|
Op 15 januari 2010 heeft de voorzieningenrechter te Roermond, sector bestuursrecht, geoordeeld, dat de gemeente Venlo niet bevoegd was om een bevel tot sluiting van de woning van betrokkenen te geven, waar het door haar gevoerde beleid in strijd is met het bepaalde in artikel 174a, eerste lid, van de Gemeente wet. Bij brief van 24 mei 2007 zijn verweerders van gemeentewege gewaarschuwd, vanwege de in het door hen gehuurde perceel ingerichte professionele hennepkwekerij. Uit een rapport van de politie Limburg-Noord, van 19 oktober 2009, is de gemeente gebleken, dat op 1 oktober 2009 een illegale hennepkwekerij is aangetroffen in de schuur behorende bij het door betrokkenen bewoonde pand te Venlo. De politie heeft ondermeer 48 hennepplanten in beslag genomen. Op grond van de “ Beleidsregels ter voorkoming en ter bestrijding van drugsoverlast “ , treedt de gemeente Venlo streng op tegen de illegale hennepteelt vanuit woningen, waar deze voor overlast, verloedering en gevaarzetting in de woonwijken zorgt. Op grond van bedoelde regels worden gebruikers / bewoners en de eigenaar van de woning na de eerste constatering dat er sprake is van een hennepkwekerij gewaarschuwd, dat het voortzetten van die gedraging ( of het onvoldoende tegengaan daarvan ) zal leiden tot sluiting van het pand. Indien blijkt dat ondanks de waarschuwing de hennepteelt voortduurt, zal de betreffende woning op grond van artikel 174a van de Gemeentewet worden gesloten. Artikel 174a, eerste lid van de Gemeentewet, geeft de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting van een woning, indien door gedragingen in de woning of op het erf, de openbare orde rond de woning of het erf wordt verstoord. Op grond van het vorenstaande heeft de voorzieningenrechter de vraag moeten beantwoorden, of de enkele aanwezigheid van een hennepkwekerij voldoende is, om van verstoring van de openbare orde te spreken, ook als van concrete overlast niet is gebleken. De rechter heeft deze vraag ontkennend beantwoord, omdat slechts in het geval dat een hennepkwekerij gepaard gaat met overlast, verloedering en gevaarzetting in woonwijken, de openbare orde daadwerkelijk wordt verstoord. In het geval dat er echter van concrete overlast niet is gebleken, ziet de rechter niet in waaruit de verstoring van de openbare orde zou bestaan. Voorts heeft de rechter geoordeeld, dat er voor de uitoefening van de bevoegdheid ex artikel 174a, eerste lid, Gemeentewet, vereist is dat er sprake is van een situatie waarin de openbare orde daadwerkelijk verstoord wordt en wel in zodanige mate, dat een sluiting van de desbetreffende woning te rechtvaardigen is. Daarbij heeft de rechter in aanmerking genomen, dat aan sanctiemaatregelen zware eisen van proportionaliteit en subsidiariteit mogen worden gesteld. Dit geldt eens te meer, als deze een beperking van grondrechten met zich brengen, zoals in de onderhavige zaak, die een beperking inhoudt van van het in artikel 10 van de Grondwet neergelegde grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Ingevolge deze uitspraak zal de gemeente Venlo voortaan niet meer zondermeer tot de sluiting van panden mogen overgaan, doch zal zij deugdelijk dienen te motiveren, dat de openbare orde is c.q. wordt verstoord.
|