|
maandag 04 augustus 2008 02:07 |
Geen alimentatie voor vrouw die haar ex-man valselijk van seksueel misbruik heeft beschuldigd.
De rechtbank Leeuwarden heeft in haar op 9 juli 2008 gegeven beschikking, de alimentatieverplichting van de man beëindigd, wegens grievend gedrag van de vrouw. De rechtbank heeft daartoe overwogen, dat bij de beantwoording van de vraag of aan de gewezen echtgenoot een uitkering in levensonderhoud moet worden toegekend en zo ja, tot welk bedrag, rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het concrete geval. Hieronder zijn ook niet-financiële factoren te verstaan, zoals gedragingen van de onderhoudverzoekende echtgenoot. Daarbij geldt als criterium of er feiten en omstandigheden zijn, in verband waarmee van een gewezen echtgenoot in redelijkheid niet kan worden verlangd tot het levensonderhoud van de ander bij te dragen. De lotsverbondenheid die ontstaan is door het huwelijk en daarna nog doorwerkt, is één van de voornaamste gronden voor de alimentatieplicht. De rechtbank heeft geconstateerd dat de vrouw vanaf het moment dat de rechtbank in 2005 omgang tussen de man en de vrouw heeft bevolen, stelselmatig weigerachtig is geweest om de diverse uitspraken van de rechtbank over de omgang na te leven. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat de vrouw weigerachtig is gebleven om zich in te spannen het slopende conflict te beëlindigen door middel van mediation. Daarenboven heeft de vrouw het conflict verhard door de man te beschuldigen van seksueel misbruik van de kinderen, zonder deze beschuldigingen met concrete aanwijzingen te kunnen onderbouwen. De rechtbank acht het aannemelijk, dat deze gedragingen van de vrouw door de man als zeer schokkend en ingrijpend zijn ervaren, en dat deze een onherroepelijk einde hebben gemaakt aan het gevoel van lotsverbondenheid van hem jegens de vrouw. Dit terwijl juist die door het huwelijk ontstane verbondenheid, die ook daarna nog doorwerkt met name in het gezamenlijk ouderschap, één van de voornaamste gronden is van de alimentatieplicht. Op grond van het vorenstaande heeft de rechtbank geoordeeld dat van de man in redelijkheid niet gevergd kan worden dat hij nog langer bijdraagt in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw.
|