|
Bij de ontbinding van een arbeidsovereenkomst kan de kantonrechter aan de werknemer een vergoeding toekennen, die op basis van de zogenaamde “ kantonrechtersformule “ wordt bepaald. Als het UWV de werkgever vergunning verleent om een arbeidsovereenkomst op te zeggen, wordt geen vergoeding toegekend. Ook in een dergelijk geval kan een werknemer trachten alsnog een vergoeding te verkrijgen. In de eerste plaats zou daartoe een zogenaamde kennelijk onredelijk ontslagprocedure gevoerd kunnen worden, die hier verder onbesproken zal blijven. De werknemer heeft echter ook de mogelijkheid, om de kantonrechter te verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en in dat verband een vergoeding vast te stellen, nadat deze reeds door de werkgever – op grond van een verkregen ontslagvergunning- is ontbonden. In zijn arrest van 11 december 2009 heeft de Hoge Raad bepaald, dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst in beginsel tot gevolg heeft, dat de arbeidsovereenkomst eindigt met ingang van de datum waartegen is opgezegd. De arbeidsovereenkomst blijft derhalve tot die datum doorlopen, op grond waarvan deze tot die datum ontbonden kan worden, als daartoe grond bestaat. Nu echter de arbeidsovereenkomst als gevolg van de opzegging nog maar een beperkte looptijd heeft, zal de ontbinding slechts voor die beperkte looptijd effect ( kunnen ) hebben. Dit brengt mee dat voor de toewijsbaarheid van een op een verandering in de omstandigheden gegrond verzoek van de werknemer bepalend is, of sprake is van een zodanige verandering in de omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op een eerder tijdstip dan waartegen is opgezegd, behoort te eindigen, en dat ook de ontbindingsvergoeding bepaald moet worden met inachtneming van het uitgangspunt, dat de arbeidsovereenkomst reeds is beëindigd met ingang van de datum waartegen is opgezegd. In deze casus had de werkgever de arbeidsovereenkomst – na daartoe verkregen toestemming- opgezegd bij brief van 30 september 2008, tegen 1 januari 2009. Bij verzoekschrift van 10 november 2008, heeft de werkneemster de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst op een zo kort mogelijke termijn te ontbinden, wegens gewijzigde omstandigheden en onder toekenning van een vergoeding van € 40.000,00 bruto. Bij beschikking van 22 december 2008 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tegen 29 december 2008 ontbonden, onder toekenning van een – door werkgeefster aan haar te betalen- vergoeding van € 27.500,00 bruto.
|