenschapsschulden die er op het moment van wijziging aanwezig zijn. Nu deze bescherming van de schuldeisers in het leven is geroepen, is de rechterlijke goedkeuring overbodig geworden. Met ingang van 2012 kunnen partijen zich eenvoudigweg tot de notaris wenden, om het huwelijksvermogensregime aan te passen. Ook is er, vanaf 1 januari 2012 er, over en weer, een informatieplicht over de stand van de financiën. Dit is een goede ontwikkeling, elkaar informeren leidt in de praktijk immers vaak tot een gesprek en met elkaar praten is de sleutel tot het oplossen van problemen. Mocht u er met praten alleen desondanks niet uitkomen, dan kunt u uiteraard te allen tijde contact met ons opnemen. Wij staan u graag met raad en daad bij, ook in 2012! @import url(http://login.xiteforce.nl/include/CuteEditor_Files/Style/SyntaxHighlighter.css); @import url(/public/muldersadvocaten/css/site.css);

    Lees meer
  • Contractverlenging voor PSV-er Jurgen Locadia

    Goed nieuws vanuit de sportsectie van Mulders Advocaten! PSV-aanvaller Jurgen Locadia, die al ruim een jaar wordt begeleid door mr. Ran Ronen, hoofd Sportsectie van Mulders Advocaten, heeft zijn contract bij PSV met 2,5 jaar verlengd. Locadia, sinds 2010 bij PSV, heeft een nieuwe verbintenis getekend tot de zomer van 2014. De aanvaller mocht eerder deze maand nog mee met de PSV-selectie op trainingskamp in La Manga en heeft reeds driemaal, als bankzitter, mogen proeven aan de Europese avonturen van PSV in de Euroleague. Locadia, speelde al in PSV A1 en dit seizoen ook in Jong PSV. Tevens maakte hij tweemaal, tijdens een bekerwedstrijd, zijn opwachting in de hoofdmacht van PSV. “Mijn volgende doel is om de stap te zetten naar de selectie, daar zal ik keihard voor werken. Ik ben blij met deze dag, maar wil me telkens weer blijven bewijzen. Maar, ik heb nog een lange weg te gaan”, aldus Locadia bij de ondertekening van het contract in het Philips Stadion. Vlnr. Armand Doorn, Jurgen Locadia, Mr. Ran Ronen (Mulders Advocaten), Marcel Brands ( technisch manager PSV). Vlnr. Jurgen Locadia, Marcel Brands (technisch manager PSV), Mr. Ran Ronen (Mulders Advocaten). Jurgen Locadia en Marcel Brands ( technisch manager PSV).

    Lees meer
  • Wet Incasso Kosten (WIK)

    Incassokosten consumenten aan banden! 1 juli 2012 is de Wet Incasso Kosten (WIK) van kracht gegaan. Met deze wetswijziging is de hoogte van de incassokosten gemaximeerd. De wetswijziging incassokosten geldt alleen voor vorderingen die op, of na 1 juli 2012 opeisbaar zijn geworden. Business to Consumer De nieuwe wet verplicht een ondernemer die zaken doet met een consument tot het aanhouden van de wettelijke incassoprocedure, hier mag dus niet vanaf geweken worden. De WIK biedt dan ook een betere bescherming aan de consument, tegen te hoge incassokosten, dan de in oude situatie het geval was. Voor de schuldeiser en de consument is het met de invoering van de WIK op voorhand duidelijk hoe hoog de incassokosten mogen en zullen zijn. Door de WIK worden incassokosten bepaald aan de hand van een staffel-systeem. De volgende staffel is van toepassing: Over de eerste         € 2.500,-       : 15%  min. € 40,- Over de volgende    € 2.500,-       : 10% Over de volgende    € 5.000,-       : 5% Over de volgende    € 190.000,-  : 1% Over het meerdere                        : 0,5% max.  € 6.775,- Rekenvoorbeeld: Stel de hoofdsom bedraagt: € 21.000,- de incassokosten zijn dan: Over de eerste         € 2400,-      : € 375,- Over de volgende    € 2.500,-     : € 250,- Over de volgende    € 2.500,-     : € 250,- Over de volgende    € 5.000,-     : € 50,- Over de resterende € 1000,-      : € 10,- Totaal                                              : € 935,- Na het bereiken van de verzuimdatum van de factuur moet de schuldeiser een, wettelijk verplichte, aanmaning sturen met aanzegging van de incassokosten en het verloop van de verdere procedure. De schuldenaar heeft dan nog veertien dagen de tijd om deze de openstaande schuld, zonder extra kosten, te voldoen. Mocht de vordering voor de rechter komen dan zal deze verwachten dat het bedrijf een bewijs van ontvangst van de verplichte aanmaning door de debiteur kan leveren(bijvoorbeeld: een verzendbewijs). Daarnaast moet in de aanmaning duidelijk staan wat de incassokosten zijn, als er opnieuw niet betaald wordt. TIP: Indien U meerdere vorderingen op dezelfde schuldenaar heeft (bijvoorbeeld: meerdere maanden huur) worden de hoofdsommen bij elkaar opgeteld en de incassokosten berekend over het totaal bedrag. U dient zelf te vooraf te bepalen over welke som (maanden) U incassobehandelingen uitvoert. Indien U voor iedere maand een nieuwe aanmaning verstuurd wordt dit steeds gezien als een nieuw incassotraject en worden de incassokosten over iedere hoofdsom (maand) berekend. Op deze manier kunt U over iedere maandhuur 15% incassokosten vragen. Business to Business Hoewel er bij transacties met consumenten niet van de WIK mag worden afgeweken mag dit in zakelijke transacties (B2B-transacties) wel. Dit betekent echter niet dat de WIK niet van belang is voor B2B-transacties! Bij B2B-transacties kunt U er bijvoorbeeld voor kiezen om, in afwijking van de consumenten-staffel, een ander percentage incassokosten overeen te komen. Dit dient U dan wel te vermelden in Uw algemene voorwaarden. Let wel, wanneer U dit niet vooraf aangeeft in Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden dan zal de rechter in veel gevallen terugvallen op de consumenten-staffel, waarmee U beduidend slechter af kunt zijn. Wij adviseren U dan ook Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden eens grondig onder de loep te nemen en na te gaan wat U precies heeft geregeld m.b.t. incassokosten. Zorg ervoor dat een voor U wenselijk, kostendekkend, percentage opgenomen is. De hoogte van de incassokosten dient echter wel redelijk te zijn. (Bij de behandeling van het wetsvoorstel is aangegeven dat een percentage van 15% bij zakelijke transacties niet ongebruikelijk is.) Het is dus aan te raden om Uw algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden te controleren en voormelde stappen en termijnen door te voeren in uw debiteurenbeheer, m.a.w., een strak incassobeleid te hanteren.  Mulders Advocaten kan U hierbij van dienst zijn met haar succesvolle incasso systeem. Mulders Advocaten Incassosysteem In ons systeem is snelheid een eerste vereiste voor effectief incasseren. Op het moment dat een betalingstermijn verstrijkt is het noodzaak dat onmiddellijk actie wordt ondernomen. De kans op volledige betaling neemt namelijk cumulatief af naarmate de tijd verstrijkt. Snel handelen is dus essentieel. Geloofwaardigheid is de tweede peiler waar het incasso systeem van Mulders Advocaten op steunt. De wanbetaler moet er van overtuigd zijn dat Mulders Advocaten doet wat zij zeggen. Het Mulders Advocaten incasso systeem is op zodanige wijze ingericht dat een wanbetaler in 4 contactmomenten leert dat Mulders Advocaten geen loze dreigementen uit. Indien u meer informatie verlangt over het Mulders Advocaten incasso systeem of over wat een incasso advocaat voor u kan betekenen kunt u vrijblijvend contact opnemen met mr. J.F.E. Brandts of even kijken in onze incasso sectie.Mr. J.F.E. Brandts jeroen@mulders-advocaten.nl 0475 419 419

    Lees meer
  • Consumentenbescherming uitgebreid.

    Meer bescherming voor consument Nederlandse consumenten profiteren van nieuwe Europese regels voor consumentenrechten. Zij worden straks beter beschermd bij de aankoop van producten en diensten, ook in het buitenland. De ministerraad heeft ingestemd met het omzetten van een Europese richtlijn over dit onderwerp in Nederlandse recht. De Europese richtlijn zorgt ervoor dat consumenten in de hele Europese Unie (EU) dezelfde rechten krijgen. Dat is nu niet zo: in de diverse lidstaten lopen de regels voor consumenten uiteen. Daardoor is het onduidelijk of zij in een andere lidstaat dezelfde bescherming genieten. De verschillen in regels belemmeren ook de bedrijven die hun producten en diensten in het buitenland willen aanbieden. De richtlijn heeft een positief effect, zowel voor de handel tussen Europese lidstaten als voor consumenten die beter profiteren van de voordelen van de interne markt: meer keuze tegen lagere prijzen. Voordelen voor kopers Zo is de termijn waarbinnen je af kunt zien van een aankoop straks hetzelfde in alle landen van de EU. Als je bijvoorbeeld online of aan de deur een product koopt, heb je standaard 14 dagen de tijd om zonder opgave van redenen alsnog van de koop af te zien. Wel moet de consument het product binnen 14 dagen terugsturen. Daarnaast moet de verkoper de consument duidelijkheid bieden over bijvoorbeeld de contractsduur en de eventuele bijkomende kosten. Nieuw is ook dat het risico voor beschadiging en verlies pas overgaat op de koper na ontvangst van het product. Ook bevat het wetsvoorstel een uniforme regeling voor het geval de verkoper te laat levert. Verbod op stilzwijgende instemming Daarnaast komt er een einde aan de zogeheten ‘stilzwijgende instemming’ voor aanvullende diensten of aankopen. Bijvoorbeeld het online boeken van een busticket, waarbij ook – tegen betaling – een aanvullende maaltijdservice aan de consument wordt aangeboden en waar alvast het hokje, waarmee de maaltijdservice wordt geaccepteerd, is aangevinkt. Deze praktijk is niet langer toegestaan. Er moet sprake zijn van duidelijke instemming met het aanbod, zoals door een (elektronische) handtekening of het intypen van de woorden ‘ik ga ermee akkoord’. Verder zijn overeenkomsten die telefonisch worden aangegaan, pas geldig als ze door de consument schriftelijk of via de e-mail zijn bevestigd. Daarvan is de levering van elektriciteit, water, gas en stadsverwarming een voorbeeld. Aankoop digitale producten Tot slot biedt het wetsvoorstel bescherming voor de consument in de digitale wereld, door verplichte informatie vooraf aan de consument bij de aankoop van of toegang tot digitale inhoud, bijvoorbeeld muziek- en videodiensten. Die informatie kan gaan over beveiligingsvoorzieningen en op welke media de diensten zijn te gebruiken. Ook hier geldt dat de consument binnen 14 dagen van de koop af kan zien. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. (Regeringsnieuws september 2012) Voor vragen of problemen op dit gebied kunt U contact opnemen met Fons Mulders fons@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Rangel Silaev wint Classic Young Masters 2012

    Mulders Advocaten feliciteert Rangel Silaev met het winnen van de meesterproef 2012 van de Classic Young Masters. Tijdens de meesterproef spelen vijf musicale toptalenten voor publiek en een vakjury bestaande uit: John Floore, Lex Bohlmeijer, Pieter Prick, Eckart Rolhfs en Rob Streevelaar.  Rangel is met 12 jaar veruit de jongste winnaar. Hij heeft daarmee een tweejarig individueel begeleidingstraject gewonnen. Rangel silaev is pianist, componist en de derdejaars student bij de Young Musician Academy. Hij heeft, ondanks zijn twaalf jaar, al vele optredens op zijn naam staan waaronder: 2e op het prinses Cristina concours, het steinway Pianoconcours en Beat The Best. Binnenkort komt zijn eerste CD 'première' uit. Mulders Advocaten begeleidt Rangel op het gebied van arbeidsrecht. Door zijn jonge leeftijd mag Rangel van de arbeidsinspectie maar een paar keer optreden per jaar. Dat terwijl optreden juist op deze leeftijd zo belangrijk is voor de ontplooiing van zijn talent. Op zijn Youtube kanaal kunt U Rangel horen spelen. Heeft U vragen over dit bijzondere arbeidsrecht, stuur dan een e-mailbericht naar: fons@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Belediging, smaad en laster op het internet.

    Wat in de gewone wereld niet mag is op internet ook verboden. Internet is een algemeen toegankelijk en open medium. De gebruikers dienen zich echter bewust te zijn, dat deze vrijheid om zich te uiten, geen vrijbrief is om ongestraft misbruik te kunnen maken van deze vrijheid. Op het internet bent U, net zoals in de echte wereld, aansprakelijk voor Uw acties. Zo kunnen negatieve uitspraken worden gezien als belediging, smaad of laster. U doet er dus goed aan voorzichtig te zijn op het Internet! Belediging, smaad of laster. Een belediging is een algemene negatieve uitspraak over een persoon of organisatie. Smaad wordt gezien als een bewering welke specifiek de eer of goede naam van een persoon aantast. Indien de auteur weet dat een uitspraak niet waar is dan is dat lasterlijk. Bijvoorbeeld: “alle Duitsers zijn dronkenlappen” is beledigend maar “Jan is een dronkenlap” is smadelijk en kan zelfs lasterlijk zijn indien Jan niet drinkt Dit is geen smaad, het is de waarheid. De waarheid spreken is niet altijd een excuus voor smaad. Een uitspraak die de eer en goede naam van iemand aantast moet namelijk een algemeen belang dienen. Alleen in dat geval is een uitspraak geoorloofd. Bijvoorbeeld de ware uitspraak: “Jan is een dronkenlap” dient geen algemeen belang, mensen ondervinden namelijk geen hinder van het feit dat Jan drinkt. Dit verandert indien Jan bijvoorbeeld voorzitter van de anonieme alcoholisten is, in dat geval heeft Jan een voorbeeldfunctie. Het algemeen belang is erbij gediend te weten dat Jan regelmatig drinkt. Wel beoordeelt de Rechter vaak als eerste of een smadelijke bewering is gedaan op basis van voldoende feiten. Een bewering die niet waar is kan het algemeen belang namelijk niet dienen. Hoe groter het waarheidsgehalte hoe groter de kans dat de uiting geoorloofd is. Optreden tegen belediging, laster en smaad. Belediging, laster en smaad zijn misdrijven. Indien U slachtoffer bent van een mogelijk smadelijke opmerking op het internet kunt U dus aangifte doen bij de politie. Zij zullen onderzoek doen en vervolgens de dader vervolgen. Steeds vaker wordt de dader echter civielrechtelijk aangepakt. Het doen van dergelijke uitspraken kan namelijk onrechtmatig zijn. Tijdens een Kort Geding kan daarom worden gevorderd de onrechtmatige toestand te doen beëindigen. De dader dient er dan voor te zorgen dat de onrechtmatige uiting van het internet wordt gehaald. Dit op straffe van een dwangsom. De verliezer van het Kort Geding moet daarnaast de proceskosten vergoeden. Een Kort Geding is dus een effectief middel om onrechtmatig internetgebruik af te straffen. Casus Een voormalig medewerker van een opleidingsinstituut beschuldigde the Royal Bank of Scotland (RBS) op, onder andere, Twitter van een miljoenenfraude met de zogenoemde ComfortCard. De Voorzieningenrechter heeft het volgende overwogen: Een bankinstelling is sterk afhankelijk van een goede (integere) reputatie. De te verwachten gevolgen van de verdachtmaking kunnen daarom ernstig zijn. Indien de beschuldiging echter op waarheid berust, is het algemeen belang sterk betrokken. De juistheid van de beschuldiging speelt hierin dus een belangrijke rol. De gedaagde gaf bij zitting aan dat hij slechts de misstanden bij RBS aan de kaak wilde stellen. Hij bleek echter geen enkel bewijs te kunnen leveren van deze misstanden. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld, nu de juistheid van zijn beschuldigingen niet aannemelijk is gevonden. Gedaagde werd dan ook veroordeeld om iedere publicatie van het internet te verwijderen Daarnaast moest gedaagde Google te verzoeken de gewraakte publicaties uit haar zoekresultaten en cache te verwijderen en verwijderd te houden, zodat deze niet meer vindbaar zijn. (Rechtbank ’s-Gravenhage, 26-09-2012, LJN BX8427) Heeft U vragen over uitingen, opmerkingen en beledigingen op het internet. Neem dan contact op met stephan@mulders-advocaten.nl 

    Lees meer
  • Rangel Silaev wint Classic Young Masters 2012

    Mulders Advocaten feliciteert Rangel Silaev met het winnen van de meesterproef 2012 van de Classic Young Masters. Tijdens de meesterproef spelen vijf musicale toptalenten voor publiek en een vakjury bestaande uit: John Floore, Lex Bohlmeijer, Pieter Prick, Eckart Rolhfs en Rob Streevelaar.  Rangel is met 12 jaar veruit de jongste winnaar. Hij heeft daarmee een tweejarig individueel begeleidingstraject gewonnen. Rangel silaev is pianist, componist en de derdejaars student bij de Young Musician Academy. Hij heeft, ondanks zijn twaalf jaar, al vele optredens op zijn naam staan waaronder: 2e op het prinses Cristina concours, het steinway Pianoconcours en Beat The Best. Binnenkort komt zijn eerste CD 'première' uit. Mulders Advocaten begeleidt Rangel op het gebied van arbeidsrecht. Door zijn jonge leeftijd mag Rangel van de arbeidsinspectie maar een paar keer optreden per jaar. Dat terwijl optreden juist op deze leeftijd zo belangrijk is voor de ontplooiing van zijn talent. Op zijn Youtube kanaal kunt U Rangel horen spelen. Heeft U vragen over dit bijzondere arbeidsrecht, stuur dan een e-mailbericht naar: fons@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • AIK Solna – PSV (1-0)

    Op 10 november 2012 wordt Ibrahim Moro 19 jaar. De jonge voetballer is afkomstig uit Ghana. Mulders Advocaten begeleidt Ibrahim Moro, zowel op het gebied van arbeidsrecht en image rights, alsook sportief. Met name mr. Ran Ronen en Armand Doorn zijn met hem dagelijks actief aan de slag. Ibrahim speelde gisteren tijdens de UEFA Cup wedstrijd tegen PSV, dus nog als 18 jarige, een belangrijke rol op het middenveld. Aanvankelijk nog aftastend. Vooral in de tweede helft liet hij zien te beschikken over veel, heel veel talent. Gaande de wedstrijd namen zijn balveroveringen toe. Daarnaast toonde hij de bal precies te kunnen plaatsen, ook over lange afstand. Het is interessant te volgen hoe dit talent zich verder zal ontwikkelen. Wanneer U actueel op de hoogte wenst te worden gehouden dan kan dat via aanmelding per e-mail: info@mulders-advocaten.nl  onder vermelding van: IM1993 

    Lees meer
  • Rigino Cicila opgeroepen voor nationaal elftal

    Door: sportrecht Mulders Advocaten te Echt (Limburg) Rigino Cicila, speler bij de jeugd A1 van Roda CJ, is opgeroepen voor het nationale elftal van Curacao. Met de selectie van curacao probeert Rigino Cicila zich te plaatsen voor het WK U20 in Turkije. Hiervoor moeten nog wel pittige kwalificatiewedstrijden tegen Salvador en Mexico worden gespeeld. Rigino staat met de A1 van Roda JC momenteel ruimschoots bovenaan in het klassement in zijn klasse en is opgeleidt in de Roda JC jeugdopleiding. Kortom een speler om in de gaten te houden. Mulders Advocaten te Echt (limburg) Begeleidt Rigino Cicila op sportief en juridisch gebied in zijn carrière als professioneel voetballer. ran@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Ontslagvergoeding, "Gouden handdruk”, voor managers/werknemers beperkt door Wet Normering Topinkomens (WNT)

    door: arbeidsrecht Mulders Advocaten te Echt (Limburg) Onlangs is de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingegaan. Hierdoor wordt het salaris en inkomen van managers in de (semi-) publieke sector gemaximaliseerd op de “Balkenendenorm”. De ontslagvergoeding, bij ontslag, de “gouden handdruk”, wordt maximaal € 75.000,-. Deze norm leidt tot aanzienlijk verlies van inkomen bij ontslag aangezien de WW-uitkering is gemaximaliseerd.   Gevolgen Wet Normering Topinkomens (WNT) voor ontslagvergoeding bij ontslag. Voor het publiek is ook van belang dat de ontslagvergoeding, de zogenaamde “ gouden handdruk ” wordt gemaximaliseerd op € 75.000,- bruto. Op het eerste oog lijkt het een goede ontwikkeling. “Het moet maar eens afgelopen zijn met die absurde bedragen die de managers meekrijgen als zij bij een organisatie moeten vertrekken. Eerst presteren zij onvoldoende en dan krijgen zij nog bakken geld mee op de koop toe. Dat is te gek voor woorden!”, dat is de publieke opinie. Zo dacht de Tweede Kamer er ook over. De Wet Normering Topinkomens (WNT) werd met algehele stemming aangenomen. Inmiddels heeft de arbeidsrecht sectie van Mulders Advocaten de eerste ervaringen opgedaan met ontslag en ontslagvergoeding onder de Wet Normering Topinkomens. In een aantal gevallen leidt de uitkomst tot onrechtvaardige en ongewenste ontbindingsvergoedingen. Wat te denken van de manager/werknemer die meer dan 25 jaar actief is geweest voor de organisatie en zo'n 10 jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd te maken krijgt met een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. In de praktijk heeft iedereen zijn uitgavepatroon gebaseerd op zijn inkomsten. Wanneer een organisatie geen wachtgeldregeling heeft komt de desbetreffende manager/werknemer in aanmerking voor een WW-uitkering. Deze is echter gemaximeerd tot een bedrag van € 2.706,- bruto per maand. Dat brengt met zich mee dat, onder omstandigheden, de manager/werknemer een inkomen overhoudt dat nog geen 25% is van het verdiende loon. De praktijk zal leren dat deze situatie niet gewenst is. Gelukkig bestaat nog altijd de mogelijkheid ter zake de wijze waarop de ontbinding tot stand is gekomen een rechter te raadplegen en in een aantal gevallen de werkelijk geleden schade te verhalen.   Ontwijken van de Wet Normering Topinkomens (WNT). De Wet Normering Topinkomens (WNT) is vrijwel alles omvattend. Betalingen via derden of persoonlijke vennootschappen zijn verboden. Het “zogenaamd” te werk stellen als ZZP'er is niet toegestaan. Ook mag een functie niet worden aangehouden als er niet daadwerkelijk een invulling aan wordt gegeven. Het salaris van meerdere functies in een organisatie wordt opgeteld en valt onder dit maximum. Toekomstige betalingen worden meegerekend. Etc. etc. het is dus niet eenvoudig om deze wetgeving te ontwijken. Naleving wordt door de regering gecontroleerd. Organisaties zijn verplicht om ontbindingsvergoedingen te vermelden in de financiële verslaggeving. De regering kan daarnaast gegevens van de belastingdienst, verzekeraars en de organisaties opvragen. Vergoedingen in strijd met de Wet Normering Topinkomens (WNT) worden gezien als onverschuldigd betaald. Dit betekent dat deze door het ministerie teruggevorderd worden, inclusief rente en invorderingskosten.   fons@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • 160 km/u in taxi: geen aansprakelijkheid werknemer(7:661 BW)

    Door: Arbeidsrecht Mulders Advocaten Een taxichaffeur (uitzendkracht) veroorzaakt een ongeluk tijdens werktijd. Vlak voor het ongeluk reed hij met ruim 160 km per uur op een weg waar slechts 80 km per uur is toegestaan. Niet bewezen is dat hij op het moment van het ongeval te hard reed. Volgens artikel 7:661 lid 1 BW kan een werknemer aansprakelijk zijn indien hij bewust roekeloos gedrag vertoont. Het Hof oordeelt dat, nu niet bewezen is dat de man tijdens het ongeval te hard reed, er onvoldoende verband is tussen de schade en de roekeloosheid. De werknemer is dus niet aansprakelijk.   Hof: wel 160 km/u rijden, geen aansprakelijkheid werknemer (7:661 BW) Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft geoordeeld  over de vraag of een taxichauffeur,  die met zeer hoge snelheid heeft gereden bewust roekeloos heeft. De taxichauffeur werkt als  uitzendkracht voor het  taxibedrijf. De uitzendkracht heeft een taxirit uitgevoerd waarbij hij beweerdelijk, 161 km per uur zou hebben gereden. Hierbij is de taxi is, bij een rotonde, gecrasht,  waarbij de taxi behoorlijk beschadigd is geraakt. De werkgever heeft onder meer vergoeding van de reparatiekosten  van de uitzendkracht gevorderd in een procedure bij de kantonrechter.  De kantonrechter heeft de vordering van werkgever toegewezen. De werknemer kon zich met deze uitspraak niet verenigen en is in hoger beroep gegaan.   Artikel 7:661 BW Artikel 661 van Burgerlijk Wetboek 7 (7:661 lid 1 BW ) stelt dat  een werknemer slechts aansprakelijk voor de schade die hij bij de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden aan werkgever toebrengt, indien deze schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. De bewijsplicht voor deze opzet en bewuste roekeloosheid ligt bij de werkgever. Om te bepalen of sprake is geweest van bewuste roekeloosheid, is vereist dat de werknemer zich onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karak ter van zijn gedraging. Aangezien de werknemer vlak voor het ongeval me t 161 km per uur heeft gereden en daardoor de auto onbestuurbaar werd en uit de bocht is gevlogen stelt de werkgever dat het ongeval de werknemer is aan te rekenen. De werknemer moet zich onmiddellijk voorafgaande aan het ongeluk, gelet op deze hoge snelheid, bewust zijn geweest van het roekeloze karakter van zijn rijgedrag, reden waarom hij voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk is, aldus werkgever. Gerechtshof Leeuwarden De kantonrechter had overwogen dat de beperking van de aansprakelijkheid van werknemers in artikel 7:661 BW niet geldt voor het aanhouden van een zodanige hoge snelheid dat geen redelijk verband meer lijkt te bestaan met de door we rkgever opgedragen werkzaamheden zodat dit niet meer valt onder de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Het hof overweegt daartoe als volgt. Nu het ongeval heeft plaatsgevonden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden, is werknemer alleen aansprakelijk wanneer het ongeval het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Het hof volgt de kantonrechter niet. Het hof is van oordeel dat de gedragingen van werknemer wel tot zijn werkzaamheden behoort. Werknemer heeft weersproken vlak voor het ongeval bij het naderen van de rotonde 161 km per uur te hebben gereden en dat sprake is van bewuste roekeloosheid. Naar het oordeel van het hof is het rijden met een snelheid van 161 km per uur waar 80 km per uur is toegestaan, terwijl men een rotonde nadert, wel degelijk bewust roekeloos. Nu werknemer heeft weersproken een dergelijke snelheid vlak voor het naderen van de rotonde te hebben gereden, rust het bewijs hiervan op werkgever. Het hof heeft werkgever in de gelegenheid geste ld om dit te bewijzen. Conclusie Indien een werkgever niet kan aantonen dat de werknemer zich onmiddellijk voorafgaande aan he t ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedraging dient de werkgever op te draaien voor de schade die werknemer heeft veroorzaakt. Dit geldt tevens in beginsel voor verkeersboetes, die de werkgever als kentekenhouder zijn opgelegd voor gedragingen van de werknemer in de uitoefening van de werkzaamheden met het voertuig van de werkgever. Wilt U meer informatie over aansprakelijkheid van werknemers of arbeidsrecht? Stuur uw vraag naar jeroen@mulders-advocaten.nl bron: rechtennieuws.nl  

    Lees meer
  • Mulders Advocaten organiseert thema avond: "zorgeloos wonen"

    Mulders Advocaten organiseert op 18 maart 2013, in samenwerking met ABN AMRO, thema avond “zorgeloos wonen”. Tijdens deze avond wordt de maatschappelijke problematiek rond onderwaarde van onroerend goed en de daarbij behorende restschuld besproken door een panel van experts uit verschillende vakgebieden. Deskundigen verbonden aan Notariskantoor Bas van de Ven, Mulders Advocaten, Schlössels Financieel Advies en ABN AMRO Echt belichten dit thema vanuit verschillende perspectieven en geven vanuit hun vakgebied visie over dit maatschappelijk probleem. Wij nodigen u van harte uit voor deze speciale avond die plaats vindt op maandag 18 maart 2013 in De Oolderhof, Broekstraat 35, 6049 CJ te Herten-Roermond. Programma 19:00 – 19:30 uur : Ontvangst 19:30 – 20.00 uur : Welkomstwoord 20:00 – 21:00 uur : Zorgeloos Wonen 21:00 – 22:00 uur : Borrel U kunt zich aanmelden voor deze bijeenkomst door voor maandag 11 maart aanstaande een e-mail te sturen naar info@mulders-advocaten.nl. Aanmelden kan ook telefonisch via 0475-419 419. Gelieve aan te geven met hoeveel personen u wilt komen.

    Lees meer
  • Schelden tegen een leidinggevende, geen reden voor ontslag (arbeidsrecht).

    Schelden tegen een leidinggevende, reden voor een ontslag op staande voet? Door: Mulders Advocaten arbeidsrecht. De rechtbank Amsterdam heeft op 6 september 2012 besloten dat het uitschelden van een leidinggevende niet altijd een reden tot ontslag op staande voet hoeft op te leveren.   10 jaar in dienst. Een werknemer werd na tien jaar dienstverband ontslagen, omdat hij zijn teamleidster had uitgescholden in zeer grove bewoordingen. De werknemer had nooit eerder dergelijke uitlatingen gedaan. De teamleidster stelde de scheldkanonnade als bedreigend en intimiderend te hebben ervaren. Geen schelden maar een woordenwisseling. Buiten het feit dat de werknemer de specifieke uitlating ontkende (hij stelde dat er sprake was van een woordenwisseling), gaf de werknemer ook aan dat de arbeidsrelatie tussen de teamleidster en een groot aantal werknemers al geruime tijd zeer ernstig verstoord was. Oorzaak conflict. De werknemer stelde dat het conflict veroorzaakt was door de vijandige wijze van communiceren van de teamleidster. Meerdere medewerkers voelden zich door deze manier van communiceren geïntimideerd en ongemakkelijk. Vóór het conflict tussen werknemer in casu en de teamleidster was ontstaan, was er, door een aantal werknemers, dan ook een petitie ingediend, bij de directie, met het dringende verzoek gepaste maatregelen te nemen, om de werksfeer weer plezierig te maken. De directie had hier echter niets mee gedaan. De werkgever heeft ervoor gekozen de werknemer te ontslaan met als reden dat hij de fatsoensnormen had overschreven. Oordeel Kantonrechter. De Kantonrechter te Amsterdam oordeelde in deze zaak dat de werknemer zeker de fatsoensnormen had overschreden, maar liet het feit dat er al eerder een petitie was ingediend tegen de teamleidster zwaarder wegen. De werkgever had volgens de rechter nagelaten om de arbeidsverhoudingen te verbeteren. De rechter oordeelde dat het ontslag disproportioneel was, het ontslag op staande voet hield derhalve geen stand. De werkgever had een minder zware sanctie moeten overwegen, zeker gezien het feit dat de werknemer zich nog niet eerder op een dergelijke manier had gedragen. De werkgever werd veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de werknemer. Conclusie. Uit deze casus blijkt dat zelfs het schelden op een leidinggevende, in zeer grove bewoordingen en het daarbij overschrijden van fatsoensnormen niet automatisch leidt tot een rechtmatig ontslag. Ontslag op staande voet heeft zeer verstrekkende gevolgen voor de werknemer en is derhalve dan ook aan zeer strenge voorwaarden gebonden. Heeft U vragen over ontslag op staande voet, of andere arbeidsrechtelijke vragen, neem dan vrijblijvend contact op met Fons Mulders fons@mulders-advocaten.nl. Bron: LJN BX7330

    Lees meer
  • Ziek melden tijdens tijdens de ontslagaanvraag UWV: het opzegverbod.

    Samenvallen ziekte en ontslagaanvraag UWV Door: Mulders Advocaten arbeidsrecht. Een werkgever mag een zieke werknemer niet ontslaan. Dit zogenaamde “opzegverbod” is bepaald in artikel 7:670 lid 1 BW. Het komt echter voor dat een werknemer gebruik maakt van deze bescherming om zich bij ontslag snel nog even ziek te melden. De werkgever heeft dan een opzegverbod en kan de werknemer niet meer ontslaan.   In de wet is om die reden geregeld dat het opzegverbod niet geldt indien de werknemer op de hoogte was van de bij het UWV aangevraagde ontslagvergunning. Een logisch verhaal, immers de werknemer heeft zich pas ziek gemeld nadat het UWV de vergunningaanvraag heeft ontvangen. Het gaat het hier dan ook om een antimisbruikbepaling die moet voorkomen dat werknemers aan een opzegging kunnen ontkomen door te ‘ziek vieren’.   Maar let op! Dit geldt niet altijd. Volgens de wet is niet het tijdstip van de ziekmelding, maar de aanvang van de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte relevant. Dat onderscheid kan van belang zijn, zo blijkt uit een uitspraak van de kantonrechter uit 2001. Deze oordeelde dat, zelfs al is de ziekmelding ruimschoots na ontvangst van de opzegvergunning gedaan (meer dan drie weken nadien) tóch het opzegverbod kan gelden, als door een deskundige achteraf wordt geoordeeld dat de werknemer ten tijde van de aanvraag als arbeidsongeschikt moest worden beschouwd.   Ziekmelding op de dag dat het UWV de aanvraag ontslagvergunning ontvangt.   Een ander onderwerp van discussie is de ziekmelding op de dag dat het UWV de aanvraag voor een ontslagvergunning ontvangt. In een toelichting op de wettekst is aangegeven dat, als de werknemer ziek wordt op dag waarop het UWV het ontslagverzoek ontvangt, het belang van de werknemer voorgaat en dus het opzegverbod geldt.   Deze regel wordt echter niet altijd consequent toegepast. Zowel de kantonrechter in Haarlem en Amsterdam bepaalde dat, ook al meldde de werknemer zich ziek op dezelfde dag als het UWV de ontslagaanvraag ontving, er toch geen sprake hoefde te zijn van een opzegverbod.   Het Hof ’s-Hertogenbosch daarentegen, heeft recentelijk weer letterlijk de toelichting op het wetsartikel gevolgd. De werknemer die ziek wordt op dezelfde dag als dat het UWV het verzoek om een ontslagvergunning heeft ontvangen kan zich terecht beroepen op het opzegverbod. Dat de werknemer zich pas ziek meldde nadat de werkgever aan hem had meegedeeld dat een ontslagvergunning voor hem was aangevraagd, veranderde daar niets aan.   Conclusie en oplossing.   Gezien het feit dat de rechterlijke macht hier geen vaste lijn in volgt, ligt er een risico in het aanvragen van een ontslagvergunning na, of onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de werknemer. Immers, de werknemer kan zich na de mededeling ziek melden.   Dit kan eenvoudig voorkomen worden door de werknemer pas een dag na het aanvragen van de ontslagvergunning in te lichten over het ontslagvoornemen. In dat geval zal de ziekmelding altijd te laat zijn.   Kortom: “timing is everything”, zeker voor het moment waarop een werkgever zijn werknemer informeert over een ingediende ontslagaanvraag bij het UWV.   Mocht U naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben dan kunt U contact opnemen met ons kantoor via 0475-419419 of via jeroen@mulders-advocaten.nl   Bron: JAR 272, 15.

    Lees meer
  • Man veroordeeld tot verwijderen Hyves, Facebook en Blogspot profiel

    Van: www.lexx-it.nl Een man is op 4 december door de rechtbank te Amsterdam veroordeeld tot het verwijderen van zijn facebook, hyves en blogspot profiel en verboden om voor een jaar eigenaar of beheerder van een social media profiel te zijn. De Voorzieningenrechter achtte deze verregaande maatregel noodzakelijk nadat de man een eerder vonnis in de wind had geslagen. Het plaatsen van ongewenste berichten op social media kan dus grote gevolgen hebben voor de dader. De man in kwestie heeft op Hyves, Facebook en Blogspot een grote hoeveelheid grievende en bedreigende berichten geplaatst over zijn ex- vrouw en kinderen. Onder andere betichtte hij de vrouw van prostitutie, seksisme, pedofilie, nazisme en diverse psychische aandoeningen. Het beroep van de man op zijn vrijheid van meningsuiting trof geen doel. De rechter oordeelde dan ook dat deze berichten een ernstige schending van de privacy van de vrouw inhielden en daarmee onrechtmatig zijn. In eerste instantie werd de man in Kort Geding veroordeeld tot het verwijderen van de berichten en het zich onthouden van het plaatsen van verdere berichten over zijn vrouw en kinderen. Dit alles op straffe van een dwangsom. De man ging ook na het vonnis door met het plaatsen van dergelijke berichten op social media. Hierop startte de vrouw een tweede Kort Geding. De Voorzieningenrechter veroordeelt de man vervolgens tot het verwijderen van zijn profielen op Hyves, Facebook en Blogspot. Daarnaast mag de man een jaar geen beheerder of eigenaar zijn van een social media profiel. Zo blijkt dat ongewenste berichten ook op het internet effectief kunnen worden tegengegaan door gebruik van civielrechtelijke handhaving. Voor meer informatie over dit onderwerp: stephan@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Hoe kunt U voorkomen dat debiteuren te laat betalen.

    Te laat betalende debiteuren: Hoe te voorkomen Door: Mulders Advocaten Incassorecht.   De plaag van elke ondernemer: klanten die te laat betalen. Maar waar ligt dat nu aan, dat Uw factuur altijd te laat wordt betaald en de factuur van Uw concurrent altijd binnen de betalingstermijn?   Veel van Uw klanten houden er het “drie stapeltjes principe” op na. Op stapel 1 komen de facturen terecht die gelijk betaald moeten worden, omdat er anders problemen volgen, op stapel 2 komen de facturen die nog wel even mogen wachten en op stapel 3 komen de facturen die “ooit nog wel eens betaald moeten worden”. U wilt natuurlijk dat Uw facturen op de eerste stapel terecht komen.   Ervaring leert dat alles begint met de juiste uitstraling. De klant moet begrijpen dat U, als professional, waarde hecht aan stipte betaling en dat, indien hij of zij zich hier niet aan houdt, er maatregelen zullen volgen.   Een dergelijke uitstraling begint met discipline. Stuur bijvoorbeeld altijd zo snel mogelijk een factuur na levering van een dienst of product. (Laat factureren verkleint de kans op betaling. m.a.w. factureer snel en regelmatig.) Hanteer daarbij strikte termijnen: Bij een betalingstermijn van 14 dagen, ontvangt de klant op dag 15 een herinneringsbrief als er niet betaald is. In deze herinneringsbrief geeft U een nieuwe betalingstermijn van, bijvoorbeeld, 7 dagen. Betaalt de debiteur niet binnen deze termijn dan ontvangt de debiteur meteen een brief van Uw advocaat. Door duidelijke termijnen te stellen én te hanteren, creëert U geloofwaardigheid bij Uw debiteuren.   Verder nog een paar tips:     Indien U zaken doet met een B.V en U vertrouwt de kredietwaardigheid van de B.V. niet, vraag persoonlijke borgstelling van de directeur. Hanteer duidelijke leveringsvoorwaarden en betalingscondities en deponeer deze bij de Kamer van Koophandel of de griffie van de Rechtbank. Druk de belangrijkste onderdelen van uw algemene voorwaarden op de achterzijde van uw briefpapier af en vermeld hierin duidelijk de betalingscondities Zorg altijd voor bewijs dat uw klanten akkoord zijn met uw leverings- en betalingsvoorwaarden. Zorg dat u precies weet wie namens een bedrijf bevoegd is om contracten te tekenen. (Dit kunt u controleren via de Kamer van Koophandel. ) Vermeld op uw facturen altijd een betalingstermijn. Bevestig altijd de inhoud van de telefoongesprekken en de afspraken die u maakt met uw debiteur en probeer, indien mogelijk, van elke opdracht een schriftelijk bewijs voor handen te hebben. (Adequate dossiervorming is essentieel bij niet betaling!) Let op verjaring. Vorderingen verjaren na vijf jaar. De verjaringtermijn kan worden gestopt (gestuit) door middel van de toezending van een aangetekende sommatie tot betaling. Neem alleen nieuwe opdrachten aan als de vorige opdrachten zijn betaald. Neem telefonisch contact met Uw klant op, na versturing van de eerste betalingsherinnering. Wacht niet te lang met het inschakelen van een incasso-advocaat. Naarmate meer tijd verstrijkt wordt de kans op verhaal aanzienlijk kleiner. Net als de tip van snel factureren en aanmanen, geldt ook hier, dat door snel en daadkrachtig te reageren de vordering sneller zal zijn betaald!   Mocht U nog vragen hebben over dit artikel of over incasso in het algemeen neem dan vrijblijvend contact met mr. J. Brandts. (jeroen@mulders-advocaten.nl of 0475-419419

    Lees meer
  • Crowdfunding, de juridische aspecten en risico's

    Crowdfunding, de juridische aspecten en risico's Door: Mulders Advocaten: Internetrecht. Crowdfunding is al zo oud als de beschaving. Het inzamelen van geld door middel van een collecte is een goed voorbeeld. Tegenwoordig biedt crowdfunding de moderne ondernemer een kans om, zonder bank of grote investeerder, de financiering voor zijn product rond te krijgen. Het is dus niet vreemd dat crowdfunding in opmars is nu de banken de hand op de knip houden.   Wat is crowdfunding? Crowdfunding is het ophalen van een geldbedrag bij een grote groep investeerders. Iedere investeerder stapt voor een klein geldbedrag in waardoor het risico beperkt blijft. Zodra voldoende investeerders zich inschrijven gaat het project door.   Crowdfunding wordt tegenwoordig vaak via een (online) platform aangeboden. Een platform brengt ondernemers en investeerders bij elkaar. Inmiddels zijn er vele platformen beschikbaar waarop ondernemers in de dop hun project kunnen aanbieden. In veel gevallen wordt ook een tegenprestatie geboden voor de investering. Dit kan bijvoorbeeld een beloning in natura zijn (een product), aandelen, of terugbetaling van de investering met rente. De tegenprestatie varieert vaak per platform. Als ondernemer is het dus verstandig om goed na te denken over welk platform U gebruikt en welke tegenprestatie U biedt.   Het juridische aspect van crowdfunding. Er is op dit moment geen specifieke wetgeving op het gebied van crowdfunding. Toch is het verstandig om de juridische gevolgen van crowdfunding goed in kaart te brengen. Het verwerven van fondsen valt namelijk onder de Wet financieel toezicht (Wft) en de Autoriteit Financiële markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) hebben bevoegdheden om dit te reguleren. Zowel de investeerder als de ondernemer als het platform kunnen onder de Wft vallen. Zo is het zonder vergunning bijvoorbeeld voor bedrijfsmatige investeerders niet toegestaan om financiering te verschaffen aan consumenten. Ook is het niet toegestaan om zomaar leningen te aan te trekken. Het aanbieden van effecten (aandelen) is ook alleen toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De AFM heeft onlangs een 10 stappenplan voor Crowdfunding gepubliceerd. Dit kan er op wijzen dat crowdfunding in de toekomst strenger in de gaten gehouden zal worden. Dit stappenplan kunt U hier vinden. Tenslotte is het wel interessant om te kijken naar de rechtsvorm waarin de crowdfunding gegoten wordt. Zo kunt U bijvoorbeeld, met vergunning, besluiten om via crowdfunding aandelen uit te geven. Dit heeft echter tot gevolg dat de ondernemer een groot aantal aandeelhouders heeft waarmee hij constant moet onderhandelen. Een oplossing hiervoor is het oprichten van een coöperatie van investeerders. De coöperatie wordt vervolgens aandeelhouder voor het totale bedrag dat opgehaald is.   Zoals U kunt lezen kleven er nogal wat juridische consequenties aan de vorm en wijze van crowdfunding. Het loont zich dan ook om U zich hier op voorhand goed over te laten informeren. Het gaat immers over Uw nieuwe onderneming, Uw investering, of Uw platform.     Risico's van crowdfunding Onlangs hebben de AFM en DNB voor de risico's die aan het investeren via crowdfunding verbonden zijn. Een van de belangrijkste risico's is dat partijen bij crowdfunding elkaar in onvoldoende mate kennen. Voor de ondernemer is het van belang dat de the toegezegde bedrag ook daadwerkelijk wordt betaald. Voor de investeerder is het van belang te weten dat men te maken heeft met een serieuze marktpartij die in staat is de geïnvesteerde bedragen uiteindelijk terug te betalen. (Meer info: BND Nieuwsbrief d.d. 02-05-2013) Indien U meer informatie wilt over crowfunding en de juridische aspecten daarvan kunt U contact met ons opnemen via 0475-419-419 of stephan@mulders-advocaten.nl  

    Lees meer
  • Vreemdgegaan, toch recht op alimentatie: "Betaald vreemdgaan"

    Vreemdgegaan, toch recht op alimentatie: "Betaald vreemdgaan" Door: Mulders Advocaten echtscheiding. Overspel is een bekend fenomeen in scheidingszaken. In een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, van 18 april 2013, stond de rechter voor de vraag of de wel vrouw recht had op alimentatie, nu zij negen jaar lang een relatie zou hebben gehad met haar zwager (de man van haar zus)?   De man vond dat hij geen alimentatie hoefde te betalen vanwege wangedrag van de vrouw, de vrouw vond dat zij gewoon recht had op alimentatie en betwiste dat zij overspel had gepleegd.   Casus Partijen in kwestie waren getrouwd vanaf 1981. In 2012 kwam een einde aan het sprookje. Bij de scheiding werd door de rechtbank bepaald dat de man partneralimentatie moest betalen. De man zag dit echter, door vermoedens van negen jaar overspel, niet zitten en ging hiertegen in beroep.   Wangedrag De man stelde in de procedure dat er sprake was van wangedrag van de vrouw. De vrouw was negen jaren vreemd gegaan met de man van haar zus. Hij gaf aan dat er hierdoor geen sprake meer was van enige lotsverbondenheid. (De rechter kan een onderhoudsverplichting matigen wanneer de onderhoudsgerechtigde zich in dergelijke mate tegenover de onderhoudsplichtige heeft misdragen, dat het niet redelijk is te vragen om partneralimentatie Aangezien de plicht tot het betalen van partneralimentatie is gebaseerd op de door het huwelijk ontstane lotsverbondenheid, kon hij niet langer aan zijn alimentatieplicht gehouden worden, stelde de man.   Lotsverbondenheid De rechter besloot als volgt. De man en de vrouw hadden de laatste negen jaren van hun huwelijk samengewoond, het door de man gestelde wangedrag van de vrouw had hier kennelijk niet aan in de weg gestaan. De rechter oordeelde dat er derhalve sprake was van een voldoende mate van lotsverbondenheid, waardoor het overspel de alimentatieplicht niet doorbroken had. Kortom: het hof zag geen aanleiding om de alimentatieplicht van de man te beëindigen of te matigen. Met andere woorden, de vrouw was betaald vreemdgegaan!   Mocht U vragen hebben met betrekking tot alimentatie in het bijzonder, of echtscheiding in het algemeen neem dan vrijblijvend contact op met ons kantoor. 0475-419419 of via jeroen@mulders-advocaten.nl.

    Lees meer
  • test

    Dit is een test.

    Lees meer
  • Geen relatie, toch alimentatie.

    Geen relatie, toch alimentatie. Door: Mulders Advocaten echtscheiding.   Een jongeman van 18 jaar leert een leuke jongedame kennen in de discotheek. Ze hebben geen relatie, maar besluiten toch om gezamenlijk de nacht door te brengen. 9 maanden later ontvangt de man het bericht dat hij vader is geworden. Bestaat er voor deze jongen de plicht om alimentatie te betalen voor het kind?   Het antwoord is ja. Voor de vraag of een ouder een alimentatieplicht heeft naar het kind toe, is niet van belang of er een relatie tussen de ouders is geweest. Dus ook wanneer een kind uit een eenmalig contact wordt geboren, zal de niet-verzorgende ouder alimentatie moeten betalen.   Een veel gehoorde opvatting is dat het kind eerst erkend moet worden door de vader, alvorens er een alimentatieplicht zou bestaan bestaat. Echter, ook een biologische vader, die zijn kind niet heeft erkend, heeft op basis van zijn biologische vaderschap een onderhoudsplicht naar het kind toe. Het maakt voor het recht op kinderalimentatie dus niet uit of het kind wel of niet erkend is.   Erkenning is enkel een juridische handeling waarmee de biologische vader, of een andere persoon, juridisch gezien, de vader wordt. Dit is van belang wanneer een kind buiten een huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren wordt. Een vader kan niet zomaar zijn kind erkennen, hiervoor is toestemming van de moeder of vervangende toestemming van de rechter nodig.   Kortom: zelfs een niet erkend kind geeft de moeder het recht op kinderalimentatie van de biologische vader. Een one night stand kan negen maanden later dus uitlopen op een iets langere verplichting tot betaling van alimentatie.   Mocht U vragen hebben met betrekking tot alimentatie in het bijzonder, of echtscheiding in het algemeen neem dan vrijblijvend contact op met ons kantoor. 0475-419419 of via jeroen@mulders-advocaten.nl.  

    Lees meer
  • Smakelijk eten... of toch niet?

    Smakelijk eten... of toch niet? Door: Mulders Advocaten arbeidsrecht. Een werkneemster van een supermarkt is op 30 december 2012 op staande voet ontslagen wegens het verduisteren en nuttigen van, voor de verkoop of proeverij bestemde bedrijfseigendommen. Ze nuttigde tijdens haar werkuren een stuk stokbrood, een punt appeltaart, een appelflap en een zogenaamd pecannotenbroodje. Daarnaast hield de werkneemster zich, volgens haar werkgever, nooit aan werktijden en klokprocedures.   Werkneemster vond niet dat er sprake was van een dringende reden die het ontslag rechtvaardigt en stelde daarnaast dat het proeven van verscheidene producten een gebruik was dat behoorde tot de bedrijfscultuur van de supermarkt. Zij riep dan ook vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet in.   Ten aanzien van de werktijden stelt werkneemster dat zij hier inderdaad op aangesproken was middels een waarschuwingsbrief, maar dat zij nog niet de mogelijkheid had gekregen van de werkgever om haar gedrag aangaande de kloktijden te verbeteren. Zij had de waarschuwingsbrief namelijk pas op 29 december ontvangen en op 31 december 2012 ontving zij de bevestiging van het ontslag op staande voet.   De werkgever verweerde zich met het argument dat het huisreglement regels bevat met betrekking tot fraude en diefstal en dat er een 'zero-tolerancebeleid' wordt gevoerd. Werkgever geeft aan dat werkneemster veel te ver is gegaan in het 'proeven van etenswaren' aangezien zij deze etenswaren voor haarzelf apart had gelegd en in grote hoeveelheden tot zich had genomen.   De kantonrechter oordeelde dat de werkneemster inderdaad te ver is gegaan. Zij heeft producten aan de kant gelegd en afgesneden en heeft meerdere happen van één of meer appelflappen genomen. Er kan derhalve geen sprake meer zijn van 'controle' en van 'proeven'. Werkneemster was bovendien een 'gewaarschuwd mens', aangezien de werkgever duidelijk heeft aangegeven dat er een zero-tolerancebeleid bestaat op de werkvloer. Werkneemster had namelijk al eerder een waarschuwing gehad, vanwege het openen van een pakje kauwgum, voor dat zij deze had afgerekend.   De kantonrechter gaf de werkgever in dezen gelijk, zeker aangezien werkneemster had erkend dat zij fout was in de kwestie over de appelflappen. Het ontslag op staande voet was volgens de rechtbank terecht. Daarnaast werd de werkneemster ook nog veroordeeld in de proceskosten. Een mooi voorbeeld van kleine hapjes, grote gevolgen.   Mocht U naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben dan kunt U contact opnemen met ons kantoor via 0475-419419 of via fons@mulders-advocaten.nl   Bron: LJN: BZ9193

    Lees meer
  • Bedrag aan oninbare vorderingen steeds hoger in Nederland.

    Bedrag aan oninbare vorderingen steeds hoger in Nederland. Door: Mulders Advocaten Incassorecht.   Nederlandse bedrijven hebben vorig jaar 14,3 miljard euro moeten afschrijven op oninbare vorderingen. Dat is vier procent meer dan een jaar eerder. In Europa lag het bedrag aan afschrijvingen vorig jaar op 350 miljard euro, een groei van zeven procent ten opzichte van 2011.   Dat blijkt uit onderzoek onder bijna tienduizend bedrijven in 31 landen.   Het afgeschreven bedrag van 14,3 miljard euro betekent dat in Nederland 2,6 procent van het totale bedrag aan openstaande rekeningen niet inbaar is. In heel Europa is dat gemiddeld drie procent.   Bovenstaande maakt maar eens te meer duidelijk, hoe belangrijk het is om grip op Uw incassoproces te hebben en te houden!   Mulders Advocaten heeft door haar jarenlange ervaring als incasso advocaat een eigen visie ontwikkeld op het incassoproces.   Hierbij gaan wij uit van twee principes: snelheid en geloofwaardigheid.   Snelheid is een eerste vereiste voor effectief incasseren. De kans op volledige betaling neemt daarbij cumulatief af naarmate de tijd verstrijkt. Snel handelen is dus essentieel. Snel handelen gaat alleen in samenwerking met onze client. Op het moment dat een betalingstermijn verstrijkt is het noodzaak dat onmiddelijk actie wordt ondernomen.   Geloofwaardigheid is de tweede peiler waar het incasso systeem van Mulders Advocaten op steunt. De wanbetaler moet er van overtuigd zijn dat Mulders Advocaten doet wat zij zeggen. Ons incasso systeem is op zodanige wijze ingericht dat een wanbetaler in 4 contactmomenten leert dat Mulders Advocaten geen loze dreigementen uit. Mocht U nog vragen hebben over dit artikel of over incasso in het algemeen neem dan vrijblijvend contact met mr. J. Brandts. (jeroen@mulders-advocaten.nl of 0475-419419

    Lees meer
  • Vincent Vermeij tekent bij AJAX

    Vincent Vermeij tekent bij Ajax Door: sportrecht Mulders Advocaten te Echt (Limburg) Op 5 juli 2013 heeft de voetballer Vincent Vermeij een contract getekend voor een jaar bij de Amsterdamse voetbalclub AJAX.   Vincent Vermeij is op 9 augustus 1994 geboren. Sinds vorig seizoen speelde hij voor de A2 maar werd al vaker uitgenodigd voor de A1 en Jong Ajax. Bij die laatste maakte hij de beslissende goal tegen Jong Twente. Komend seizoen zit hij bij de selectie van Jong Ajax en mag dan ook in de Jupiler League uitkomen. Dat is een mooie stap voor de boomlange aanvaller. Zelf noemt hij het contract een “lot uit de loterij”.   Op de website van Ajax geeft de achtienjarige aanvaller aan waar zijn kracht ligt: “ik moet het niet van mijn kracht of lenigheid hebben en heb ook geen trucjes, maar ik ben van de goals, de beslissingen.” Mulders Advocaten feliciteert Vincent van harte met deze mooie stap! Mulders Advocaten te Echt (limburg) Begeleidt Vincent Vermeij op sportief en juridisch gebied in zijn carrière als professioneel voetballer. ran@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Jean-Marie Pfaff te gast bij ZUID

    Jean-Mari Pfaff te gast bij ZUID Jean-Marie Pfaff heeft een boodschap voor ondernemers. Doelen stellen, hard werken en beide voeten op de grond. "Vooral jezelf blijven en niet meedoen aan achterklap", wist de BV'r. Hij was de gastspreker bij de Netwerkgroep ZUID op 26 augustus 2013 in het kantoor Van FLEXPOINT in het Roda JC stadion. Jean-Marie Pfaff (l) en Fons Mulders (R) Interview met Fons Mulders In het intervieuw met Fons Mulders kwam duidelijk naar voren dat Jean Marie al tijdens zijn voetbalcarrière zijn blik had gericht op de periode daarna. Zijn doel was zijn bekendheid te gebruiken voor de ontwikkeling van zijn imago om dat vervolgens zakelijk in te zetten als lobyist, ambassadeur en boegbeeld. En dat was hem gelukt. "Al ben ik er niet rijk van geworden", aldus Pfaff.   Jean-Marie Pfaff Jean-Marie Pfaff  is voormalig professioneel keeper en oud-international bij de Rode Duivels. Hij heeft verder ondere andere bij Bayern Munchen gespeeld en vijf maal de Bundes Liga gewonnen. Jean-Marie is daarnaast voornamelijk bekend van de reality-serie "De Pfaffs".

    Lees meer
  • TV-rubriek “Aan de Ton”.

    Fons Mulders vaste gast bij TVEllef.   Iedere tweede dinsdag vinden in café De Pauw aan de Roerkade te Roermond de opnames plaats van de talkshow “Aan de Ton”. In een “Pauw en Witteman”-achtige setting intervieuwen Wil Ruiters en Ton Balendonck gasten over actuele onderwerpen.   Inmiddels is Fons Mulders vaste gast bij dit programma en bespreekt alledaagse juridische onderwerpen. Zoals het doen van aangifte, de rechten van rechtsbijstandsverzekerden etc.   “Ik vind Aan de Ton een aansprekend platform om de kijkers met hun alledaagse vragen van informatie te kunnen voorzien. Het is geen hoogdravend theater, maar gewoon met beide voeten op de grond. Dat spreekt mij wel aan. No-nonsense en gewoon duidelijk kiezen voor het recht.”   Aan de Ton wordt iedere woensdag om 18.10 uitgezonden op TVEllef.

    Lees meer
  • TV-rubriek “Aan de Ton”.

    Fons Mulders vaste gast bij TVEllef.   Iedere tweede dinsdag vinden in café De Pauw aan de Roerkade te Roermond de opnames plaats van de talkshow “Aan de Ton”. In een “Pauw en Witteman”-achtige setting intervieuwen Wil Ruiters en Ton Balendonck gasten over actuele onderwerpen.   Inmiddels is Fons Mulders vaste gast bij dit programma en bespreekt alledaagse juridische onderwerpen. Zoals het doen van aangifte, de rechten van rechtsbijstandsverzekerden etc.   “Ik vind Aan de Ton een aansprekend platform om de kijkers met hun alledaagse vragen van informatie te kunnen voorzien. Het is geen hoogdravend theater, maar gewoon met beide voeten op de grond. Dat spreekt mij wel aan. No-nonsense en gewoon duidelijk kiezen voor het recht.”   Aan de Ton wordt iedere woensdag om 18.10 uitgezonden op TVEllef.

    Lees meer
  • TV-rubriek “Aan de Ton”.

    Fons Mulders vaste gast bij TVEllef.   Iedere tweede dinsdag vinden in café De Pauw aan de Roerkade te Roermond de opnames plaats van de talkshow “Aan de Ton”. In een “Pauw en Witteman”-achtige setting intervieuwen Wil Ruiters en Ton Balendonck gasten over actuele onderwerpen.   Inmiddels is Fons Mulders vaste gast bij dit programma en bespreekt alledaagse juridische onderwerpen. Zoals het doen van aangifte, de rechten van rechtsbijstandsverzekerden etc.   “Ik vind Aan de Ton een aansprekend platform om de kijkers met hun alledaagse vragen van informatie te kunnen voorzien. Het is geen hoogdravend theater, maar gewoon met beide voeten op de grond. Dat spreekt mij wel aan. No-nonsense en gewoon duidelijk kiezen voor het recht.”   Aan de Ton wordt iedere woensdag om 18.10 uitgezonden op TVEllef.

    Lees meer
  • TV-rubriek “Aan de Ton”.

    Fons Mulders vaste gast bij TVEllef.   Iedere tweede dinsdag vinden in café De Pauw aan de Roerkade te Roermond de opnames plaats van de talkshow “Aan de Ton”. In een “Pauw en Witteman”-achtige setting intervieuwen Wil Ruiters en Ton Balendonck gasten over actuele onderwerpen.   Inmiddels is Fons Mulders vaste gast bij dit programma en bespreekt alledaagse juridische onderwerpen. Zoals het doen van aangifte, de rechten van rechtsbijstandsverzekerden etc.   “Ik vind Aan de Ton een aansprekend platform om de kijkers met hun alledaagse vragen van informatie te kunnen voorzien. Het is geen hoogdravend theater, maar gewoon met beide voeten op de grond. Dat spreekt mij wel aan. No-nonsense en gewoon duidelijk kiezen voor het recht.”   Aan de Ton wordt iedere woensdag om 18.10 uitgezonden op TVEllef.

    Lees meer
  • Geen empathie voor zieke werknemer: ontslagvergoeding x 10

    Bij het bepalen van een ontslagvergoeding houdt de rechter rekening met de manier waarop het ontslag tot stand is gekomen. Als de werkgever verantwoordelijk is kent de rechter een hogere vergoeding toe en als de werknemer verantwoordelijk is wordt een lagere vergoeding toegekend. De rechter in Haarlem kwam onlangs tot het oordeel dat een werkgever zich zodanig kwetsend jegens de werknemer had opgesteld dat de normale vergoeding vertienvoudigd dient te worden. De kantonrechtersformule. Een ontslagvergoeding wordt berekend volgens de kantonrechtersformule. Om tot de ontslagvergoeding te komen neemt men kort gezegd: (A) het aantal gewogen dienstjaren (B) het bruto maandsalaris (C) de correctiefactor. De ontslagvergoeding wordt vervolgens bepaald door de volgende som: A x B x C. Dus als iemand 10 jaar gewerkt heeft heeft diegene recht op 10 maandsalarissen vermenigvuldigd met de correctiefactor. De correctiefactor wordt gebruikt om aan te geven aan wie het ontslag te wijten is. Indien de kantonrechter van mening is dat het ontslag volledig te wijten is aan de werknemer zal hij een correctiefactor 0 toewijzen, de werknemer krijgt in dat geval geen ontslagvergoeding. Als de kantonrechter van mening is dat de werkgever een ernstig verwijt treft past hij een correctiefactor 2 of zelfs 3 toe. In dat geval wordt de ontslagvergoeding verdubbeld of verdrievoudigd. Onderzoek wijst uit dat in meer dan de helft van de ontslagzaken een correctiefactor van minder dan 1 wordt toegepast. De gemiddelde correctiefactor bedraagt 0,90.   De casus. De kantonrechter te Haarlem kwam op 18 oktober 2013 echter tot een correctiefactor van 10. Een zeer uitzonderlijk geval! Het conflict ontstond toen de werknemer zich ziek had gemeld omdat zij met hartproblemen was opgenomen in het ziekenhuis. De werkgever twijfelde duidelijk aan de lichamelijke klachten en zag de ziekmelding als werkweigering. Met name de botte wijze waarop de werkgever hierover communiceert stuit de rechter tegen de borst. De werkgever stopt op een gegeven moment zelfs de loonbetaling om verder druk te zetten op de werkneemster. De kantonrechter oordeelt dat een werkgever niet op de stoel van de bedrijfsarts moet gaan zitten als zij twijfelt aan het ziek zijn van een werknemer. De vergoeding volgens de kantonrechtersformule (1/2e maand a € 1.500,-) zou in dit geval onvoldoende recht doen aan de laakbare handelswijze van de werkgever en de omstandigheden waarin de werknemer nu verkeert. Uiteindelijk wijst de kantonrechter een vergoeding toe van € 15.000,-.   Conclusie. Deze casus betreft een zeer uitzonderlijk geval waarin de werkgever zo weinig empathie toont voor de situatie van de zieke werknemer dat daardoor de verhouding zodanig verslechtert dat deze ontbonden moet worden. Een ontslagvergoeding van € 1.500 is daarom onredelijk. Een dergelijke situatie komt in de praktijk echter niet vaak voor. Het is dus meer een uitzondering op de regel.

    Lees meer
  • Verzekerd voor rechtsbijstand? Kies zelf uw advocaat!

    Europa fluit verzekeraars terug!   Wanneer u moet procederen heeft u recht op een advocaat naar keuze. Daarvan kan de rechtsbijstandsverzekering u niet tegenhouden. Voor de verzekeraar is het verlenen van rechtsbijstand een kostenpost. Het liefst zou de verzekeraar de premie innen en geen schadepost hebben. Wanneer u toch een beroep doet op de verzekering dan is dat voor de verzekeraar schade. Natuurlijk zal iedere verzekering dan moeten uitkeren. Dat een verzekering liever niet betaalt, of zo weinig mogelijk, hoeft geen toelichting.   Tot voor kort probeerde de rechtsbijstandsverzekeraar juridische aangelegenheden zoveel mogelijk door eigen medewerkers te laten behandelen. Dat is immers veel goedkoper dan het inschakelen van externe advocaten.   Wanneer toch een advocaat vereist was probeerde verzekeraars de rechtzoekende, u dus, te verwijzen naar advocaten waarmee vooraf prijsafspraken zijn gemaakt.   Dat is nu anders geworden. Met de uitspraak van het Hof van Justitie (HvJ) is nu komen vast te staan dat u, in geval van een procedure, recht heeft op de advocaat van uw keuze. Ook als de polis anders bepaalt!   Inleiding.   Een cliënt heeft zijn eigen redenen om een bepaalde advocaat te kiezen. Soms is specialistische kennis nodig. Ook kan die advocaat toevallig in de buurt gevestigd zijn, is de betreffende advocaat een bekende, of heeft die advocaat in het verleden goede resultaten behaald.   Hoe dan ook, de keuze voor een advocaat is persoonlijk. Dat is noodzakelijk gezien de vertrouwensrelatie tussen een advocaat en de cliënt. De cliënt moet erop kunnen vertrouwen dat zijn advocaat “voor hem vecht”, zich kan inleven in zijn persoon en problematiek en zijn belangen goed behartigt. Aan de andere kant moet de advocaat erop kunnen vertrouwen dat zijn cliënt vrij en openhartig met hem communiceert zodat de advocaat de belangen van cliënt optimaal kan behartigen.   De polis in natura: kostenbesparing.   Een particuliere rechtsbijstandsverzekering betaalt meestal uit in natura. Dat wil zeggen dat de verzekerde in beginsel juridisch wordt bijgestaan door een van de medewerkers van de rechtsbijstandsverzekering. Zodra vertegenwoordiging door een advocaat noodzakelijk is worden verzekerden doorverwezen naar een advocatenkantoor waarmee prijsafspraken gemaakt zijn. Slechts in uitzonderingsgevallen vergoedt de verzekeraar de kosten voor een advocaat naar keuze. Het spreekt voor zich dat dit de verzekeraar een aanzienlijke kostenbesparing oplevert. Eigen werknemers zijn immers goedkoper dan een externe advocaat. Europese wetgeving verplicht verzekeraars echter om hun verzekerden het recht te geven hun eigen advocaat te kiezen.   Het recht op vrije advocaatkeuze.   Het recht om zelf een advocaat te kiezen is bij wet vastgelegd. Als de verzekering alleen rechtsbijstand door zijn eigen medewerkers vergoedt is er geen sprake van een vrije keuze. De verzekerde heeft dan immers de keuze tussen zelf betalen om door zijn eigen advocaat geholpen te worden of gratis geholpen te worden door de medewerker van de rechtsbijstandsverzekering. Dat is weliswaar een keuze maar geen vrije keuze. Europese regelgeving verplicht rechtsbijstandsverzekeringen om verzekerden zelf hun advocaat te laten kiezen bij een procedure. Ook al is een polis in natura is afgesloten. Voorheen werd dit door verzekeraars uitgelegd dat de verzekerden recht hadden een eigen advocaat te kiezen als een advocaat noodzakelijk is.   Procedure bij de kantonrechter.   Vertegenwoordiging door een advocaat is niet verplicht bij de kantonrechter. De kantonrechter is bevoegd bij procedures tot € 25.000,- en huur- en arbeidsconflicten.   Dat een advocaat bij de kantonrechter niet noodzakelijk is wil niet zeggen dat een advocaat geen meerwaarde biedt. De advocaat heeft immers ruime ervaring in het voeren van procedures en kent de fijne kneepjes van het vak. Ook staat een advocaat onder streng toezicht van de NOvA en bezit de advocaat vaak specialistische kennis. Het is dan ook niet vreemd dat veel verzekerden bij een procedure toch liever op een advocaat vertrouwen.   Het Hof van Justitie heeft onlangs bevestigd dat de verzekerde voor rechtsbijstand bij een procedure altijd recht heeft zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat naar keuze. Ook bij de kantonrechter.   Mijn verzekeraar werkt niet mee, wat nu?   Verzekeraars hebben er belang bij om hun kosten te beperken. Daarom verschuilt de verzekeraar zich vaak achter polisvoorwaarden om te voorkomen dat de verzekerde naar een externe advocaat stapt. De niet-jurist moet vervolgens wel heel sterk in de schoenen staan om toch tegen de verzekeraar in te gaan. Mulders Advocaten staat in zo'n geval voor u op de barricade zodat u alsnog krijgt waar u recht op heeft!

    Lees meer
  • Vrijspraak en schadevergoeding na bedreiging door hulpzoekende

    Cliënt Mulders Advocaten vrijgesproken van bedreiging met brandstichting. De man kampte in december 2012 met psychische problemen en vroeg om hulp bij het Regionaal Instituut voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (Riagg) in Roermond. Tijdens een gesprek met medewerkers van het Riagg zou hij gedreigd hebben om een molotovcocktail bij opvangcentrum Moveoo naar binnen te gooien. Na fel betoog van advocaat mr. Jacques Guzik oordeelde de rechter dat de man de bedreigingen slechts uitte om zijn roep om hulp kracht bij te zetten. Bovendien had de inhoud van het gesprek niet naar buiten mogen komen. Een gesprek met het Riagg is immers vertrouwelijk.   Ernstige psychische klachten. De man meldde zich bij de Riagg crisisdienst met ernstige psychische klachten. “In het gesprek dat hij daarop voerde met twee Riagg-medewerkers, voelde de man zich niet serieus genomen”, stelt Guzik. In een moment van wanhoop gaf de man aan in staat te zijn tot het gooien van een molotovcocktail. De medewerkers alarmeerden daarop de politie, die de man arresteerde. Guzik zag het onrecht in deze zaak en nam de verdediging van de man op zich. Hij beargumenteert dat er geen reële angst kon ontstaan dat de cliënt daadwerkelijk brand zou stichten, omdat zijn cliënt de uitspraken deed in een vertrouwelijk gesprek waarvan de inhoud binnenskamers hoorde te blijven. Bovendien bestrijdt Guzik de werkwijze van de Riagg-medewerkers. “De hele aanpak en opzet van mijn cliënt was er juist op gericht dat hij onmiddellijk werd opgenomen en behandeld. Toen dit niet gebeurde, deed hij de uitspraken uit boosheid en frustratie”, aldus de raadsman.   Vrijspraak en schadevergoeding. De rechtbank te Roermond beloonde de strijdbare houding van Guzik met vrijspraak van zijn cliënt, het hoogst haalbare voor een strafrechtadvocaat. Volgens de rechtbank had de man erop mogen vertrouwen dat het gesprek met de medewerkers niet bij Moveoo terecht had kunnen komen zonder dat de vertrouwelijkheid geschonden zou worden. De website van het Riagg vermeldt nota bene dat geheimhoudingsplicht geldt voor alle uitspraken die cliënten doen. Voor de zeven maanden die de cliënt van Mulders Advocaten in voorarrest heeft doorgebracht, krijgt hij een schadevergoeding.  

    Lees meer
  • Illegale sigaretten. Geen naheffing accijns!

    mr. Jacques Guzik: “De Belastingdienst terecht teruggefloten.”   Onlangs behaalde mr. Jacques Guzik weer een opmerkelijke overwinning. De rechtbank te Breda stelde zijn cliënt in het gelijk en wees de vordering van de Belastingdienst naar het rijk der fabelen. De belastingdienst vorderde maar liefst € 980.000,- vanwege niet betaalde accijns op ongebanderolleerde sigaretten (sigaretten zonder belastingzegel). De toedracht.   Een ondernemer verhuurt een loods. De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) valt in februari 2012, na berichten van de Engelse en Belgische autoriteiten, de loods binnen en neemt een partij van 5 miljoen illegale sigaretten in beslag. De Belastingdienst vordert vervolgens van de verhuurder de accijns voor bijna één miljoen euro.   De ondernemer kwam er pas achter dat het om illegale sigaretten ging tijdens het verhoor, nadat hij werd aangehouden. De Belastinginspecteur meende dat de ondernemer wel degelijk wist wat er in zijn onderverhuurde loods gebeurde. Bovendien, zo vond de belastingdienst, was de vraag of de verhuurder wist dat er illegale sigaretten in zijn loods opgeslagen werden niet van belang. De wet zegt immers dat diegene die de illegale producten voorhanden heeft aangesproken kan worden als belastingplichtige. De ondernemer had het deel van de loods waar de sigaretten waren gevonden onderverhuurd aan een andere ondernemer. Hij wist dus helemaal niet dat de sigaretten daar waren. Bovendien waren de achttien pallets met ondoorzichtig zwart en blauw folie omwikkeld, wat ook gebeurde met pallets met andere goederen die de onderhuurder distribueerde. Hij kon dus ook niet zien dat daaronder rookwaar lag opgeslagen. De ondernemer realiseerde zich dat hij in een benarde situatie terecht was gekomen en besloot om Mulders Advocaten in de arm te nemen. Advocaat mr. Jacques Guzik toonde zich begripvol en strijdbaar en bereidde samen met cliënt een verweer voor.   De casus en het verweer. Nog in 2008 paste de Raad van de Europese Unie de richtlijnen aan. Onder de nieuwe richtlijn wordt de belastingplichtige diegene die de producten waarop geen accijns betaald is voorhanden heeft. De richtlijn werd aangepast om het innen van accijnzen gemakkelijker te maken.   In de praktijk blijkt namelijk niet eenvoudig vast te stellen wie nu precies verantwoordelijk is voor producten waarover geen accijns betaald is. Volgens de inspecteur van de Belastingdienst had de verhuurder de illegale sigaretten voorhanden. Hij was immers eigenaar van de loods. Alleen daarom had hij de producten voorhanden. Hij kon dus aangeslagen worden voor de misgelopen accijns.   Mr. Guzik zag de aanpassing van de wet echter niet als een beperking maar juist als een mogelijkheid om de onterechte naheffing ongedaan te maken. Mr. Guzik wees erop dat de producten volgens jurisprudentie slechts voorhanden waren indien cliënt redelijkerwijs had kunnen weten dat er sigaretten opgeslagen waren. Omdat de sigaretten met ondoorzichtige folie omwikkeld waren kon cliënt niet weten dat er sigaretten op de pallets en had hij de producten dus niet voorhanden. Het enkele feit dat de verhuurder op het moment van de inval in de loods werd aangetroffen deed naar zijn mening daar niet aan af.   Het oordeel. De rechtbank in Breda ging mee in het betoog van mr. Guzik. Volgens de rechtbank moet, ook na de wetswijziging, het begrip “voorhanden hebben” inhouden dat de ondernemer wéét dat illegale sigaretten opgeslagen werden. Deze wetenschap is volgens de Rechtbank: “essentieel”. De verklaring van cliënt die de FIOD had afgenomen was volgens de rechtbank voldoende om aan te nemen dat de ondernemer niet op de hoogte was van de rookwaar in zijn loods en dat hij er ook geen beschikking over had. Daarop werd het beroep tegen de naheffing gegrond verklaard, waardoor de ondernemer de Belastingdienst niet hoeft te betalen voor de accijns op de sigaretten.   Conclusie. Deze uitspraak is van belang voor de uitleg van deze accijnsrichtlijn. Nu de belastingdienst moet aantonen dat de betrokkene daadwerkelijk wetenschap heeft van de accijnsontwijking is het minder gemakkelijk om een belastingplichtige aan te wijzen. mr. Jacques Guzik: "Zo zie je maar dat vechten loont. Cliënt zag het eerst helemaal niet zitten de strijd aan te gaan met de Belastingdienst...Nu is hij dolgelukkig."

    Lees meer
  • Marvin Compper bij AC Fiorentina!

    mr. Ronen: "Commper houdt van de club en de stad. Er zijn alleen maar positieve gevoelens sinds ons besluit om samen te werken." De toekomst ziet er rooskleurig uit voor AC Fiorentinaspeler Marvin Compper. De Duitse voetballer heeft in januari van dit jaar een contract afgesloten met de Italiaanse club tot 2016. Compper wordt begeleid door mr. Ran Ronen, in samenwerking met Mulders Advocaten. Volgens Ronen is de speler erg gelukkig in Fiorentina. “Compper houdt van de club en van de stad. Er zijn alleen maar positieve gevoelens sinds we besloten hebben om samen te werken”, aldus Ronen. Ran Ronen begeleidt in samenwerking met ProfStyle Sportconsultancy B.V. topsporters in praktische en juridische zaken. Mulders Advocaten is als enige Nederlandse advocatenkantoor aangesloten bij de International Sport Lawyers Association (ISLA).   Fiorentina, dat vijfde staat in de Italiaanse eredivisie, de Serie A, heeft een totale marktwaarde van 168 miljoen euro, verdeeld over dertig spelers, meldt het Duitse transfermarkt.de. De 28-jarige Commper is met een aandeel van 2,8 miljoen de vijfde verdediger op die lijst.   Ronen heeft er vertrouwen in dat zijn cliënt voor stabiliteit blijft zorgen in de verdediging van Fiorentina. “Hij is niet alleen een goede verdediger maar ook een slimme speler die veel communiceert met de mensen om hem heen. Dat is goed voor zijn zakenpartners”.   Volgens Ronen is het nog te vroeg om te spreken over contractverlenging. “Ik heb gesproken met technisch directeur Eduardo Macía. We kennen elkaar en elkaars standpunten goed, dus er is geen haast om een hernieuwd contract op te stellen:”, aldus Ronen. Het huidige contract, dat tot 2016 loopt, is echter voor beide partijen reden voor wederzijds vertrouwen.

    Lees meer
  • APK vergeten? Boete mag niet!

    Iedere auto moet verplicht APK gekeurd en verzekerd zijn. De eigenaar moet daarvoor zorgen. De Rijksdienst voor het Wegverkeer stuurt automatisch een boete van € 90,- wanneer uit haar database blijkt dat de APK-keuring niet op tijd is uitgevoerd en een boete van € 380,- wanneer de auto onverzekerd is. Dat mag niet! Gisteren heeft het Gerechtshof Arnhem daarover een uitspraak gedaan. Het uitschrijven van boetes is namelijk mensenwerk en moet gebeuren door bevoegde ambtenaren. Deze ambtenaren moeten de computer controleren en erop toezien dat er geen fouten gemaakt worden. De boete die aan het Hof ter beoordeling werd voorgelegd had de verbalisantencode 404040 en daaruit valt niet af te leiden dat een bevoegde ambtenaar de boete heeft uitgeschreven. Om die reden was de boete dan ook niet geldig.

    Lees meer
  • Wet BEZAVA: Premieconsequentie werkgever bij de zieke flex werknemer

    Door: Mulders Advocaten Ondernemingsrecht De wet BEZAVA (voluit: Beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid vangnetters) zorgt dat de werkgever moet gaan bijdragen in de kosten van de zieke werknemer met een tijdelijke arbeidsovereenkomst. De kleine werkgever betaalt hiervoor een sectorpremie, terwijl voor de grotere werkgever de gevolgen van deze wet van grote invloed kan zijn op de bedrijfsvoering van de onderneming. Voorkom financiële tegenslagen en voorzie de gevolgen van de wet BEZAVA.     Waarom de wet BEZAVA? Het komt vaak voor dat een werknemer bij ziekte geen contractverlenging krijgt van zijn werkgever. Zieke werknemers die hun werkgever en daarmee het recht op loondoorbetaling verliezen, vallen terug in het vangnet van de Ziektewet. Na de uitkering van de ziektewet kan de ex-werknemer recht hebben op een WIA uitkering. Uiteindelijk bleek na evaluatie door de overheid in 2011 dat er verhoudingsgewijs veel mensen zonder werkgever doorstroomden van de Ziektewet in de WIA. Tegelijkertijd daalde het aantal doorstromende werknemers met 60%. Hierop heeft de regering besloten om specifieke maatregelen te nemen om de kosten van deze groep enigszins te beperken.   Voor 1 januari 2014 bestonden er drie premieregimes, één voor de ZW, één WGA-premie voor vast personeel (WGA-vast) en één WGA-premie voor werknemers met een flexibel dienstverband (WGA-flex). Omdat de ZW-uitkeringen en WGA-flex uitkeringen werden betaald vanuit de sectorfondsen, gold voor elke werkgever dezelfde premie.   Per 1 januari 2014 is dit veranderd. Om er voor te zorgen dat het aantal mensen in de WIA daalt is de Wet BEZAVA ingevoerd. Het doel van deze wet is om de instroom van zogenaamde 'vangnetters' te verlagen. Hierbij wordt van de werkgevers verwacht dat ze de werknemers stimuleren gedurende de re-integratie en de werkhervatting. Voornoemde maatregel ziet niet enkel op werknemers die tijdens dienstverband ziek worden, maar óók op werknemers die binnen vier weken na het einde van het dienstverband ziek worden. Dit kan verstrekkende financiële gevolgen hebben voor de werkgever.   Onderscheid werkgevers De wetgever maakt op basis van de totale loonsom een onderscheid tussen de verschillende werkgevers. Namelijk de grote, middelgrote en kleine werkgever. Voor 2014 betekent dit: Kleine werkgever een totale loonsom heeft van maximaal €370.000,-. Deze betaalt een sectorale premie gebaseerd op de schadelast van de sector. Middelgrote werkgever heeft een totale loonsom van maximaal €3.700.000,-. De middelgrote werkgever betaalt een gedifferentieerde premie gebaseerd op de schadelast van de onderneming en de sector. De verhouding tussen de eigen last en de last van de sector wordt in een staffel bepaald, hierbij geldt hoe groter de loonsom hoe meer de eigen last meetelt. De grote werkgever heeft een totale loonsom hoger dan €3.700.000. De grote werkgever betaalt een individueel gedifferentieerde premie gebaseerd op de schadelast  van de onderneming. De hoogte van de premie is dus afhankelijk van de hoogte van de instroom in de ZW en WGA. Hoe hoog wordt mijn premie? Voor de berekening van alle in dit artikel besproken premies worden de schadecijfers van twee jaar eerder gebruikt. Dus de te betalen premie voor 'vangnetters' van dit jaar, wordt gebaseerd op cijfers van 2012. Bovendien kan de werkgever een boete ontvangen als de onderneming slechter presteert dan het sectorale landelijk gemiddelde. Ook kan werkgever korting krijgen als de onderneming beter presteert dan het sectorale landelijk gemiddelde.   De middelgrote en grote werkgever merkt direct de financiële gevolgen van de arbeidsongeschiktheid van 'zijn vangnetters'.   Ook de kleine werkgever gaat de gevolgen indirect merken. De sectorpremie betekent (meestal) een stijging van de premie omdat eerst de minimumpremie betaald moest worden. Daarnaast is het voor een groeiende (nu nog) kleine ondernemer van belang om zo weinig mogelijk werknemers in de WIA/WGA te laten belanden. Een zieke werknemer nu telt namelijk mee voor de premieberekening over twee jaar, en dan kan het bedrijf al onder de middelgrote bedrijven vallen.   Welke maatregelen kan ik als werkgever nemen? Deze wet roept veel vragen op. Hoe weet de werkgever bijvoorbeeld of de ex-werknemer ziek is geraakt na het einde van het dienstverband? Het is mogelijk om in het contract met de werknemer op te nemen dat de werknemer zich ook na het dienstverband ziek zal melden en zich zal houden aan alle regels en verplichtingen die tijdens ziekte van belang zijn voor controle en re-integratie. Ook kan men ervoor kiezen om zelf het eigen risico te dragen voor de Ziektewet. Hierdoor zorg je als werkgever zelf voor de re-integratie en de begeleiding. Hiervoor is wel enige kennis van de Ziektewet vereist. De werkgever kan er daarnaast voor kiezen om de zieke werknemers, indien mogelijk, nog even in dienst te houden om zicht te houden op de re-integratie waardoor de werknemer minder lang in de ZW blijft. Zorg er tevens voor dat u als werkgever bezwaar maakt tegen een een onterechte toekenning van de ZW-uitkering. Dit vermindert de gedifferentieerde premie. Was de werknemer wel ziek ten tijde van het dienstverband? Was de werknemer wel arbeidsongeschikt door ziekte binnen vier weken na het einde dienstverband? Controleer of de werknemer zijn verplichtingen ten opzichte van het UWV nakomt. Heeft de werknemer een benadelingshandeling gepleegd? Als dat het geval is kan de werknemer het recht op een uitkering verspelen. De Wet BEZAVA kan verstrekkende gevolgen hebben voor de werkgever. Het is raadzaam om deze gevolgen op tijd te inventariseren en op deze gevolgen in te springen. Het kan bijvoorbeeld rendabel zijn om werknemers niet direct in dienst te nemen, maar via een uitzendbureau. De (eventuele) premieconsequentie komt dan voor rekening van het uitzendbureau.   Mocht u hierover vragen hebben, neem dan vrijblijvend contact met ons op: 0475 419 419 en/of stuur een e-mail naar info@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Mijn klant gaat failliet (surseance): plukken van een kale kip

    Door: Mulders Advocaten Ondernemersrecht. 'Van een kale kip valt niet te plukken' is een gezegde waar geen speld tussen is te krijgen. Gelukkig geldt dit niet altijd bij het faillissement van een cliënt. Er zijn verschillende scenario's denkbaar, waarbij je als schuldeiser er voor kunt zorgen dat bij een kaal geplukte kip weer veren gaan groeien. De curator Nadat de klant failliet is verklaard, wordt er een curator aangesteld. De curator is verantwoordelijk voor de afhandeling van het vermogen van de onderneming. De curator handelt namens alle schuldeisers en probeert zoveel mogelijk schuldeisers af te betalen. Hiervoor heeft de curator verschillende door de wet geregelde middelen en bevoegdheden. De schuldeiser dient zo snel mogelijk zijn vordering in te dienen bij de curator. Deze curator stelt vervolgens een lijst op met de verschillende vorderingen die de schuldeisers hebben op de failliete onderneming. In de praktijk komt dit er helaas vaak op neer dat de bank en de belastingdienst, dankzij hun wettelijke voorrang op de rest van de schuldeisers, hun bedrag grotendeels terug vorderen. De gewone schuldeiser kan dan fluiten naar zijn centen. In dit geval valt van de kale kip niet te plukken, hierop zijn uitzonderingen:       Eigendomsvoorbehoud Bij eigendomsvoorbehoud worden de goederen aan de klant geleverd, maar blijft het eigendom bij de leverancier totdat de klant voor het goed heeft betaald. Het eigendomsvoorbehoud kan worden opgenomen in een koopovereenkomst, maar staat vaak in de algemene voorwaarden. Het is verstandig om als crediteur zijnde te controleren of de klant de algemene voorwaarden heeft ondertekend. Door het eigendomsvoorbehoud kan de leverancier niet het geld terugkrijgen, maar wel de geleverde goederen.   Recht van reclame Een alternatief voor het eigendomsvoorbehoud is het recht van reclame. Dit is een wettelijk recht en hoeft daarom niet te worden opgenomen in de koopovereenkomst of algemene voorwaarden. Het recht van reclame houdt in dat de verkoper zijn geleverde goed mag terugvorderen als de klant nog niet het volledige bedrag heeft betaald. Het recht van reclame is maar zes weken geldig na levering of na het einde van de betaaltermijn. Snel handelen is dus noodzakelijk.   Retentierecht Heeft de schuldeiser goederen in het bezit die van de klant zijn dan kan hij bij het faillissement van de klant deze goederen houden om vervolgens hiermee de schulden van de klant af te lossen. De schulden mogen alleen worden afgelost als er sprake is van een samenhang tussen de goederen en de vordering op de klant. Stel een reparateur heeft van een heavymetalband de opdracht gekregen om een basgitaar te repareren en de heavymetalband raakt tijdens het repareren van de basgitaar  failliet. De reparateur kan dan weigeren om de basgitaar aan de curator te geven totdat de rekening is betaald.    Privé aansprakelijkheid bestuurder(s) De curator onderzoekt altijd of het faillissement kan worden verweten aan een of meerdere bestuurders. Het komt wel eens voor dat het bestuur vlak voor een faillissement toezegt tot betalen, om daardoor enige uitstel van het te verwachten faillissement te krijgen, terwijl ze weten dat ze deze toezeggingen nooit kunnen waarmaken. Er zijn talloze voorbeelden te noemen waarbij een bestuurder in privé aansprakelijk kan worden gehouden. Denk aan het verkopen van de  bedrijfsauto, een Ferarri, aan een familielid, het selectief betalen van bepaalde schuldeisers of er bewust voor zorgen dat de onderneming de contractuele verplichtingen niet kan nakomen. Als de schuldeiser denkt dat er sprake is van een dergelijk geval, dan is het zinnig om contact op te nemen met de curator. De curator kan alleen namens alle gezamenlijke schuldeisers handelen. Als u als schuldeiser denkt dat door bepaalde acties van bestuurder schade heeft opgelopen kunt u het beste contact opnemen met een advocaat om te vragen of het aanspreken van het bestuur of een bestuurder succesvol kan zijn.  

    Lees meer
  • Zorgpremie niet betaald? Minder zorgen door uitspraak Kantonrechter.

    Door Mulders Advocaten Echt. Tot opluchting van veel mensen heeft de kantonrechter het CvZ teruggefloten bij het innen van de zorgpremie in geval mensen deze niet kunnen betalen. De regeling wordt door de kantonrechter onredelijk gevonden. Iedereen in Nederland is verplicht verzekerd voor de ziektekosten. De premie die hiervoor wordt betaald, de zogenaamde zorgpremie, wordt geind door de zorgverzekeraar. Bestuursrechtelijke premie Wanneer iemand 6 maanden niet kan betalen dan komt de wanbetaler in een wanbetalingsregeling. Het College van Zorgverzekeraars vordert dan maar liefst een bedrag van € 143,98 per maand. Dat bedrag wordt geind door het CJIB (Centraal Justitieel Incasso Bureau). De wanbetaler blijft de hogere premie betalen tot de verzekeraar hem als wanbetaler afmeldt bij het CvZ. Afmelding alleen als óf de gehele betalingsachterstand is ingelopen óf als de wanbetaler in aanmerking komt voor schuldhulpverlening. Dit bedrag wordt ook wel de bestuursrechtelijke premie genoemd. Het bestaat uit de gemiddelde premie, inclusief gemiddeld eigen risico, en een verhoging van maar liefst 30 %. Oordeel kantonrechter. De rechter heeft geoordeeld dat, wanneer iemand niet voor een schuldhulpregeling in aanmerking komt, en wel bereid is iedere maand een klein bedrag op de schuld af te lossen, het niet redelijk is dan ook nog eens een boete van 30% op te leggen als prikkel om te betalen. Deze regeling brengt mensen alleen maar verder in problemen en dat vindt de rechter onredelijk. Op dit moment zijn ongeveer 320.000 Nederlanders in problemen als gevolg van het niet kunnen betalen van de zorgpremie. Voor veel van deze mensen zal deze uitspraak het licht aan het einde van de tunnel betekenen. Wordt U ook geconfronteerd met de wanbetalingsregeling? Laat ons even nakijken of deze uitspraak ook op uw zaak van toepassing is. rudy@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Column Fons Mulders in ZUID Magazine Maart

    Fons Mulders schrijft iedere maand een bijdrage voor het bekende zakenblad ZUID-magazine. Centraal thema in de columns is het internet en recht op het internet. Schijnbaar normale dingen op internet worden steeds in een ander perspectief geplaatst. Zuid Magazine is een groot Limburgse zakenblad en wordt zes keer per jaar aan 10.000 decisionmakers in heel Limburg verzonden.   Asterix en de Trollen.   Het internet is een wonderland vol verschillende meningen, gedachtes en visies. Dit land wordt geteisterd door trollen en mollen.   Trollen frustreren discussies op internet, ondermijnen de democratie en worden ingezet als lippendienst voor ideologieën. De trol voedt het proces van angst naar boosheid. Boosheid leidt tot haat, met alle gevolgen van dien.   Wie zijn vakliteratuur goed bijhoudt heeft ongetwijfeld “Asterix en De intrigant” gelezen. Een trol is zo'n intrigant op internet. Trollen plaatsen berichten op internet om mensen op de kast te jagen. Trollen was ooit kunst. Vandaag de dag big business.      In China zet de Communistische Partij dagelijks 300.000 trollen in om de publieke visie op democratie te ondermijnen. Voor iedere reactie krijgt de trol 50 Renminbi-cent. Chinese trollen zijn lid van de “50 cent partij”. Het is een beroep: “Hoe was je dag vandaag?” “Fijn gewerkt, lekker de democratie ondermijnd”. Eerste gebod is “Do not feed the trolls”. Iedere reactie, stellingname of inbreng in de discussie activeert de trol. Een trol zonder input sterft de hongerdood.   Vraag het Obama. Om de geoliede propagandamachine van ISIS op social media te bestrijden lanceerde het State Department een campagne op Facebook, Twitter en Youtube onder de naam “Think Again Turn Away”. Potentiële Jihad-gangers terugbrengen naar de Amerikaanse moederschoot, was het doel. De campagne werd echter door ISIS-trollen gekaapt. “Allah Akbar!”   De ongrijpbare “Baba Jukwa” is een mol. Hij is de Angstgegner van president Mugabe. Met maar liefst 400.000 volgers voorspelt deze Facebookpagina met precisie de geheime operaties van de Mugabe's Zanu-PF, die met harde hand in Zimbabwe regeert. De anonieme politieke blogger Baba Jukwa stelt in zijn eentje met groot succes corruptie en moorden aan de kaak.   Met trollen en mollen voegt het internet, onder de vlag van de ideologie, de koran of de bijbel,  een nieuwe dimensie toe. Wie bepaalt de norm? Niet langer zijn het enkel herkenbare overheden of de pastoor.  De stem van de zolderkamer regeert! Het fraaie wonderland is het domein van de ongestrafte leugen. Digitale communicatie maakt het onmogelijk een inschatting te maken van de waarheid en bedoelingen. Op internet ontbreekt het aan ieder gezag. Trollen en mollen kunnen ongebreideld hun gang gaan. Is regulering noodzaak? Vraag het in Zimbabwe! Nog niet zolang geleden ontwikkelden ideologieën zich bij het kampvuur, vaak met veel alcohol, een opiumpijp of een flinke joint. De lezer zal zich herinneren hoe Asterix en Obelix rondom zo'n vuur feestelijk everzwijnen nuttigden. De intrigant en trol, Cassius Catastrofus, was daarbij niet aanwezig. Fons Mulders  

    Lees meer
  • Column Fons Mulders in ZUID-magazine februari

    Fons Mulders schrijft iedere maand een bijdrage voor het bekende zakenblad ZUID-magazine. Centraal thema in de columns is het internet en recht op het internet. Schijnbaar normale dingen op internet worden steeds in een ander perspectief geplaatst. Zuid Magazine is een groot Limburgse zakenblad en wordt zes keer per jaar aan 10.000 decisionmakers in heel Limburg verzonden. Kletskoek, Nostradamus en internet Hieronder vindt U de column van februari 2015: "Kletskoek, Nostradamus en internet"

    Lees meer
  • Ontslag bij faillissement

    Bij faillissement wordt een curator benoemd.. Deze probeert zoveel mogelijk schulden van de failliete onderneming af te lossen. De curator onderzoekt of de directie in privé kan worden aangesproken voor de schulden. De werknemer dient zo snel mogelijk contact op te nemen met de curator om de te vorderen loon en eventueel andere vorderingen kenbaar te maken. De curator neemt veel taken van de schuldeiser op zich bij het faillissement, de vraag welke in dit stuk centraal staat is wat de werknemer zelf kan doen bij het faillissement.   Gevolgen voor de werknemer De curator kan ervoor kiezen de werknemer te ontslaan. De opzegtermijn bedraagt maximaal 6 weken. Eventueel achterstallige loon wordt voor ten hoogste voor een periode van totaal 13 weken door het UWV overgenomen.   Oneigenlijk gebruik van faillissement voor ontslag In een aantal gevallen heeft een onderneming het faillissement aangevraagd omdat op die manier de strenge regels voor het krijgen van een ontslagvergunning kunnen worden omzeild. Wanneer de werknemer een vermoeden van misbruik van faillissement heeft is het van belang snel (binnen 8 dagen) actie te ondernemen en verzet tegen het uitgesproken faillissement aan te tekenen.   Privé aansprakelijkheid bestuurders In een aantal gevallen zijn bestuurders privé aansprakelijk voor de schade van de werknemer bij faillissement. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer een bestuurder bewust geld buiten de onderneming houdt waarmee werknemers betaald zouden kunnen worden. Dat kan ook het gevolg zijn van extreme en buitenissige privé onttrekkingen die de bestuurder uit de vennootschap heeft gedaan.   Conclusie Het is altijd goed om bij ontslag als gevolg van faillissement kritisch te kijken naar het hoe en waarom het faillissement tot stand is gekomen. Voor meer info: rudy@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Apothekers-assistente vlucht voor inbrekers en springt uit het raam: is de werkgever aansprakelijk?

    Een apothekers-assistente werkt 's nachts alleen op de eerste verdieping van een apotheek. Rond 3 uur hoorde ze lawaai en een fractie later stond ze oog in oog met twee  inbrekers. Toen de inbrekers haar bedreigde met een vuurwapen zag de assistente nog maar een uitweg: ze sprong uit het raam van de eerste verdieping. Door de val verbrijzelde haar rechterenkel, ook brak de vrouw haar stuitje en twee wervels. Zij belandde daardoor in de ziektewet. De inbrekers zijn overigens nooit gepakt en daarom besluit de vrouw om de schade te verhalen op haar werkgever. Aan de Rechtbank Limburg werd de vraag gesteld of de werkgever verantwoordelijk is voor de schade van werknemer door de inbraak. Het antwoord lijkt misschien duidelijk maar eerder dit jaar werd een werkgever wél aansprakelijk gehouden voor overvalschade bij zijn personeel.   De zorgplicht van een werkgever. Een werkgever heeft een wettelijke zorgplicht tegenover zijn werknemers. Zo is de werkgever verplicht om de werkomgeving zodanig in te richten en te onderhouden om te voorkomen dat een werknemer tijdens het werk schade lijdt. Deze zorgplicht van de werkgever houdt niet in dat de werkgever rekening moet houden met elke mogelijke gevaarlijke situatie voor de werknemers. De zorgplicht van de werkgever beperkt zich tot het beschermen van het te verwachten en in te schatten mogelijke gevaar. Welke maatregelen de werkgever hoort te nemen hangt, zoals wel vaker bij juridische vraagstukken, af van de concrete omstandigheden van het geval.   Het zorgen voor een veilige werkomgeving De werknemer kan de schade in dit geval op werkgever verhalen als blijkt dat werkgever niet heeft gezorgd voor een veilige werkomgeving. De advocaat van de werknemer is van mening van niet, omdat: De ramen op de bovenverdieping niet waren voorzien van veiligheidsglas, maar van gewoon dubbel glas; Op het dak was geen hekwerk of prikkeldraad geplaatst; Er was geen camera aan de achterzijde van het pand; Na het ongeval heeft werkgever tralies achter elk raam geplaatst; Het ontbreken van een instructie hoe te handelen bij een overval. Kortom: de werkgever zou niet al het mogelijke gedaan hebben om het ongeval te voorkomen en is daarom schadeplichtig. De werkgever is daarentegen van mening dat hij wel degelijk heeft voldaan aan zijn wettelijke zorgverplichting. Hij heeft immers de volgende maatregelen genomen: De beveiliging van de apotheek was gericht op de risico's die voortvloeien uit het klantencontact dat zich afspeelt aan de voorzijde van de apotheek. Aan de voorzijde heeft de apotheek een gepantserd loket met overval alarm; Dit was de eerste overval in 30 jaar; De medewerkers hebben deelgenomen aan een training over omgaan met verbale agressie en geweld; De kluis wordt regelmatig afgestort en de medicijnen bevinden zich achter slot en grendel. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank begint met de mededeling dat er een apotheek is overvallen, geen juwelier of bank. De normale veiligheidsrisico’s bij een apotheek liggen voornamelijk in de klantencontacten. De werkgever heeft ook maatregelen genomen om dat risico te beperken. Hij heeft namelijk een gepantserd loket geplaatst én zijn personeel getraind. De achterzijde  van de apotheek is bovendien geen plek die bij voorbaat uitnodigt om in te breken. Het platte dak ligt op drie meter vanaf de grond en de van dubbel glas voorziene ramen konden niet worden geopend. De rechtbank oordeelt dat werknemer slachtoffer is geworden van een overval die buiten de normale te verwachten risico's voor werkgever lag. Dat de werkgever na het incident voor het veiligheidsgevoel aan de achterzijde overal tralies voor de ramen heeft geplaatst, wil niet zeggen dat de werkgever op het moment van de overval niet aan haar zorgplicht voldaan had. De slotsom van de rechtbank luidt daarom dat de werkgever aan haar zorgverplichting heeft voldaan, werknemer kan de schade niet op werkgever verhalen.   Conclusie. De zorgplicht van een werkgever gaat ver. Zodra een werkgever bekend kan zijn met een risico dat zijn werknemers lopen is hij aansprakelijk voor schade die ontstaat. Een werkgever kan zich er ook niet gemakkelijk vanaf brengen met: “dat wist ik niet”. Hij moet namelijk onderzoeken of zijn werkgevers risico lopen. In dit geval kon de werkgever echt niet weten dat bij hem ingebroken zou worden én wel veiligheidsmaatregelen tegen andere risico's genomen had. Hij had zijn zaakjes dus goed op orde. Dat is niet altijd het geval. Eerder dit jaar werd een winkelier wel verantwoordelijk gehouden voor schade door een overval omdat hij geen maatregelen had genomen terwijl zijn personeel al meerdere malen had gewaarschuwd voor een overval.  

    Lees meer
  • CBrV: 'Boetebeleid UWV niet met terugwerkende kracht''

    Het College van Beroep heeft gisteren bepaald dat uitkeringsinstantie UWV zijn nieuwe boetebeleid niet mag toepassen op overtredingen die voor het ingaan van het beleid zijn begaan.   De inlichtingenplicht en boetes. Volgens de wet mag de overheid (bijvoorbeeld de gemeente of het UWV) een uitkeringsgerechtigde een boete opleggen indien hij of zij niet voldoet aan de inlichtingenplicht. Per 1 januari 2013 heeft de overheid het sanctiebeleid in het kader van de sociale zekerheidswetten ( o.a. WW, WIA, WAO, bijstand) zwaar aangescherpt. De reden hiervoor was dat het oude boetesysteem een onvoldoende ontmoedigende werking had op doelbewuste fraudeurs. Waar voorheen een boete van maximaal € 2.269,- kon worden opgelegd, geldt vanaf 1 januari 2013 een boete van 100% van het te veel ontvangen bedrag. Indien een uitkeringsgerechtigde al eens eerder heeft gefraudeerd, kan de boete zelfs oplopen tot 150% van het te veel ontvangen bedrag. Deze boete kan slechts onder uitzonderlijke omstandigheden worden gematigd. Voorbeeld. Dat dit nieuwe sanctiebeleid grote gevolgen kan hebben blijkt wel uit het volgende voorbeeld. Stel A werkt als bakker en wordt wegens bedrijfseconomische redenen in mei 2011 ontslagen. Vanaf dat moment heeft A recht op een WW-uitkering. In 2012 gaat A parttime werken op de broodafdeling in een supermarkt. A vergeet dit echter te melden bij het UWV en ontvangt in 2014 een brief dat hij onterecht een bedrag van € 12.000,- aan WW-uitkeringen heeft ontvangen. Vroeger moest A over de periode tot 1 januari 2013 maximaal het te veel ontvangen bedrag, te vermeerderen met de wettelijk vastgelegde maximale boete van € 2.269,- moest terugbetalen. Volgens de nieuwe regels moet A het te veel ontvangen bedrag én een boete van € 12.000,- betalen. CBrV: 'Nieuw sanctiebeleid geen terugwerkende kracht' In 2013 heeft het UWV 17.705 zaken afgehandeld onder het nieuwe sanctiebeleid. Hierbij heeft het UWV voor € 19 miljoen aan boetes opgelegd! De hoogste bestuursrechter heeft hier gisteren een einde aan gemaakt door te oordelen dat het toepassen van het nieuwe boeteregime op overtredingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2013 in strijd is met het internationale recht. Volgens verschillende Europese en internationale verdragen mag de overheid geen zwaardere straffen opleggen dan de straf die ten tijde van het begaan van de overtreding van toepassing was.   Conclusie. Deze uitspraak kan ook voor U positieve gevolgen hebben. Mulders Advocaten heeft ervaring in het voeren van bezwaar en beroep met betrekking tot het matigen van dergelijke boetes en staat momenteel uitkeringsgerechtigden bij in soortgelijke procedures. Wordt U ook geconfronteerd met een boete wegens het niet voldoen van Uw inlichtingenplicht? Laat ons even nakijken of deze uitspraak ook op uw zaak van toepassing is. E-mail naar rudy@mulders-advocaten.nl of bel 0475 – 419 419 voor meer informatie.

    Lees meer
  • Selectief betalen of 'de handdoek in de ring gooien.' Denk aan bestuurdersaansprakelijkheid.

    Door: Mulders Advocaten ondernemingsrecht. Iedereen kent deze uitdrukking. Als de trainer tijdens de bokswedstrijd ziet dat zijn pupil niet meer verder kan vechten gooit hij de handdoek in de ring. Dit kan zeer frustrerend zijn voor de bokser. De bokser heeft maandenlang getraind voor zijn grote wedstrijd. Hij ziet dat zijn tegenstander zwaar met zijn krachten is aan het smijten. Volledig vertrouwd op zijn eigen kunnen én op een goede afloop staat hij in de ring, totdat zijn trainer de handdoek in de ring gooit. Wedstrijd voorbij. In eerste instantie wordt de link tussen het ondernemerschap en een bokswedstrijd niet snel gelegd, maar ook als ondernemer kom je in dergelijke hachelijke situaties terecht. Als de vennootschap bijna ten dode is opgeschreven, zal een goede bestuurder er alles aan doen om zijn onderneming te redden. Denk hierbij aan de boekenwinkel die zijn belangrijkste leverancier betaalt en daarom de betaling aan andere schuldeisers uitstelt. De andere schuldeisers zijn niet meer overtuigd van een eventuele reddingsactie en willen 'de handdoek in de ring gooien.' Ze dreigen de bestuurder in privé aansprakelijk te stellen omdat hij selectief wil betalen. Door selectief te betalen benadeelt de bestuurder de andere schuldeisers en dat is in strijd met de wet. Daarom kan selectieve (wan)betaling onrechtmatig zijn en wordt de bestuurder privé aansprakelijk gehouden.  De bestuurder schrikt hiervan en vecht niet voor zijn laatste kans, maar geeft zich gewonnen. De voorgaande situatieschets doet zich in de praktijk vaak genoeg voor. Gezien de toenemende 'claimcultuur' in Nederland wordt de bestuurder van een rechtspersoon steeds vaker geconfronteerd met privé aansprakelijkheid.   Selectieve betaling en bestuurdersaansprakelijkheid: drie fases. Ten aanzien van de problematiek rondom selectieve betaling zijn er drie fases te onderscheiden. De eerste fase heeft betrekking op de situatie waarbij de onderneming kerngezond is en bestuurder geen rekening hoeft te houden met een eventueel faillissement. In deze situatie is de bestuurder vrij om naar zijn ondernemersgeest te handelen zonder te vrezen voor eventuele aansprakelijkheid wegens selectieve betaling. De tweede fase betreft de periode waarin de bestuurder merkt dat hij acties moet ondernemen om zijn onderneming te redden. Voordat de boekenwinkel ten dode is opgeschreven, is de eigenaar vrij om alles te doen om zijn onderneming te redden. Onderdeel van de reddingspoging kan de selectieve betaling naar de leverancier zijn om de boeken van de leverancier te ontvangen en deze vervolgens weer te verkopen. Als de reddingspoging lukt zijn alle schuldeisers tevreden. Indien het mislukt zal de eigenaar van de boekenwinkel in privé aansprakelijk worden gesteld in verband met zijn selectieve betalingen. Dit wil nog niet zeggen dat er sprake is van privé aansprakelijkheid. Ten slotte gaat de derde fase over het moment waarbij een faillissement onafwendbaar is. Volgens vaste rechtspraak moet de bestuurder in een situatie waarin de vennootschap ten dode is opgeschreven niet meer handelen in het belang van de vennootschap, maar in het belang van haar schuldeisers. Gebeurt dit niet dan is er sprake van een onrechtmatige daad en is elke bestuurder in privé aansprakelijk. Als de eigenaar van de boekenwinkel merkt dat geen mogelijkheid meer bestaat om de onderneming voor te zetten, is hij, in het belang van de gezamenlijke schuldeisers, verplicht de boekenwinkel te sluiten om privé-aansprakelijkheid te voorkomen.   Wanneer is de bestuurder in privé aansprakelijk vanwege selectieve betalingen? Dit is, zoals vaker bij juridische vraagstukken, afhankelijk van 'de omstandigheden van het geval'. Vaststaat dat als de bestuurder van de boekenwinkel de lening bij zijn vader, of ander familielid, vlak voor faillissement zonder reden aflost er sprake is van selectieve wanbetaling. Ook als de bestuurder besluit een bepaalde schuldeiser niet te betalen omdat hij altijd al een hekel aan hem heeft gehad, kan de bestuurder in privé aansprakelijk worden gesteld. Er is dan immers sprake van betalingsonwil, niet van betalingsonmacht. Dit is logisch, maar hoe zit het nu in het geval de bestuurder er alles aan doet om zijn boekenwinkel te redden? De rechter toetst dan of de bestuurder ten tijde van zijn handelen redelijkerwijs, gegeven de situatie waarin de onderneming op dat moment verkeerde, nog kon beslissen om tot selectieve betaling over te gaan, of dat hij de onderneming had moeten staken. Aan de hand van de beschikbare informatie bekijkt de rechter of de bestuurder een verwijt kan worden gemaakt omdat hij op deze wijze heeft gehandeld en of dit handelen persoonlijk onrechtmatig tegenover de andere schuldeisers is geweest.   Advies bestuurdersaansprakelijkheid. Het is verstandig om als bestuurder van een rechtspersoon tijdens economisch slechte tijden geen overhaaste beslissingen te nemen. Ook een mondelinge toezegging tot nakoming van een bepaalde schuldeiser kan leiden tot privé aansprakelijkheid. Een tip voor de bestuurder om een claim op grond van 'selectieve betaling' af te weren is om  tijdens de tweede fase, de reddingsperiode, het reddingsplan en de actuele situatie cijfermatig te (laten) onderbouwen. Denk hierbij aan liquiditeitsprognoses en dergelijke. Hierdoor toont u aan dat u tijdens de reddingsperiode alles weloverwogen en terughoudend deed besluiten. Op deze manier heeft u een beter zicht op de situatie en bepaalt u zelf wanneer u 'de handdoek in de ring gooit.' Mocht u naar aanleiding van dit artikel vragen hebben met betrekking tot bestuurdersaansprakelijkheid, of mocht u zich met een ander juridisch probleem geconfronteerd zien. Neem dan vrijblijvend contact met ons op: 0475 419 419 of stuur een e-mail naar fons@mulders-advocaten.nl

    Lees meer
  • Een Motorclubkledingverbod, kan dat wel volgens de Wet?

    Vandaag kondigde Burgemeester Noordanus een motorclubkledingverbod aan. Vanaf 1 mei is het verboden om in Tilburg jacks te dragen waarop wordt verwezen naar motorclubs. Mag de burgemeester eigenlijk wel kleding verbieden?   Bevoegdheden burgemeester.   Het is nog gissen waarop de Burgemeester het motorclubkledingverbod precies baseert. Daarom is het lastig te bepalen waar het verbod aan moet voldoen. In het algemeen zou de burgemeester zich op twee bevoegdheden kunnen beroepen.   Allereerst is het mogelijk om een kledingverbod in de Algemene Plaatselijke Verordening(APV) op te nemen. De APV van Tilburg kent wel specifieke regels op het gebied van kleding maar voor voetbalsupporters, niet voor motorclubs.   Wanneer er ernstige vrees is voor de verstoring van de openbare orde en veiligheid heeft de burgemeester bovendien de bevoegdheid om alle bevelen te geven die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de orde. (Artikel 172 lid 3 Gemeentewet). Het is maar de vraag of het dragen van clubhesjes nu daadwerkelijk kan leiden tot een ernstige vrees voor de verstoring van de openbare orde.   Mensenrechten.   Een verbod op het dragen van kleding maakt inbreuk op een aantal mensenrechten. Bijvoorbeeld op het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vrijheid van vereniging. De burgemeester kan de mensenrechten in dit geval alleen beperken voor zover dat noodzakelijk is voor het beschermen van de openbare orde. Noodzakelijk wil zeggen dat er: een dringende behoefte bestaat, er echt geen andere mogelijkheden waren en dat het verbod niet te ver gaat. De burgemeester zal dus een bijzonder zorgvuldige afweging moeten maken tussen het algemeen belang van het verbod enerzijds en het recht van de clubleden om hun mening te uiten anderzijds.   De burgemeester acht het verbod noodzakelijk omdat er sprake is van een golf van geweldsincidenten. De clubleden zouden door het dragen van hun “colors” bovendien onrust veroorzaken. Die golf blijkt overigens te bestaan uit slechts een tiental incidenten, de lokale voetbalclub veroorzaakt waarschijnlijk meer schade. Het is dan ook maar zeer de vraag of het genoemde verbod de noodzakelijkheidstoets doorstaat.   De grootste motorclub in Tilburg, Satudarah heeft overigens al laten weten nog geen stappen tegen het verbod te zullen ondernemen. Ze hadden intern namelijk al afgesproken dat ze hun “colors” niet meer in de stad zouden dragen. De toegevoegde waarde van het verbod is dan ook onduidelijk.

    Lees meer
  • Column Fons Mulders in ZUID-magazine September

    Fons Mulders schrijft iedere maand een bijdrage voor het bekende zakenblad ZUID-magazine. Centraal thema in de columns is het internet en recht op het internet. Schijnbaar normale dingen op internet worden steeds in een ander perspectief geplaatst. Zuid Magazine is een groot Limburgse zakenblad en wordt zes keer per jaar aan 10.000 decisionmakers in heel Limburg verzonden. Keizer Hendrik IV: Digitaal naar Canossa Hieronder vindt U de column van september 2014: "Keuzer Hendrik IV digitaal naar Canossa"

    Lees meer
  • Huwelijk en samenleven. Van wie is wat?

    Administratie tussen partners is niet romantisch. Het is wel belangrijk. Partners maken vaak afspraken over hun vermogen. Zonder goede administratie zijn die afspraken maar moeilijk na te komen. Nog niet zo heel lang geleden werden huwelijken afgesloten voor het leven. Het vermogen was gemeenschappelijk. Dat was de meest voorkomende vorm van samenleven. Administreren binnen huwelijk is tegenwoordig belangrijk. Vandaag is het anders. In de komende wetgeving valt het vermogen dat iedere partner inbrengt buiten de gemeenschap. Dat geldt zowel voor schulden als voor bezittingen. Dat maakt het noodzakelijk om na het huwelijk (of het gaan samenleven) het gezamenlijke vermogen en de geldstromen vast te leggen om alles uit elkaar te kunnen (blijven) houden. De praktijk is weerbarstig. Het blijkt een hele opgave om binnen de samenleving een goede administratie te kunnen voeren. Het zakelijke karakter van administreren staat haaks op de liefdevolle invulling van de relatie. Het Hof Den Haag over administreren. Onlangs heeft het Hof Den Haag het belang van goed administreren nog eens onderstreept. Het ging daarbij om partners die een samenlevingscontract hadden afgesloten en die vervolgens uit elkaar gingen. De vrouw claimde de eigendom van een aantal goederen omdat die met haar geld waren betaald. Het Hof vond dat niet meer vast te stellen was aan wie de goederen toebehoorden. De partners hadden hun privébankrekeningen opgeheven en hun inkomsten en uitgaven via een gezamenlijke bankrekening laten verlopen. Met die rekening waren de goederen gekocht. “Indien tussen partijen een geschil bestaat omtrent de eigendom van of de gerechtigdheid tot een recht aan toonder of een zaak die geen registergoed is en geen van de beiden zijn recht op dit goed kan bewijzen, worden zij geacht ieder voor de helft als eigenaar respectievelijk rechthebbende tot dat goed gerechtigd te zijn “ Met andere woorden: wie aanspraak wil maken op eigen goederen of geld zal goed moeten administreren, hoe vervelend dan ook.

    Lees meer
  • Huis kopen? Ontbindende voorwaarde is wijsheid!

    Het is bijna onvoorstelbaar maar er worden nog veel huizen gekocht zonder ontbindende voorwaarde. Zo'n ontbindende voorwaarde maakt het mogelijk de koop ongedaan te maken als het niet lukt de financiering rond te krijgen. Niet financiering is onderwerp van een ontbindende voorwaarde. Dat kan bijvoorbeeld ook zijn de verkoop van het vorige huis, een grondonderzoek of het verkrijgen van een vergunning om te mogen verbouwen. Het financieringsbeding is van levensbelang Vooral het financieringsbeding is van belang. Veel kopers hebben, voorafgaande aan de koop, een inschatting gemaakt van hun financieringsmogelijkheden. Die inschatting gebeurt vaak via internet en zonder deskundigen. Wanneer vervolgens een hypotheek gevraagd wordt bij een bank blijkt het allemaal niet zo makkelijk. Wie een ontbindende voorwaarde heeft opgenomen kan de koop ontbinden. Wie geen ontbindende voorwaarde opneemt wordt in de praktijk geconfronteerd met een boete van 10 % van de koopsom. Dat is niet mals. Matiging van die boete kan wel bij de rechter worden gevraagd maar wordt doorgaans niet toegekend. Wat ook veel fout gaat is dat kopers wel een ontbindende voorwaarde opnemen, maar deze niet strikt nakomen. Wanneer de koop niet kan doorgaan moet uitdrukkelijk en op tijd een beroep op die ontbindende voorwaarde gedaan worden, waardoor een einde komt aan de overeenkomst. Vaak worden eisen gesteld aan een beroep op de ontbindende voorwaarde. Zo moet volgens vaste rechtspraak aangetoond kunnen worden dat de financiering niet is toegewezen. Ontbreekt het bewijs dan kan de koop niet ontbonden worden.

    Lees meer
  • Ondernemer gestorven, geen testament!

    Vaak is het overlijden van de ondernemer ook de doodsteek voor het bedrijf. Zeker wanneer de voortzetting niet goed in een testament is geregeld.   Erfkwesties zijn, naast burenruzie en echtscheiding, de meest voorkomende conflicten. Wanneer het bedrijf van de ouders nog onderdeel van de boedel is bij overlijden kan dat desastreuze gevolgen hebben.   Geen testament, erfrecht bepaalt   Wanneer geen testament is opgemaakt bepaalt het erfrecht wie wat krijgt. Dan gaat de nalatenschap in eerste instantie naar de echtgenoot of geregistreerd partner. Kinderen hebben wel recht op hun erfdeel. Dat kan pas opgeëist worden wanneer de partner is overleden. Dat kan vaak nog even duren.   Voortzetting onderneming tegen wil erfgenaam. In de praktijk werken de kinderen vaak in de onderneming en willen zij het bedrijf voortzetten. Wat te doen wanneer de erfgenamen zich daartegen verzetten?   Een advocaat kan een verzoek tot bedrijfsovername bij de kantonrechter indienen. Pas op, dat moet wel binnen één jaar na overlijden gebeuren. Anders komt dit recht te vervallen.   Het verzoek tot bedrijfsovername moet gedaan worden tegen een redelijke prijs en de verzoeker moet zijn belang kunnen aantonen. De kantonrechter zal vervolgens zijn afwegingen maken en over het verzoek beslissen.

    Lees meer
  • © 2012 All rights reserved
  • Mulders Advocaten
  • Houtstraat 56
  • 6102 BK Echt (limburg)
  • T +31 (0)475 - 419 419
  • F +31 (0)475 - 486 474
  • Algemene voorwaarden
Google+