U bent nu hier:
  •  
  •  

Nieuws

Wat Mulders Advocaten zoal bezig houdt ervaart u aan de hand van onderstaand nieuwsoverzicht:
  • Royeren verenigingslid

    Kan een lastig lid uit de vereniging worden gezet?

    In de regel zijn mensen lid van een vereniging voor hun plezier. Soms komt het voor dat één lid van de vereniging dit plezier voor de andere leden vergalt. Kan een dergelijk lastig lid uit de vereniging worden gezet? Anders gezegd: hoe gaat het beëindigen van het lidmaatschap van een vereniging in zijn werk?

    Een praktijkgeval:
    Een vereniging van amateurtuinders verhuurt een volkstuintje aan een vrouwelijk lid. Deze dame houdt er echter zo haar eigen regels op na. Zowel van het fiets- als het autoverbod trekt zij zich weinig aan en ook aan het verbod tot overnachting heeft zij maling. Daarnaast vervult zij haar gemeenschappelijke taken niet en onderhoudt zij haar tuintje slecht. Na vele waarschuwingen is voor het bestuur de maat vol, zij ontzet mevrouw uit haar lidmaatschap.

    Mevrouw is het hier niet mee eens en wendt zich tot de Rechtbank Rotterdam. Zij vordert bij de rechtbank om het besluit van het bestuur te vernietigen. Zij ontkent haar gedragingen en volgens haar is het royement in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

    Hoe werkt opzegging en royement?
    Volgens 2:35 BW eindigt het lidmaatschap, onder andere door opzegging door de vereniging, of door ontzetting uit het lidmaatschap (royement). Royement kan bijvoorbeeld wanneer een lid niet meer aan de door de statuten gestelde vereisten voor het lidmaatschap voldoet, maar ook wanneer van de vereniging redelijkerwijs niet meer gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Royement kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglement, of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

    Formele vereisten
    De formele vereisten, waaraan een opzegging of royement moet voldoen, zijn onder andere, dat er een bestuursbesluit moet zijn genomen, dat schriftelijk aan het lid bekend wordt gemaakt. Wanneer er sprake is van royement, moet het geroyeerde lid de mogelijkheid van beroep (bij de ledenvergadering, of een aangewezen derde) zijn gegeven.

    Feitelijke vereisten
    Naast deze formele vereisten zal er ook gekeken moeten worden, of het royement steunt op voldoende feitelijke grondslag. Deze meer feitelijke belangenafweging komt voort, uit de redelijkheid en billijkheid. Die schrijft voor, dat degenen die bij de organisatie van de rechtspersoon zijn betrokken zich tegenover elkaar moeten gedragen naar wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit tot royement, of opzegging , dat in strijd met deze norm tot stand is gekomen, is vernietigbaar.

    In dit kader dient onderzocht te worden of en hoe vaak feitelijk sprake is geweest van een overtreding van een verboden handeling alsmede de ernst van die overtredingen. Dit om de meer algemene vraag te kunnen beantwoorden, of het lid zich als een behoorlijk lid van de vereniging heeft gedragen?

    Verstoorde verstandhouding
    Verder zal de vereniging moeten aantonen, dat de verstandhouding, tussen enerzijds het geroyeerde lid en anderzijds het bestuur en (een aantal van) de leden van de vereniging, ernstig en duurzaam verstoord is, door de gedragingen van het geroyeerde lid. Die verstoorde verstandhouding moet voorts van dien aard zijn dat het, van de vereniging in redelijkheid niet verwacht kan worden, dat zij het lidmaatschap langer laat voortduren.

    Rechtbank Rotterdam
    In de casus van de amateurtuindersvereniging achtte de Rechtbank Rotterdam de verstandhouding, tussen enerzijds eiseres en anderzijds het bestuur van de vereniging, ernstig en duurzaam verstoord, door het gedrag van de dame. Die verstoorde verstandhouding werd van dien aard geacht dat het van de vereniging in redelijkheid niet verwacht kon worden, dat zij het lidmaatschap langer laat voortduren. Deze opzegging was dus niet onredelijk en houdt dan ook stand.

    Het royement van een lid kan zowel voor uw vereniging, als het lid verstrekkende gevolgen hebben. Zijn de belangen van zowel het lid, als de vereniging voldoende afgewogen? Zijn de juiste formaliteiten in acht genomen? Typisch een geval waarbij een helder en duidelijk advies u in staat stelt de juiste beslissingen te nemen. Mocht u behoefte hebben aan meer informatie omtrent dit onderwerp? Wij staan u graag te woord!

    Lees meer
  • Contractverlenging voor PSV-er Jurgen Locadia

    Goed nieuws vanuit de sportsectie van Mulders Advocaten!

    PSV-aanvaller Jurgen Locadia, die al ruim een jaar wordt begeleid door mr. Ran Ronen, hoofd Sportsectie van Mulders Advocaten, heeft zijn contract bij PSV met 2,5 jaar verlengd.

    Locadia, sinds 2010 bij PSV, heeft een nieuwe verbintenis getekend tot de zomer van 2014. De aanvaller mocht eerder deze maand nog mee met de PSV-selectie op trainingskamp in La Manga en heeft reeds driemaal, als bankzitter, mogen proeven aan de Europese avonturen van PSV in de Euroleague.

    Locadia, speelde al in PSV A1 en dit seizoen ook in Jong PSV. Tevens maakte hij tweemaal, tijdens een bekerwedstrijd, zijn opwachting in de hoofdmacht van PSV. “Mijn volgende doel is om de stap te zetten naar de selectie, daar zal ik keihard voor werken. Ik ben blij met deze dag, maar wil me telkens weer blijven bewijzen. Maar, ik heb nog een lange weg te gaan”, aldus Locadia bij de ondertekening van het contract in het Philips Stadion.


    Vlnr. Armand Doorn, Jurgen Locadia, Mr. Ran Ronen (Mulders Advocaten), Marcel Brands ( technisch manager PSV).


    Vlnr. Jurgen Locadia, Marcel Brands (technisch manager PSV), Mr. Ran Ronen (Mulders Advocaten).


    Jurgen Locadia en Marcel Brands ( technisch manager PSV).

    Lees meer
  • Gemeenschap van goederen in 2012, een aantal veranderingen

    Trouwen in gemeenschap van goederen is in Nederland de meest voorkomende vorm. De reden hiervan is dat tussen partners automatisch een gemeenschap van goederen ontstaat, zodra partijen trouwen. De vermogens van beide partners worden dan samengevoegd en alles wat gedurende het huwelijk verkregen wordt komt daarbij.

    De situatie dat men automatisch in gemeenschap van goederen trouwt is in tegenstelling tot de meeste andere landen, waar huwelijkse voorwaarden het uitgangspunt vormen, uniek voor Nederland. In de Tweede kamer is dan ook gediscussieerd over een nieuw systeem waarbij alleen gemeenschappelijk wordt, wat partners tijdens het huwelijk samen opbouwen. Erfenissen, schenkingen, schulden en bezittingen, van vóór het huwelijk, zouden dan buiten de gemeenschap blijven. Deze structurele wijzigingen konden echter niet op een meerderheid rekenen. Uiteindelijk is er in het parlement dan ook voor gekozen, om slechts een aantal beperkte wijzigingen door te voeren.

    Met het einde van 2011 -en het begin van 2012- in zicht, wil ik u graag op de hoogte brengen van een aantal van deze wetswijzigingen binnen het familierecht, die het komende jaar zullen plaatsvinden.  

    Bij echtscheiding in het geval van gemeenschap van goederen, is het voor de verdeling van het vermogen, van belang om te weten welke goederen in de gemeenschap vallen. De wet stelt vast, dat de peildatum (voor deze vaststelling) de datum van de ontbinding van het huwelijk is. Onder de huidige wetgeving vindt deze ontbinding echter pas plaats, wanneer de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. (In de praktijk duurt dit vaak meer dan een jaar!) Vanaf 1 januari verandert deze situatie: zodra het verzoekschrift tot echtscheiding c.q. verzoek tot scheiding van tafel en bed, bij de rechtbank is ingediend, eindigt de gemeenschap van goederen.

    Deze vervroeging voorkomt niet alleen dat schulden, aangegaan door (een van) de echtgenoten tijdens de echtscheidingsprocedure, de gemeenschap bezwaren, maar betekent ook dat alles wat men daarna aan vermogen verwerft, privé blijft en derhalve ook niet aan de gemeenschap toekomt.

    Er kunnen redenen zijn, om niet in gemeenschap van goederen te trouwen. Vaak worden huwelijksvoorwaarden opgesteld als één van de partners vermogend is. Maar ook gedurende het huwelijk kan men alsnog besluiten, om het huwelijksvermogensregime te wijzigen naar huwelijksvoorwaarden. Dit kan bijvoorbeeld fiscaal aantrekkelijk zijn. Bij een verschuiving van het vermogen op deze wijze, is er namelijk geen schenkingsbelasting verschuldigd. Bij overlijden van de ene partner is de andere partner daardoor al eigenaar van de helft van het totale vermogen, er is dan alleen maar erfbelasting verschuldigd over de (andere) helft.

    Nu moet een wijziging van het huwelijksvermogensregime ter goedkeuring worden voorgelegd aan de rechtbank. Deze goedkeuring is bedoeld, om schuldeisers te beschermen. Een wijziging van een gemeenschap van goederen naar huwelijksvoorwaarden brengt in het huidige recht met zich mee, dat schuldeisers niet meer beide echtgenoten voor 100% aansprakelijk kunnen stellen voor gemeenschapsschulden. In de nieuwe wet is opgenomen dat echtgenoten, die tijdens hun huwelijk overstappen van gemeenschap van goederen, naar huwelijksvoorwaarden, met uitsluiting van iedere gemeenschap, zich hoofdelijk aansprakelijk stellen voor alle gemeenschapsschulden die er op het moment van wijziging aanwezig zijn. Nu deze bescherming van de schuldeisers in het leven is geroepen, is de rechterlijke goedkeuring overbodig geworden. Met ingang van 2012 kunnen partijen zich eenvoudigweg tot de notaris wenden, om het huwelijksvermogensregime aan te passen.

    Ook is er, vanaf 1 januari 2012 er, over en weer, een informatieplicht over de stand van de financiën. Dit is een goede ontwikkeling, elkaar informeren leidt in de praktijk immers vaak tot een gesprek en met elkaar praten is de sleutel tot het oplossen van problemen.

    Mocht u er met praten alleen desondanks niet uitkomen, dan kunt u uiteraard te allen tijde contact met ons opnemen. Wij staan u graag met raad en daad bij, ook in 2012!

    Lees meer
  • Boetes blowverbod onterecht

    Het instellen van een plaatselijk blowverbod door een gemeente is verboden. Zo heeft de Raad van State onlangs bepaald.

    De Raad van State is van mening dat het in strijd is met de Opiumwet om ook nog een plaatselijk verbod in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) op te nemen. Het is nu eenmaal niet mogelijk op plaatselijk niveau strafbaar te stellen wat al landelijk bij wet is geregeld.

    Het is daarom waarschijnlijk dat de op grond van de gemeentelijke verordeningen opgelegde boetes vanwege overtreding van het blowverbod ten onrechte zijn opgelegd.

    Mulders-Advocaten wil het voortouw nemen in het terugvorderen van die boetes. Mocht u een dergelijke boete hebben ontvangen en deze willen terugvorderen, neem dan contact op met strafrechtspecialist Jacques Guzik van Mulders-Advocaten.

    Lees meer
  • Reikwijdte zorgplicht assurantietussenpersoon

    Uit het op 11 januari 2011 door het gerechtshof te `s-Hertogenbosch gewezen arrest, in de door een tuindersbedrijf tegen een assurantietussenpersoon

    aanhangig gemaakte appèlprocedure, kan worden geconcludeerd, dat een assurantietussenpersoon, jegens haar opdrachtgever de zorg moet betrachten,

    die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot verwacht mag worden.

    De assurantietussenpersoon, dient -zeker in het geval alle verzekeringen van het bedrijf ondergebracht zijn in een tot zijn portefeuille behorende verzekering als

    de BCP- daarbij actief te handelen en als deskundige op het gebied van verzekeringen zijn verzekeringnemers te waarschuwen in geval van grote onderverzekering of het helemaal niet verzekerd zijn van relevante schades.

    Tot deze taak behoort in beginsel ook dat de assurantietussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend

    geworden feiten voor de dekking van tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben.


    Voorts overweegt het hof, dat nu Rabobank er voor heeft gekozen dat haar werknemer minimaal één keer per jaar bij verzekerde op bezoek ging en dit een

    zeer langdurige werkrelatie betrof, en Rabobank voorts de huisbankier van het bedrijf was, Rabobank er in redelijkheid rekening mee had moeten houden dat er

    bij verzekerde het vertrouwen kon ontstaan, dat de werknemer van de Rabobank ook van bepaalde feitelijke situaties op het bedrijf van verzekerde op de hoogte was.

    In deze casus werden door het betreffende tuindersbedrijf bos-en haagplanten gekweekt, vanuit zaden. Deze zaden dienden bij een bepaalde temperatuur bewaard te worden , met het oog waarop van koelcellen gebruik werd gemaakt. De gewassen bevonden zich gedeeltelijk in zogenaamde kweektunnels, in een venlokas en buiten.

    Sedert 1980 fungeerde de Rabobank als assurantietussenpersoon van het tuindersbedrijf, terwijl gedurende de laatste 25 jaren één van haar medewerkers het vaste aanspreekpunt voor het tuindersbedrijf was. Via de bemiddeling van deze medewerker zijn de verzekeringen vanaf omstreeks 2001 ondergebracht bij Interpolis, in een zogenaamde Bedrijven Compact Polis.

    Het laatste bezoek dat de medewerker aan het tuindersbedrijf had gebracht, dateerde van 29 april 2005.

    Op 28 juli 2005 werd de loods van het tuindersbedrijf door blikseminslag getroffen en in brand geraakt.

    Vervolgens blijkt de inventaris onderverzekerd, en was ondermeer het zaaigoed niet verzekerd, zonder dat verzekerde daarop door de Rabobank c.q haar betreffende medewerker werd geattendeerd.

    Gezien de langdurige relatie en het feit dat de betreffende medewerker van de Rabobank bekend was met het bedrijf en haar bedrijfsvoering, lag het op zijn weg om verzekerde te attenderen op het vorenbedoelde onderverzekerd en zelfs in het geheel niet verzekerd zijn, van voor de verzekerde substantiële vermogensbelangen. Waar hij dit had nagelaten, werd de Rabobank tot het vergoeden van de door verzekerde geleden schade veroordeeld.

    Lees meer
  • Onduidelijkheid over gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning

    In echtscheidingen wordt het voorlopig (voortgezet ) gebruik van de echtelijke woning doorgaans aan één van partijen toegekend. De rechter kan het gebruik van de woning aan één van partijen toewijzen, tot een half jaar na de datum van echtscheiding. Tegelijkertijd kan de rechter bepalen dat de partij aan wie dit voortgezet gebruik werd toegewezen, aan de andere partij de helft van de waarde van het gebruik als vergoeding voor gemist genot of

    gebruik dient te betalen. De vraag of een dergelijke vergoeding verschuldigd is hangt af van de omstandigheden van het geval.

    In haar op 8 december 2010 gewezen beschikking, heeft de rechtbank te Amsterdam geoordeeld, dat de vrouw de helft van het fictief rendement van de overwaarde aan de man dient te betalen. De rechtbank heeft in dat verband

    overwogen, dat een rendement van 4% over belegd vermogen op grond van de economische situatie thans niet haalbaar is.De rechtbank gaat darom uit van een percentage van 2,5 %. Vervolgens overweegt de rechtbank dat zij het redelijk vindt om rekening te houden met het feit dat twee van de drie kinderen van partijen nog in de woning wonen. Om die reden halveert de rechtbank het betreffende bedrag vervolgens.

     

    Het gerechtshof `s-Gravenhage, heeft in zijn arrest van 7 mei 2008 geoordeeld, dat de vergoeding moet worden geacht te strekken ter compensatie van het gemis van gebruik en genot van de echtelijke woning, welke aan beide echtgenoten in gelijke mate toekomen. Dit impliceert, dat de derving van rente op zichzelf geen grond voor toekenning van de onderhavige vergoeding kan vormen.

    Het Hof heeft het in de gegeven omstandigheden redelijk en billijk geacht om het gemis van het gebruik en genot van de echtelijke woning voor de vrouw, over de betreffende periode, te waarderen op 4% van de helft van de overwaarde van de echtelijke woning op jaarbasis.

    Uitgaande van de tussen partijen vaststaande overwaarde van € 55.109,50 heeft het Hof het nadeel voor de vrouw becijferd op € 183,70 per maand. Op grond van het feit dat de man sedert eind 2005 tot aan de op 21 mei 2007 nog niet gerealiseerde vermogensrechtelijke afwikkeling, alle eigenaarslasten van de echtelijke woning heeft voldaan, heeft het Hof besloten de door de man verschuldigde vergoeding op nihil te bepalen.

    Uit het vorenstaande blijkt, dat de vorengenoemde gerechten een verschillende grondslag hanteren, voor wat betreft de berekening van de eventueel verschuldigde gebruiksvergoeding.

    Lees meer
  • © 2012 All rights reserved
  • Mulders Advocaten
  • Houtstraat 56
  • 6102 BK Echt
  • T +31 (0)475 - 419 419
  • F +31 (0)475 - 486 474
  • Algemene voorwaarden